André Mosis introductiepagiana
André Mosis - Kingbotho


Het begraven van een Grootopperhoofd duldt geen haast







Terug naar de beginpagina

Terug naar Kennis over de Marronkunst en - cultuur


REISVERSLAG VAN ANDRÉ MOSIS  26 FEBRUARI TOT 11 MAART 2012
Ik ging naar Suriname om de begrafenis van Gaanman Sokoton Gazon Matodja bij te wonen. Deze markante persoonlijkheid is overleden op donderdag 1 december 2011. Geschat wordt dat  Gaanman Gazon de leeftijd van 107 jaar heeft bereikt. Volgens de Marrontradities zou zijn stoffelijk lichaam 3 maanden opgebaard worden op zijn residentie te Diitabiki aan de Tapanahonirivier. In dat geval zou de begrafenis rond 1 maart of uiterlijk de eerste week van maart plaatsvinden.
http://resolver.kb.nl/resolve?urn=urn:gvn:ANP01:12977427&size=large
Gaanman SokotonGazon Matodja
Desgevraagd, gaf Jopi Matodja, kleinzoon en secretaris van de Gaanman aan mij door dat de begrafenis rond de eerste week van maart zou plaatsvinden. Niet alleen Jopi,  maar ook hoge ambtenaren en Marrondeskundigen dachten zo over. Mevrouw Margretha Malonti, commissaris van het district Sipaliwini, ressort Tapanahoni, gaf ook de indicatie dat de begrafenis mogelijk de eerste week van maart zou plaatsvinden. Mr. Hermes R.M. Libretto gaf In het actualiteiten TV programma ‘IN DE BRANDING’ van de Apintie Televisie, de indicatie dat de begrafenis van Gaanman Gazon rond eind februari, begin maart zou kunnen plaatsvinden. Mr. Libretto is deskundige bij uitstek op het gebied van het traditioneel bestuur van de Marrons. Hij is de auteur van het boek ‘Het gezags- en Bestuurssysteem in het binnenland van Suriname’. Aan de hand van bovenstaande informatie had ik mijn verlof als zodanig gepland en naar Suriname vertrokken maar na twee spannende weken keerde ik ter onverrichter zake terug naar Nederland. Het lichaam van de Gaanman lag na 3 maanden en drie weken nog opgebaard.

Tijdens mijn bezoek op Diitabik heb ik gemerkt dat tradities niet de enige oorzaken zijn die geleid hebben tot overschrijding van de traditionele periode van drie maanden. Het ontbreken van een protocol en onduidelijk beleid hebben daarbij ook een rol gespeeld.

Onderstaand geef ik een samenvatting over de icoon Gaanman Sokoton Gazon Matodja en de gemeenschappelijke bijeenkomst die georganiseerd is door de Marrons in Nederlan dgevolgd door de activiteiten van dag tot dag tijdens mijn bezoek aan Suriname van 26 februari tot 11 maart 2012. Verder in dit verslag ga ik de benaming Gaanman Gazon hanteren, zoals hij kort genoemd werd door zijn volk.


Gaanman Gazon heeft t.o.v. zijn voorgangers meerdere staatshoofden ontmoet en een record aan onderscheidingen gekregen. Een andere primeur met betrekking tot zijn bekendheid is dat er veel meer over hem is geschreven dan zijn voorgangers. In 1999 verscheen zijn biografie met als titel, Gazon Matodja Surinaams stamhoofd aan het einde van een tijdperk’ geschreven door de Marronhistoricus André R.M. Pakosie. Gaanman Gazon is de meest onderscheidende Grootopperhoofd in de geschiedenis van de Marrons. Hij heeft geregeerd van 1966 tot 2011. Door ruim 45 jaar op de troon te zitten, is hij ook het langst regerende Gaanman aller tijden.

Voor zijn verdiensten heeft hij in de loop der jaren de volgende onderscheidingen ontvangen:

1970 Ridder in de Orde van Oranje Nassau

1978 Officier in de Ere-Orde van de Palm

1982 Chubb Fellowship (dit is een gerenommeerde Internationale onderscheiding die slechts aan staatslieden van wereldformaat wordt toegekend. Personen die vóór hem deze onderscheiding ook ontvingen zijn o.a. de ex-presidenten van Amerika Harry Truman, Jimmy Carter en Ronald Reagan en de vroegere minister van Defensie van Israël, Moshe Dayan).

1982 Het Ereburgerschap van de stad Croton-on-Hudson in de staat New York

1991 Officier in de Ere-Orde van de Gele Ster

2000 Gaanman Gazon Matodja Award

2000 Jagernath Lachmon Award

2000 Grootlint in de Ere-Orde van de Gele Ster (bron: André Pakosie).

Sidon bookode (herdenkingsbijeenkomst) 

Al snel verschenen in de diverse media verschillende artikelen en bekendmakingen over de het overlijden van Gaanman Gazon. De dood van Gaanman Gazon werd op verschillende wijze herdacht door de Marrons in Suriname en in het buitenland. In Nederland organiseerden De Raden van Kabiten en Basiya van de Okanisi, Saamaka en Pamaka  een gemeenschappelijke ‘Sidon bookode op zaterdag 17 december in Trefcentrum Oase te Utrecht. Als familie (neef) van de Gaanman werd van mij natuurlijk enkele extra bijdragen verwacht. Traditiegetrouw heeft mijn echtgenote een Gaannyannyan bereid en alles wat er bij hoort zoals, dat in Nederland mogelijk is. Onze kinderen, drie zonen en twee dochters waren aanwezig en leverden naast een financiële bijdrage ook een bijdrage in natura. Wij zorgden voor de traditionele muziekinstrumenten en accessoires waarmee de context gebonden muziekstijlen werden opgevoerd. In het bijzonder diverse traditionele trommels zoals, agida, apinti, tun en diverse basdrums waren aangeleverd. Traditiegetrouw, heeft de aanwezige Marronbevolking gezamenlijk gezorgd voor de uitvoering van papa, songe, awasa, seketi en aleke muziek. Het communiceren met de bovennatuurlijke wereld en met de notabelen, was toevertrouwd aan mij  als Apintiman en André Pakosie als deskundige, die de codes kon vertalen voor het publiek. Als neef van de Gaanman was ik tevreden met de bijdragen die ik samen met mijn gezin heb geleverd aan de organisatie van de sidon bookode. De Marrons in Nederland hebben samen gezorgd voor een waardige herdenking van Gaanman Gazon. Vrouwen en mannen van de eerder genoemde stammen de Okanisi, Saamaka en Pamaka in Nederland hebben de bijeenkomst financieel ondersteund door een bijdrage te leveren bij de poort t.b.v. de begrafenis in Suriname. Sommigen hebben daarnaast ook een bijdrage geleverd in natura in de vorm van traditionele gerechten, frisdrank, rum, wijn, keukenbenodigdheden, bestek, overige gebruiksvoorwerpen, transport van instrumenten, doeken voor de versiering van de zaal en gratis optreden. Als familielid van de Gaanman bedank ik een ieder die op welke wijze dan ook een bijdrage heeft geleverd aan het welslagen van de ‘Sidon bookode’ op zaterdag 17 december 2011. Onderstaan het programma zoals het die dag gepresenteerd werd.

PROGRAMMA: SIDONBOOKODÉ (HERDENKING) GAANMAN GAZON MATODJA

Op zaterdag 17 december in Trefcentrum Oase aan de Cartesiusweg 11, 3534 BH in Utrecht

19:30 – 20:00 uur Ontvangst

20:00 – 20:05 uur Welkomstwoord door Kabiten Erna Aviankoi

20:05 – 20:20 uur Ceremoniële opening met de Apinti door basiya André Mosis

20:20 – 20:30 uur Towéwataa-ceremonie (plengoffer), door: Kelepisi Theo Adang, basiya Marius Nengdisi, basiya Frans Weewee, basiya Johannes Papotto

20:30 – 20:35 uur Toespraak kabiten Cornelis Sanna van de Pamaka

20:35 – 20:40 uur Toespraak vertegenwoordiger Surinaamse Ambassade David Abiamofo Zaakgelastigde van de Republiek Suriname in Nederland.

Ambassade

20:40 – 20:45 uur Toespraak hedikabiteni Mutu Poeketie van de Saamaka

20:45 - 21:00 uur Een in memoriam van gaanman Gazon Matodja, door kabiten André R.M. Pakosie van de Okanisi

21:00 - 21:20 uur Videodocumentaire over gaanman Gazon Matodja

21:20 - 21:30 uur Ceremoniële afsluiting officieel gedeelte met de Apinti door basiya André Mosis

21:30 - 22:00 uur PAUZE

Na de pauze: Muzikale omlijsting door de Marrons.

VOORBEREIDING  REIS NAAR SURINAME

Voor het bezoek aan Suriname had ik mij goed voorbereid. Vanuit Nederland had ik zowel de Internationale vluchten van Amsterdam naar Paramaribo vice versa en de binnenlandse vluchten van Paramaribo naar Diitabiki retour heel goed geregeld om onnodige vertragingen en problemen te voorkomen. Ik nam twee weken verlof op bij het Koorenhuis, Centrum voor kunst en cultuur in Den Haag. Het vakhoofd en de coördinatoren van de afdeling muziek namen contact op met de scholen waar ik les gaf. Bepaalde afspraken over de voortzetting van de lessen zijn schriftelijk bevestigd. Ook mijn kunstzinnige werkzaamheden voor bedrijven en culturele instellingen van uit mijn eigen bedrijf, Kingbotho Art Studio waren prima geregeld voor gedurende twee weken.

Contacten voor Masterclass percussie workshops in Paramaribo. 
Voor het verzorgen van een Masterclass Afro Surinaamse percussie in Paramaribo, communiceerde ik met Hillary Saches – de Bruin, hoofd van de Afdeling Cultuurstudies van het Directoraat Cultuur en Eddy Lanté, bestuurslid van de culturele vereniging Kifoko.

Informatie over de begrafenis van Gaanman Gazon.
Voor informatie over de begrafenis van Gaanman Gazon had ik regelmatig  contact onderhouden met Johannes Tojo, hoofd voorlichting en omroepleider van Radio Boskopu Ministerie van Regionale Ontwikkeling (RO) , Jopi Matodja, secretaris van Gaanman Gazon, John Tojo van de Reisorganisatie Tojo Adventures, Boike Tojo van Kunst & Cultuur Bureau Mena-Eng, Eddy Lanté bestuurslid van Stichting Kifoko, en Basiya Lena Van Dijk van Diitabiki. Verder had ik telefonisch contact met kabiten Baaja Gazon van Diitabiki.

VERTREK UIT SCHIPHOL. 
Met vlucht 0713 van de Koninklijke Luchtvaart Maatschappij vertrok ik zondag 26 februari van Schiphol naar Paramaribo. Op enkele turbulenties boven de Atlantische Oceaan na, verliep de vlucht goed en eindigde met een prachtige landing op de Johan Adolf Pendel Internationale Luchthaven te Paramaribo. Na een luid applaus voor de bemanning mochten de passagiers het vliegtuig verlaten. Het inchecken bij de Douane verliep goed en redelijk snel waarna de passagiers hun bagage mochten opwachten in de bagagehal. Op een gegeven moment viel de stroom uit met als gevolg, dat de bagagebelt niet verder bewoog waardoor de koffers bleven liggen buiten het zicht van de passagiers. Het wachten duurde te lang, de nodige informatie bleef uit en vele passagiers raakten daardoor geïrriteerd. Uiteindelijk werden de koffers door enkele luchthaven medewerkers handmatig naar de hal gedragen. Iedereen liep naar de ingang waar de medewerkers met de bagages naar binnen liepen. Algauw werd de ingang geblokkeerd door de ongeduldige passagiers. Sommige luchthavenmedewerkers stootten met de ellebogen om zich, een weg te banen tussen de passagiers door. Maar als dat niet echt hielp, schreeuwden ze en gooiden met de koffers. Het slot van mijn koffer ging daarbij kapot maar gelukkig ben ik geen spullen kwijt. Ik werd opgehaald door Jacobus en John Tojo met een bedrijfsbusje van Tojo’s Adventures. Een lange stilstaande file aan de John F. Kennedyweg zorgde voor het volgende oponthoud, waardoor ik pas rond 22.15 uur mijn bestemming bereikte in Paramaribo. Dat was 3 uren later dan gepland. Ik logeerde bij mijn dochter Iraida Mosis in de wijk Hermitage in Paramaribo.

MAANDAG 27 FEBRUARI

BEZOEK ZIEKE VADER: Twee dagen voor vertrek uit Nederland kreeg ik bericht dat mijn vader, ziek was. Mijn zus en haar man hadden hem in hun eigen huis opgenomen. Na een mislukte staroperatie op Cuba is hij totaal blind geworden. De behandelende arts in paramaribo had hem medicijnen voorgeschreven maar kon hem niet laten opnemen in het ziekenhuis. Mijn zus kreeg simpelweg te horen dat er geen plek was in het ziekenhuis. Zij nam de zorg van hem op zich terwijl ze zelf in die periode ernstige maagklachten had. Mijn vader lag in bed toen ik hem bezocht. Naar omstandigheden maakte hij het redelijk goed. Hij herkende mijn stem en noemde mijn naam. Hij was blij om mijn stem te horen en vond het jammer dat hij mij niet kon zien. Ik probeerde hem te troosten door hem te zeggen dat ik heel veel op hem lijk. Hij reageerde met een glimlach en zei dat het zo hoort te zijn. Mijn zus en ik hadden hem voorzichtig uit zijn bed geholpen. Leunend aan mijn schouder liep hij voorzichtig naar het balkon, waar we hem op een stoel met handleuningen lieten zitten. Mijn moeder die op dat moment ook op bezoek was, keek zeer verdrietig toe. We hadden een emotioneel maar toch wel goed gesprek gehad. Tot slot zei hij a bun fu yu abi pikin, bika sama pikin na o solugu yu eke di fu yu seefi. Het is goed om eigen kinderen te hebben want, andermans kinderen zullen je nooit zo goed en zorgvuldig behandelen als jouw eigen kinderen. Na het gesprek met mijn vader was ik opgelucht en kon andere familieleden en kennissen bezoeken.

DINSDAG 28 FEBRUARI

MASTERCLASS AFRO-SURINAAMSE PERCUSSIE.                                                                                                                            Al gauw kreeg ik een bevestiging van Hillary om de Masterclass Afro Surinaamse percussie voor te bereiden. Alles verliep volgens plan en op dinsdag 28 februari verzorgde ik een Masterclass in de studio van ARTLAP aan Verlengde Gemenelandsweg 194. Ruim veertig mensen namen deel aan de Masterclass percussie die gebaseerd was op Apinti codes. Voornamelijk percussionisten van de vereniging Kifoko, Naks, Ala Kondre drummers en enkele medewerkers van het Ministerie van Regionale Ontwikkeling, Afdeling Voorlichting. Ernie Wolf, een bekende percussionist en –leraar  nam deel aan de workshop met zijn gevorderde leerlingen. Ernie en zijn cursisten gaven een prachtige demonstratie ter afsluiting van de avond.

WOENSDAG 29 FEBRUARI

Bezoek gebracht aan het Nola Hatterman Instituut, waar ik een gesprek had met Rinaldo Klas (directeur). Ik kreeg een rondleiding en bekeek de leerlingen tentoonstelling. Het was mij duidelijk dat beeldende kunst zich nog steeds goed ontwikkelt in Suriname.

DONDERDAG 1 MAART
Bezoek gebracht aan het Ministerie van RO en Radio Boskopu. Johannes Tojo en Leo Daati Atomang, respectievelijk omroepleider en journalistiek medewerker, hadden mij ingelicht over de voorbereiding van de begrafenis van Gaanman Gazon. Zij lieten mij foto’s en video opnamen zien die gemaakt zijn tijdens hun bezoek aan Diitabiki. Toen ik vroeg naar Mr. Patricia Meulenhof,  kreeg ik te horen dat zij  geen directeur meer was  van het Ministerie van RO. Zij zou ontslagen zijn door de toenmalige Minister Dr. Linus Diko. Het verbaasde mij omdat ik in 2006 een indrukwekkende toelichting kreeg van Patricia Meulenhof over het Ministerie van RO en de plannen die gericht waren op de ontwikkeling van de gemeenschappen in de verschillende districten. Aanleiding voor mij om contact te zoeken met Patricia Meulenhof.
                       
Rond 13.00 uur bracht ik een bezoek aan Cultuurstudies, waar ik een gesprek had met Hillary. Zij vertelde mij met trots over de laatste publicatie van Cultuurstudies. In het kader van de Herdenking van 120 jaar Javaanse Immigratie op 9 augustus 2010 heeft Cultuurstudies een boek uitgegeven onder de titel ‘VAN TEMBANG TOT JARAN kÉPANG’, Traditionele Javaanse zang, muziek en dans in Suriname. De publicatie is tot stand gekomen door een samenwerking tussen mevrouw Drs. Sylvia M. Gooswit, cultureel antropoloog en Wonny Karijopawiro, cultuurmedewerker bij Cultuurstudies. Hillary gaf mij een exemplaar van het boek cadeau als oud collega en ex- cultuurmedewerker, waarvoor mijn hartelijke dank.

VRIJDAG 2 MAART

Mevrouw Drs. Mayra Sumter, ontwikkelingsantropoloog, beleidsmedewerker en Adviseur bij het Ministerie van RO heeft plannen om een documentaire te maken over Gaanman Gazon. In het kader hiervan heeft zij mij geïnterviewd. Het gesprek heeft plaatsgevonden in de vergaderzaal van het Ministerie van RO. Een deel van het beeld en geluidsmateriaal wat ik had verzameld toen Gaanman Gazon 1n 1996 en 2000 naar Nederland kwam, heb ik geschonken aan RO ten behoeve van de documentaire.

Op uitnodiging van mij kwam Patricia Meulenhof even langs bij ’t VAT, het bekendste Café  in Paramaribo, waar ik de meeste ochtenden een kopje koffie ging drinken.  Desgevraagd vertelde Patricia  mij dat zij met behoud van haar volledige salaris al geruime tijd thuis werkt in afwachting van de uitkomst van een rechtszaak, aangespannen door Minister Linus  Diko. Volgens Patricia is zij door Minister Linus Diko ontslagen op basis van allerlei valse beschuldigingen. Verder wilde zij niet ingaan op die zaak en beantwoorde mijn vragen verder niet. Zij wilde mij wel vertellen dat zij haar vrije tijd nuttig gebruikt om plannen te ontwikkelen en leuke dingen te doen. Naast het verzorgen van colleges op de Anton de Kom Universiteit verdiept zij zich in het Toerisme.

Rond 19.30 uur opende ik samen met Boike Tojo het 2e Heritage Festival, dat werd gehouden in het Openlucht Museum te Nieuw Amsterdam in het district Commewijne. Boike en ik hebben een ingestudeerde djembé act gepresenteerd. Achteraf hoorden wij dat de opening van het festival live te zien was op Televisie. Boike Tojo heeft enkele jaren in Nederland gewoond en gewerkt als percussiedocent. Wij traden in Nederland ook samen op en dan was het natuurlijk mooi geweest dat hij mij had betrokken bij de opening van het Heritage Festival.  
 
VOORBEREIDNG VERTREK NAAR HET BINNENLAND
http://www.suriname.nu/101alg/kaartsuriname2.jpg
Kaart van Suriname
Op zaterdag 3 maart vloog ik naar Diitabiki met de binnenlandse vliegmaatschappij Gum Air. Vanuit het vliegveld Zorg & Hoop duurt de vlucht van Paramaribo naar Diitabiki ruim een uur (10.30 tot 11.30 uur). Het vliegveld ligt aan de overkant van Diitabiki paralel aan de Gaanman Akontoe Velantie school. Basiya Lena Van Dijk en haar man Basiya Agasi Sisa hadden mij opgevangen. Verder kreeg ik twee assistenten die mij hielpen met mijn spullen. Nadat mijn tassen en een grote doos met provisiewaren thuis bezorgd werden, nam ik contact op met het dorpbestuur. Ik werd ontvangen door Kabiten Baaja Gazon en kabiten Josentoe Velanti in het oude Gaanman Osu vlak naast het huis waar het lichaam van Gaanman Gazon opgebaard ligt. Ik heb de beide kabiten gecondoleerd i.v.m. het overlijden van de Gaanman. Zij zijn evenals ik ook familieleden (neven) van Gaanman Gazon. Nadat wij elkaar hebben gecondoleerd, vertelde ik hen over mijn bezoek voor de begrafenis en dat ik  volgens plan zondag 11 maart terug zou gaan naar Nederland. Kabiten Baaja was niet te spreken over mijn plan. Ten eerste wees hij mij erop dat ik als neef van de Gaanman te laat aanwezig was op Diitabiki. Ten tweede maakte hij mij duidelijk dat ik hem niet mocht confronteren met mijn individueel reisplan. Ik had mij moeten aanmelden en de beslissing van Lanti (het dorpsbestuur) over mijn terugreis afwachten. Zij zijn bevoegd om een datum vast te stellen waarop de Gaanman zal worden begraven en afhankelijk daarvan zou ik te horen krijgen wanneer ik het dorp mocht verlaten. Ik wees kabiten Baaja erop dat ik een reisplan heb gemaakt naar aanleiding van de informatie die ik kreeg van de secretaris van de Gaanman. Ik wees hem verder erop dat ik volgens plan werk en dat afspraak, afspraak is. Verder vertelde ik hem dat ik werkafspraken in Nederland heb gemaakt waar ik mij aan dien te houden en dus echt niet langer kan blijven. Op een gegeven moment vroeg ik aan Kabiten Baaja, waarom Lanti nog geen datum voor de begrafenis had kunnen vaststellen? De Gaanman lag immers al 92 dagen opgebaard. Ten slotte verwees hij naar de oude tradities van de voorouders. Volgens kabiten Baaja verloopt alles zoals de geesten van onze voorouders dat willen. Letterlijk zei hij het volgende ‘Gaanman na e beli anga feti’ ‘het begraven van een Grootopperhoofd duldt geen haast’. Na deze uitspraak van de kabiten, gingen we over tot de orde van de dag. Ik vroeg aan hem wat hij nog van mij verwachtte behalve de benodigdheden die de familie eerder gezamenlijk hebben aangeleverd voor de begrafenis. Kabiten Baaja vond het nodig dat ik nog een financiële bijdragen moest geven. Ik gaf hem 200 SRD en hij beloofde ontbrekende spullen mee te kopen. Er werd geen notitie gemaakt van mijn bijdragen. Na het overleg had kabiten Baaja zijn ongenoegen geuit over mijn voornemens te vertrekken voordat het lichaam van de Gaanman ter aarde besteld wordt. Hij kon zijn oren niet geloven en had dit aangekaart bij kabiten André Pakosie uit Nederland omdat ik onder zijn bestuurlijke leiding val. Kabiten Pakosie  liet het voor wat het was en gaf verder geen noemenswaardig commentaar. Voor nadere informatie over de werkzaamheden betreffende de begrafenis van de Gaanman werd ik doorverwezen naar de Oloman (het comité van grafpriesters en grafdelvers). Ik had gesproken met Theo Adang uit Nederland die mede belast was met de dodenwake. In overleg met de bestuurders mocht ik deelnemen aan bepaalde activiteiten. Allereerst kreeg ik de gelegenheid om een plengoffer te plegen vlak bij de kist waar het lichaam van de Gaanman ligt opgebaard. Tijdens het gebed met rum richtte ik het woord tot God en de geesten van de voorouders. Ik mocht verder de kist van alle kanten bekijken en mij laten informeren over zaken waar ik geen kennis van heb. Hierna bezocht ik mijn tantes, Ma Mma en Ma Senna, de weduwen van Gaanman Gazon. Zij werden eerst geïnformeerd over mijn komst. Toen ik onder begeleiding van Sa Akowey, dochter van Gaanman Gazon naar binnen liep, zaten mijn beide tantes naast elkaar, elk met een doek in hun handen waarmee zij hun tranen afdroogden. Op dat moment kon ik mijn diepste medeleven betuigen aan mijn tantes. Ik had hen ook meteen gezegd dat ik de begrafenis helaas niet zou bijwonen omdat ik niet precies wist wanneer het zou plaatsvinden. Zij toonden begrip. Vóór de avond, had ik bijna alle belangrijke familieleden ontmoet en gesproken.
 
DE SITUATIE OP DIITABIKI TIJDENS MIJN AANWEZIGHEID
Foto:Boike Tojo
In deze reuzenkist gemaakt van cederhout ligt het lichaam van Gaanman Gazon opgebaard.
Het stoffelijke lichaam van Gaanman Gazon ligt opgebaard in Gaanwan Osu, een relatief klein traditioneel huisje op Diitabiki. Zijn ambtskleding, gouden staaf en gouden kroon hangen ten zuiden van de lijkkist. Volgens de tradities van de Okanisi mag het lichaam van de Gaanman niet opgebaard worden in de kee osu,  het algemene lijkenhuis, dat ook vlakbij staat. De kee osu voor de gewone mensen is een  zaal voorzien van een betonnen vloer en muren. Deze kee osu is ruim en beschikt over een activiteiten ruimte en twee extra kamers. Traditiegetrouw, kiest men voor de Gaanwan Osu dat o.a. bestemd is voor het stoffelijke lichaam van de Gaanman. Volgens de tradities moeten de meeste activiteiten plaatsvinden in de directe omgeving, waar het stoffelijke lichaam van de Gaanman opgebaard ligt. Mede daardoor bouwt men een tent, voorzien van een gehorige houten vloer, versierd met diverse kledingstukken en uitgerust met plastieken tuinstoelen, geluidsinstallaties, microfoons, Westerse en traditionele muziekinstrumenten, voornamelijk diverse drums.
 Foto: Voorlichting RO. Tent rondom de lijkkist van Gaanman Gazon
De activiteiten die in deze tent plaatsvinden zijn o.a. vergaderingen, concerten, verwelkoming van belangrijke gasten en mondelinge verslaggeving. Ruim 300 meter verderop in het dorp staat een grote moderne Kuutu oso (vergaderzaal) met een opslagruimte, betonnen podium waar mogelijk evenementen voor honderden mensen georganiseerd kunnen worden. Deze evenementenzaal wordt niet in gebruik genomen voor de activiteiten rondom de begrafenis van de Gaanman. Een andere tent in de directe omgeving van de kist dient als keuken waar allerlei traditionele gerechten worden bereid. Een aantal vrouwen uit Diitabiki en andere dorpen zijn aangewezen voor de bereiding van de bijbehorende traditionele gerechten. Deze vrouwen koken o.a. voor de genodigden, vertegenwoordigers van de andere stammen en voor de grafpriesters en grafdelvers. In een nabij gelegen huis worden er diverse traditionele keukenspullen verzameld. Ik zag o.a. mata (stamperblokken), manali (diverse zeven), kalebassen (borden en lepels), paitiki (roerspanen) simali, (raspers), grote pannen, potten, borden, specerijen, vriezers, koelboxen, etc. Buiten de tent ligt er een stapel faya udu (brandhout). De twee echtgenoten van de Gaanman en bepaalde familieleden verblijven tijdelijk in huizen rondom het huis, waar het lichaam ligt opgebaard. Het is druk in het dorp. Volwassenen, kinderen, gasten, goudzoekers, avonturiers en toeristen komen en gaan. De genodigden worden in woonhuizen opgevangen. Muzikanten en anderen die voor een kortere periode verblijven, worden in tenten opgevangen. Bekende Muziekgroepen en populaire Marronartiesten komen elke week spelen voor de Gaanman. Er zijn ook enkele leegstaande tenten en er worden nog meer bijgebouwd. Bezoekers die zich op het laatste moment aanmelden, zullen geaccommodeerd worden in deze extra tenten. Er staan twee keurige logeergebouwen (Bruynzeel woningen) vlak aan de oever op Diitabiki maar deze zijn bestemd voor de regeringsfunctionarissen , hoogwaardigheidsbekleders uit Paramaribo en gasten uit het buitenland. Opvallend zijn de kleine toko’s die verschillende spullen verkopen zoals, bier, rum, frisdrank, sigaretten en levensmiddelen. De prijzen van bepaalde spullen zijn relatief duurder dan in Paramaribo. Een liter Parbo bier kost bijvoorbeeld 20 SRD. In Paramaribo kost dat 8 SRD. Er zijn ook twee Chinese Supermarkten waar de lokale bevolking bepaalde levensmiddelen relatief goedkoper kunnen aanschaffen. Op de doordeweekse dagen gaan de kinderen naar school. De schoolboot haalt de kinderen ’s ochtends op aan de steiger en brengt hen naar de overkant. Rond 13.00 uur worden ze weer opgehaald. Dagelijks worden er diverse activiteiten georganiseerd. Jammer genoeg bestaat er geen adequaat communicatiesysteem dat de bevolking en de gasten informeert over de activiteiten. Er is wel een regionale Radiozender gevestigd aan de overkant van Diitabiki. Deze zender is bekend onder de naam ‘Paakati” (broadcasting). Sporadisch informeert Paakati de luisteraars over de activiteiten die plaatsvinden rondom de begrafenis van de Gaanman. Jopi weet meestal iets meer dan de gemiddelde bewoners over het eventuele dagprogramma. Toen ik hem vroeg of er activiteiten zouden zijn in de avonduren, gaf hij onderstaand programma geheel uit zijn hoofd aan mij door.

PROGRAMMA ZATERDAG 3 MAART

Pee Bookode (muzikale omlijsting gedurende de hele nacht tot de volgende ochtend):                                                           - Optreden van Kabiten Topo en gezanten: regionaal bekende muzikanten van de Aluku stam: Deze groep heeft zich gespecialiseerd in sociale- en religieuze muziekstijlen zoals, Songe, Awasa en Kumanti.                                                            - Optreden van Big Controle: een band bestaande uit jonge traditionele muzikanten die moderne en traditionele Marronmuziek spelen. De band is gevormd door geroutineerde Okanisi en Aluku muzikanten, percussionisten en zangers uit het Lawa gebied, de grens met Frans Guyana. Zij zijn gespecialiseerd in Tuka muziek, een context gebonden muziekstijl, dat gespeeld wordt wanneer iemand is overleden.
Doordat ik op de hoogte was gebracht van het programma kon ik mij ook voorbereiden om video opname te maken van het optreden.

ZONDAG 4 MAART

Na overleg met kabiten André Pakosie en kabiten Baaja mocht ik ’s ochtends tussen 5.30 uur en 6.00 uur de Apinti bespelen. Dat moet plaatsvinden vóór de Sutu goni (saluut schoten) die elke ochtend rond 6.00 uur plaatsvinden. Bij deze gelegenheid communiceert de Apinti met de bovennatuurlijke wereld. In gezelschap van Basiya Agasi en enkele nieuwsgierige dorpelingen speelde ik een aantal codes uit mijn eigen verzameling. Deze codes omvatten namen en wetenswaardigheden die ik in de jaren tachtig van de vorige eeuw heb verzameld. Ik heb naar eer en geweten gespeeld en was zelf tevreden over mijn presentie. Vermeldenswaard is dat ik de codes op papier heb genoteerd. Enkele  jongemannen vroegen aan mij of ik de codes wilde spelen en vertalen. Aan dat verzoek gaf ik gehoor. Dat sprak hen aan en vonden het een goed idee om het op deze manier ook te leren. De notabelen die ’s ochtends luisterden naar de Apinti, prezen mij voor het optreden. Vóór mijn aanwezigheid op Diitabiki was de communicatie via de Apinti in de vroege ochtend toevertrouwd aan Da Mpé van de Kumpai lo. Da Mpé is de enige bekende deskundige van de Apinti in het Tanahoni gebied en is afkomstig uit het dorp Tyontyon. Afiko Diyeke is momenteel de enige persoon van Diitabiki die nog redelijkerwijs de Apinti kan bespelen bij bepaalde gelegenheden.

Papapee: een muzikale ode aan de grond Goden. Op spectaculaire wijze hadden deskundigen van de Papamuziek rond de middag een concert geven. Tijdens dit muzikale spektakel kreeg ik de gelegenheid om samen te spelen met de deskundigen zoals, Da Abonkane van het dorp Tabiki en Da Meno van het dorp Nikii. Wederom werd ik geprezen door de aanwezige deskundigen. De mensen vonden het bijzonder dat iemand die zo lang weg is uit de Marronsamenleving nog zoveel kennis heeft van de religieuze muziek.

MAANDAG 5 MAART 

’S ochtends rond 10.00 uur had ik de vergadering van de bestuurders en de grafpriesters  bijgewoond. De grafpriesters en grafdelvers gaven aan te zullen gaan werken met een groep van 65 mannen. Ik kreeg toestemming om mee te gaan naar de begraafplaats, waar er nog veel werk te doen was. Helaas mocht ik geen video camera of fototoestel meenemen. “De begraafplaats is een heilige plek van de voorouders en mag daar absoluut niet gefotografeerd of gefilmd worden”, aldus de Basiya fu olo,  Baa Ngonini. Eerder verzoeken van anderen werden ook al afgewezen.

Nadat een aantal saluutschoten werden afgevuurd, vertrok de delegatie van 65 mannen rond 11.30 uur met vier korjalen naar Futupasi, een eiland in de Tapanahoni rivier ten westen van Gaan Olo, een onbevaarbare waterval ten oosten van Futupasi. De Oloman namen drie drums mee in één van de korjalen. Op één van de drums speelde Baa Diyeke Afiko de Apinti. Hij communiceerde daarmee met de bovennatuurlijke wereld en met de mensen van de dorpen waar, voorbij werden gevaren. Drie korjalen bleven achter bij de aanmeerplaats terwijl de grootste korjaal over de stroomversnellingen ten westen van Futupasi naar het noorden werd bevaren. De motorist nam ruim de helft van de delegatie mee door een kletterende regen naar de begraafplaats die vanaf Futupasi ruim 5 minuten te bevaren is. Ongeveer twintig minuten later werd de rest van de delegatie opgehaald. Ook deze groep waar ik deel van uitmaakte, werd door de zware regen gebracht naar de begraaf plaats.

DE LIGGING VAN DE BEGRAAFPLAATS EN DE MANIER VAN WERKEN


De begraafplaats ligt op een afstand van ruim een half uur varen, stroomafwaarts ten noorden van Diitabiki nabij het dorp Puketi. Het is een stuk oerbos dat ligt aan de linkeroever van de Tapanahoni rivier. Er is een pad aangelegd vanaf de rivieroever langs de flank van de helling naar de top van een heuveltje. Aan de top van dat heuveltje heeft men een tent opgeslagen, bedekt met dekzeilen. Aan de zijkanten van de tent zijn er zitplaatsen gemaakt van kleine houtblokken. In het midden van de tent staat een tafel die vervaardigd is uit hout waarop een plank is bevestigd. Op de tafel zet men verschillende traditionele gerechten, rum, frisdrank, kalebassen, kalebaslepels en water. Naast de tent heeft men een kleine offerplaats gemaakt. Aan de andere kant van de hellingtop is er een plek uitgekozen waar de “Papa olo’, de grafkelder van Gaanman Gazon wordt gegraven. Ik schat op een afstand van ruim 300 meter vanaf de rivieroever. Niet ver vandaan ligt het graf van Gaanman Akontoe Velantie. Des gevraagd, is mij verteld dat de grafkuil van Gaanman Gazon vijf meter lang, vier meter breed en vier meter diep zou worden. Op maandag 5 maart zouden de grafdelvers dieper graven en aan de zijkanten werken. Men heeft een tent om de grafkuil heen gebouwd. De grond laat het water goed door. Het is een goede keuze om de grafkuil in de helling te graven maar als oud bodemonderzoeker, wil ik zeker weten hoe de samenhang van de bodem is. Reden voor mij om de bodemtextuur en -consistentie te bepalen en de bevindingen kenbaar maken aan de grafarchitecten (in dit geval aan Jopi Matodja). Na de humuslaag van ongeveer 30 centimeter, volgt een laag van 60 cm lemig zand, gevolgd door zandig leem, zandige klei tot ruim 2 meter diep. Dit verklaart ook de goede doorlatendheid van het regenwater. Onder de zandige leem ligt zandig residuaire klei. De kans dat delen van de grafkuil afbreken is degelijk aanwezig. Men dient dan rekening te houden met instortingsgevaar.  Als ik mijn bevindingen en voorspelling aan Jopi Matodja kenbaar maak, zegt hij rekening mee te zullen houden.

Het werk wordt ter plaatse verdeeld door de ‘Ede kelepisi’ (leidinggevende van de grafdelvers). Ik heb verder geen verbandtrommel of iets dergelijks gezien. De mensen die in de kuil werken, ondergaan voor aanvang van het werk een rituele bewassing. Met een mengsel van diverse kruiden en pimba (kaolien klei) worden de benen en voeten van de grafdelvers besprenkeld door een aangewezen grafpriester. Hij gebruikt hiervoor een bezem die gemaakt is van diverse struiken. Daarbij bidt de grafpriester voor alle medewerkers en spreekt goede wensen uit. Dit ritueel duurt ruim een halfuur voordat de benen van alle grafdelvers besprenkeld zijn. Hoe meer mensen, hoe langer het duurt. Ruim een meter van het zuidelijke deel van de kuil is de klei ingesneden in de vorm van een trap. De grafdelvers maken gebruik van deze trappen om de gegraven klei naar boven te dragen. Aan de bovenkant ten zuiden van de kuil staan twee mannen opgesteld met kruiwagens. Zij brengen de klei in de kruiwagens naar ruim 5 meter verder op. Daarnaast maken zij gebruik van twee moderne (Westerse) verstelbare ladders. Aan de noordelijke kant van de kuil staat een zelfgemaakt takelwerktuig op twee houten pilaren. Aan weerszijden van dat werktuig zijn er houten handvaten bevestigd waaraan twee mensen tegelijkertijd aan kunnen draaien. In het midden zijn er planken getimmerd die hoeken vormen. Aan de planken zijn er touwen opgerold, waaraan drie plastiek emmers aan het einde van de touwen hangen. Door te draaien aan de handvaten kunnen de emmers tegelijkertijd naar beneden en vervolgens naar boven getakeld worden. Wanneer de emmers met klei naar boven gehesen worden, staan er een aantal mannen in de rij die deze verderop transporteren. Een team van grafarchitecten werkt aan de vormgeving van het graf. De medewerkers van dat team passen en meten. De gewone grafdelvers voeren de opdrachten uit. Terwijl enkele grafdelvers zich in het zweet werken in en boven de grafkuil, zitten anderen luid smakend op de bank te genieten van rum, sigaretten en hapjes. Ik word aan het werk gesteld ten zuiden van de kuil, waar de klei met kruiwagens wordt afgevoerd. De afgevoerde klei wordt door een aantal mannen met kolenschoppen opgeschept en verder verspreid. Aan de zijkant, ten westen van de grafkuil wordt een kelder gegraven in de vorm van de lijkkist. Uiteindelijk gaat men de lijkkist in die kelder schuiven. Deze combinatie kuil wordt Papa Olo genoemd. Na ruim 3 uren werken, kondigt de Basiya fu olo een pauze aan omdat de ‘nyan-nyan boto’ (voedsel boot) gearriveerd zou zijn. De grafdelvers worden voorzien van voedsel uit Diitabiki. Met uitzondering van de bootsmannen zijn het voornamelijk vrouwen die het eten komen brengen naar de begraafplaats op de plek waar er gewerkt wordt aan het graf. Wanneer zij het eten brengen, worden ze op traditionele wijze verwelkomd door de grafpriesters die het eten controleren en op tafel zetten in de tent die eerder vermeld is. De vrouwen lopen in de rij door naar de grafkuil. De Basiya fu Olo staat bij een gemarkeerde grens en houdt de vrouwen daartegen. Hij geeft aan wanneer zij de grafpriesters en de grafdelvers mogen groeten. De Basiya fu olo laat vier vrouwen uit de rij,  vanaf de gemarkeerde grens een paar stappen naar voren lopen. In groepjes van vier groeten de vrouwen de mannen, die op hun beurt in koor terug groeten. Wanneer de mannen terug groeten, krijgt de groep een signaal van de Basi fu olo om terug te lopen naar de rivier. Zo gaat dat tot de laatste groep de groeten doet. Op maandag 5 maart waren er veertig vrouwen en vijf bootslieden. Het groeten per groep duurt enkele minuten. Nadat de laatste groep van vier vrouwen gegroet heeft, worden zij met de kano teruggebracht naar Diitabiki. Zij geven door aan de bestuurders (Lanti) dat de Oloman het eten hebben ontvangen.

Als de vrouwen van de begraafplaats vertrekken, verdeelt de Basiya fu olo het eten onder de Oloman. Niet lang na het eten maken zij zich op om te vertrekken naar Diitabiki. De Apinti wordt weer gespeeld vanaf Puketi tot bij aankomst op Diitabiki. Voordat de korjalen aanmeren varen ze een aantal keren rond. De Apinti kondigt de Kwadyo muzssssssssssssssssssssiek aan en de overige drums worden toegevoegd aan het ensemble. Kwadyo muziek is context gebonden en wordt door grafpriesters gespeeld wanneer zij van de begraafplaats naar het dorp terugkeren.
7a531f4c93e1a057935e03100c8c1312.jpg
Foto: Voorlichting RO. De grafdelvers varen rond met hun kano’s nabij de aanmeerplaats.
De Oloman spelen, zingen en slagen met stokken op de rand van de korjalen en op de pagaaien. Veel mensen komen bij de aanmeerplaats staan om hen te ontvangen. De vrouwen die het eten bezorgen en nog vele anderen, staan met stokken bij de rivier om de oloman uit te jouwen en te spatten. Een aantal mannen staan met geweren bij de rivier en gericht in de lucht of naar de grond, vuren zij enkele schoten af. Op de aanmeerplaats wordt de Kwadyo muziek, zang en dans voortgezet. Tijdens de kwadyo muziek maken de Oloman enkele onvriendelijke gebaren naar de omstanders. Vervolgens lopen de oloman, zingend en dansend rond de lijkkist van de Gaanman. Na een paar keer rond dansen, gaan zij hun kamisa (lendendoek), waarmee zij op de begraafplaats gewerkt hebben, boven de kist aan een balk knopen. Deze kamisa worden de volgende werkdag weer losgemaakt en meegenomen naar de begraafplaats. Nadat de kamisa aan de balk geknoopt zijn, melden de Oloman zich officieel aan bij de aanwezige bestuurders (lanti). De Ede kelepisi geeft mondeling verslag over het werk  aan de bestuurders. Met gebaren en aanwijzingen, vertelt hij het verhaal over het werk dat gedaan is op de begraafplaats. Hij richt het woord tot een tussenpersoon (basiya), die telkens vraagt of iedereen het verhaal hoort en ook begrijpt. Elke keer als hij die vraag stelt, wordt er in koor geantwoord “ Ija wi yee”, Ja we hebben het gehoord. Als hij dit antwoord zwak of niet overtuigend genoeg vindt, herhaalt hij de vraag. Indien er klachten zijn over het werk dan is dit ook het moment om deze te bespreken. De verslaggeving van de oloman en de reacties van Lanti kunnen 60 tot 90 minuten of zelfs langer duren.

 Foto: Voorlichting Ro. Vrouwen bereiden traditionele gerechten en plegen drankoffers voor de voorouders voor goede afloop

De manier van werken, zoals hierboven is beschreven, herhaalt zich elke werkdag. Daar hoort nog bij dat de Oloman de bestuurders beboeten wanneer zij hun zin niet krijgen. Bijvoorbeeld op maandag 5 maart hadden de oloman veel kritiek over het eten. De kip smaakte niet naar wens en bovendien stonk het. De Oloman hebben dat als een belediging ervaren en legden de bestuurders een boete op van 12 liters rum.
Hoewel de Oloman beseffen dat zij het werk ooit moeten afronden, dreigen zij soms (spottend) met staking als de bestuurders weigeren de opgelegde boetes te betalen. Vermeldenswaard is dat er niet elke dag gewerkt wordt een draaiboek ontbreekt.  Mocht er sprake zijn van een protocol dan bestaat dit uit aanwijzingen die notabelen geven aan de mensen die dat praktisch ten uitvoer moeten brengen. Het staat vast dat donderdag gelijk gesteld is aan zondag: dan mag niemand het bos in, ook niet naar de kostgrond. Op de dagen die er wel gewerkt wordt, nemen rituelen, beraadslagingen en ceremoniën het leeuwendeel van de tijd in beslag. Er wordt geen streefdatum vooraf bepaald dat het werk af moet zijn. Wanneer het werk bijna af is, wordt dan een datum bepaald. Men heeft de tijd. Kabiten Baaja heeft groot gelijk door te stellen dat ‘het begraven van een grootopperhoofd geen haast duldt'.

  • Op  woensdag 7 maart vertrok ik uit Diitabiki. Op die dag stortte een deel van de grafkuil in waarbij Leo, zoon van Baa Doon ernstig gewond is geraakt. Zijn dijbeen was gebroken en werd behandeld door een traditionele genezer op Diitabiki.
  • Op zaterdagavond (25 maart) rond 23 uur werd ik gebeld door Basiya Lena van Dijk uit Diitabiki. Zij heeft mij medegedeeld dat de begrafenis van Gaanman Gazon op woensdag 11 april zou plaatsvinden. Uiteindelijk werd Gaanman  Gazon begraven op dinsdag 10 april 2012.

Over de begrafenis schreef Hillary Sanches – De Bruin, hoofd van Cultuurstudies het volgende:

Citaat verslag Cultuurstudies:
Dinsdag 10 april    De begrafenis
Bij het wakker worden de volgende morgen horen we de tuka muziek nog heftig spelen. Het stopt pas rond 07:30 uur. Luciën Dubois ‘schaaft’ de pot wijselijk vroeg: BB met R. Volgens advies kleden we ons fleurig en zijn rond 10:00u bij de zaal. We bieden het geschenk van Cultuur aan bij kapitein Johan Djanie: softdrinks, sterke drank en een grafstuk. Djanie die tevens ceremoniemeester is kijkt verdrietig en laat af en toe een traan.
Vliegtuigen en helikopters gaan af en aan en brengen hoogwaardigheidsbekleders uit de stad: DNA voorzitter Jennifer Geerlings-Simons en andere notabelen, militaire officieren. President Bouterse meldt ziek maar wordt vertegenwoordigd door Minister Ramon Abrahams, vergezeld van Kabinetsdirecteur Eugène van der San.

De drukte bereikt haar hoogtepunt wanneer de toespraken rond 10:30 beginnen. DNA voorzitter houdt een korte toespraak. Hillary kan niets zien van wat zich in de zaal afspeelt. Ze loopt op en neer en maakt foto’s. Ze durft geen close ups van personen te maken, om niet het risico te lopen dat men betaling vraagt. Jammer, want de mensen zijn uitgedost in prachtige pangi’s. Toch zijn vele jongedames niet in traditionele pangi gekleed, maar hebben moderne rokken aan, gemaakt van pangi- of printstoffen. Bij het fotograferen van de omgeving vallen de grote hoeveelheden petflessen op die op hopen liggen. In verband met de begrafenis had dit opgeruimd kunnen worden.

In de kee osu pal naast het lijkenhuis, zitten de twee vrouwen van de gaanman samen met andere vrouwen. Ze huilen luidop, hun hoofden met pangi bedekt. Bij de kist van de gaanman, die inmiddels in de zaal geplaatst is, wordt kort apinti gespeeld.
Bij de deur van de kee osu vindt een prati watra plaats, het ritueel scheiden van de familie en de overledene. Hierbij wordt er onder andere met een kalebas geplengd.
Groepjes vrouwen lopen steeds naar de zaal toe, ze brengen kommetjes met rijst en pinda. Dit zal over enkele dagen gestampt worden voor het eten voor de trowe nyanyan (voedseloffer).

Iets vóór 11:30 u komen de oloman aanlopen om post te vatten bij de rivier. Het kost hen veel moeite om door de menigte heen te komen. “Un mek’presi gi den oloman! Un mek’ presi gi den oloman!”, wordt geroepen door de kapitein. Hillary staat op de eerste rij dicht bij de uitgang waar de kist van de gaanman zal passeren. Het valt op dat de oloman geen speciale kleding aanhebben, ook geen hoofddeksel zoals dat bij de Saamaka gebruikelijk is.
Alle hoogwaardigheidsbekleders staan buiten opgesteld als de kist met de gaanman om 11:30 u naar de rivier wordt gedragen. Hij wordt op een grote korjaal geplaatst maar dat gaat niet zo makkelijk in de glibberige modder. De kist is erg zwaar, mensen huilen, oloman schreeuwen om de kist goed te sturen en op de boot te plaatsen. Plotseling breekt een handvat van de kist. Alle oloman springen op de boot om de gaanman te begeleiden, maar omstanders roepen dat de boot te zwaar wordt. Een deel van de mannen gaat in een andere korjaal. (Einde Citaat).

graman Gazon 045 klein
foto: Cultuurstudies 
De lijkkist van de gaanman
graman Gazon 063klein
foto: Cultuurstudies
Uiterst rechts kapitein Johan Djanie die tevens ceremoniemeester was.
 

Kingbotho Art Studio
André Mosis

Bijlagen:

FAMILIE RELATIE MET GAZON MATODJA

Gazon Matodja is de broer van mijn moeder, Jojo Josepina Gazon. Gazon Matodja  heeft mij opgevoed in de jaren zestig van de vorige eeuw. Mijn biologische vader verbleef jaren in het kustgebied. In december 1963 heb ik hem leren kennen toen hij naar Diitabiki kwam voor de jaarwisseling. Hij vroeg toestemming aan Gazon Matodja om mij mee te mogen nemen naar Paramaribo voor westers onderwijs. Vanaf januari 1964 verbleef ik permanent bij mijn vader in Paramaribo. In 1965 zijn mijn ouders in Paramaribo herenigd en zijn sindsdien daar blijven wonen. Tijdens de schoolvakantie bezocht ik Gazon Matodja op Diitabiki. In 1966 werd Gazon Matodja benoemd tot Gaanman, grootopperhoofd van de Okanisi stam. Sindsdien heb ik frequent contact met hem onderhouden. Tijdens zijn bezoek aan Nederland in 1996 en in 2000 had hij mij thuis bezocht. Met medewerking van Kabiten André Pakosie had hij deze uitzondering gemaakt. Normaal gesproken brengt een Gaanman geen bezoek aan individuele burgers op een privé adres.

Geraadpleegde literatuur:

  • Het gezags- en Bestuurssysteem in het binnenland van Suriname (Mr. Hermes R.M. Libretto)
  • Gazon Matodja Surinaams stamhoofd aan het einde van een tijdperk (André R.M. Pakosie)
  • Gaama Duumi, Buta Gaama  overlijden en opvolging van Aboikoni, grootoppperhoofd van de Saramaka Bosnegers (Ben Scholtens, Gloria Wekker, Laddy van Putten, Stenley Dieko)
  • Verslag Cultuurstudies (hillary Sanches – de Bruin)

Geraadpleegde deskundigen uit de cultuur:

  • Jojo Josepina Gazon (zus van Gazon Matodja)
  • Kabiten Baaja Gazon en  Dijeke Afiko
KingbothoArtStudiO
Haverschmidtstraat 96, 2522 VT Den Haag
Mobiel: 06 57014641
E-mail: andre.mosis@gmail.com
All content including sound files & images are protected under international copyright laws, including all laws pertaining to intellectual property.
If you want to use one of the files, please contact André Mosis by email or telephone.
laatste aanpassing: 24 mei 2014