André Mosis introductiepagiana
André Mosis - Kingbotho


KIFOKO

de kleuren | de geluiden | de stappen | de bewegingen






Terug naar de beginpagina

Terug naar Kennis over de Marronkunst en - cultuur


Kifoko
DE KLEUREN    DE GELUIDEN    DE STAPPEN    DE BEWEGINGEN

De Geschiedenis

Voorwoord
In het navolgende zal ik, Noeki André Mosis "Kingbotho" in het kort aangeven hoe Kifoko zich ontwikkelde van atelier van een kunstenaar tot uiteindelijk een sociaal- culturele vereniging.
In dit overzicht zal ik mij beperken tot de eerste ontwikkelingsjaren van Kifoko 1982 tot 1989. In deze periode heb ik samen met anderen informatie over de Marroncultuur verzameld voor de vereniging ten behoeve van de Surinaamse gemeenschap.
  • Ik schrijf dit overzicht in eerste instantie voor de leden en sympathisanten van de vereniging Kifoko.
  • Ten tweede, voor studenten van de Middelbare school die informatie willen verzamelen over de ontwikkeling van Marronorganisaties in Paramaribo.
  • Ten derde, vanwege het feit dat vele Marronorganisaties die uit de aardbodem zijn verdwenen, onvoldoende- of zelfs geen schriftelijke informatie hebben achtergelaten voor het nageslacht over hun bestaan, hun doelstellingen en bewezen diensten aan de Surinaamse gemeenschap.
Voor het samenstellen van dit overzicht heb ik diverse bronnen geraadpleegd. Naast verslagen en kranten heb ik rijkelijk gebruik gemaakt van mijn eigen archief en het dagboek dat ik de afgelopen jaren heb bijgehouden. Ik was destijds werkzaam bij Cultuurstudies, een afdeling van het Directoraat Cultuur. Bij Cultuurstudies werd ik intern opgeleid en begeleid om de muziekcultuur van de Marrons te onderzoeken en in kaart te brengen. Dr. Terry Agerkop, voormalig hoofd van Cultuurstudies heeft mij ook ondersteund bij mijn zoektocht naar een manier om anderen te betrekken bij mijn culturele activiteiten. Ik heb van Terry Agerkop o.a. het nodige equipement mogen gebruiken om gesprekken en muziek op te nemen. Tevens was ik toehoorder op de Academie voor Hoger Kunst Onderwijs, waar ik in contact kwam met goed ontwikkelde kunstenaars die bereid waren mij technisch bij te staan in mijn werk.

Er was een leegte ontstaan toen André Pakosie in 1979 van Paramaribo naar het binnenland verhuisde.
De heer Pakosie richtte in 1968 de ABJO, Algemene Bosneger Jongeren Organisatie op. Sindsdien organiseerde hij evenementen waar de Marroncultuur centraal stond. Pakosie liet vooral ingewijden en cultuurkenners uit de Marrongemeenschap een belangrijke rol spelen tijdens de uitvoering van die activiteiten. Om de Marroncultuur op waardig wijze in Paramaribo te manifesteren ontwikkelde Pakosie een netwerk bestaande uit vooral invloedrijke Afro-Surinamers uit de politiek en het bedrijfsleven. In de periode toen André Pakosie zich definitief vestigde in het binnenland waren er geen vergelijkbare evenementen meer in Paramaribo waar te nemen.

Het gemis van de Marroncultuur tijdens nationale en internationale culturele evenementen, heeft ook bijgedragen aan mijn motivatie om het culturele werk op te pakken. Vanwege mijn ervaring als kunstschilder koos ik beeldende kunsten als middel om meer bekendheid te geven aan de Marroncultuur. Ik had er voor gekozen om vooral jongeren te interesseren in de Marroncultuur. Uit gesprekken met vele jongeren van Marron afkomst constateerde ik dat zij behoefte hadden aan trainingen in Marronkunstvormen, zoals muziek en dans. Gedurende de ontwikkeling van Kifoko had ik ook gebruik gemaakt van andere podia zoals, volkstheater en dramatiek. Hoewel ik in de eerste zeven jaren (1982-1988) de instigator was, is het bereikte resultaat van Kifoko voornamelijk te danken aan: het team van het eerste uur, de adviseurs, het Directoraat Cultuur en de culturele centra die Kifoko tot een nationaal bekende organisatie hebben ontwikkeld.

Inleiding
Op 25 augustus 1988 herdacht de sociaal- culturele vereniging “Kifoko” haar vijf jarig bestaan. Ter gelegenheid van dit eerste lustrum werd er een aantal activiteiten ontplooid. Het hoogtepunt was de presentatie van een jubileumverslag. Via dat verslag heeft Kifoko gepoogd haar eigen geschiedenis vast te leggen alsook de gemeenschap te informeren  over de doelstellingen. Het bestuur van Kifoko vroeg aandacht voor de elementen van de Marroncultuur die met verwatering bedreigd worden.
Van de Aukaanse cultuur wisten wij dat een deel, dat het verleden naar het heden doortrekt verwaarloosd wordt. Juist dat deel bevat veel informatie over het vroegere sociaal culturele leven. Het gaat onder andere om de “Gaansamapee”, het spel van de ouderen. Gaansamapee is een serie van muziekgenres, die meestal door volwassenen en ouderen wordt uitgevoerd bij speciale gelegenheden. Het zijn liederen die een beeld geven van het sociale leven van de Aukaners. Om deze liederen beter te begrijpen is een grondige kennis van de Aukaanse samenleving essentieel. Deze ontwikkeling moedigde Kifoko aan om naast het beoefenen en presenteren van de traditionele Aukaanse muziek en dansstijlen, ook onderzoek te doen naar de cultuuraspecten die nauw verweven zijn met de muziek. Hierbij werd gedacht aan het sociaal- culturele leven, traditionele kleding en haardrachten. Om de verkregen informatie aan een breed publiek te presenteren zou Kifoko zich toeleggen op theater. Bepaalde activiteiten en ceremoniën die normaliter plaatsvinden binnen de context van de traditionele cultuur zouden op diverse podia nagebootst worden.



Foto 01-08-1984
Van links naar rechts:
Johannes Tojo,
Kingbotho
Leo Sampai.

In het algemeen weten de verschillende bevolkingsgroepen van Suriname weinig over de cultuur van de ander. De gemiddelde Surinamer is daardoor zeer gering geïnformeerd over de Marronsamenleving in het binnenland. Juist deze onwetendheid leidt tot vooroordelen en wederzijdse discriminatie.
Ik hoop met deze samenvatting over de geschiedenis van de vereniging Kifoko, de huidige leden voldoende heb aangemoedigd om door te gaan met de ontwikkeling van alle belangrijke facetten van de verenging. Voorts hoop ik hiermee een bijdrage te leveren aan de verbetering van de culturele saamhorigheid.

André Mosis


Ontstaansgeschiedenis van Kifoko

Het atelier van de Kunstenaar Kingbotho (1982)

Na een succesvolle deelname aan een groepsexpositie in Gallery Egi Du (1981), groeide bij mij de behoefte aan een eigen atelier. Op 1 mei 1982 kwam deze wens in vervulling. Door bemiddeling van Leo Sampai, alias Tjofoni, destijds student aan het Natin (Natuur Technisch Instituut), kon ik een huis huren van zijn opa, Da- Sampai. Het leegstaande huis stond aan de Christoffel Kerstenstraat nummer 24. Dit werd mijn atelier. Ik werd enorm gestimuleerd door de sfeer in dit atelier waardoor ik ook diverse kunstwerken kon vervaardigen. Behalve schilderijen, produceerde ik ook posters, halssnoeren en bedrukte T-Shirts. Tjofoni hield zich bezig met het promoten en de verkoop van genoemde producten. Daarnaast hielden wij een dagboek bij over de gang van zaken. Het atelier werd snel druk bezocht door kunstenaars, kopers, studenten, wanbetalers en zelfs dieven. Tot de bezoekers behoorden ook bekende Surinamers o.a. George Ramdjawansing, Johan Zebeda. Zelfs de beroemde Amerikaanse kunst- promotor Dr. Semalla Lewis, redactrice en uitgeefster van het Amerikaanse tijdschrift “Black Art” nam een kijkje bij Kifoko voordat zij een bezoek bracht aan het Marrondorp Santigron.
De heer Raymond Misiedjan, toen werkzaam bij Telesur en voorzitter van de Jongeren Organisatie Toe Wan Man (ééndracht maakt macht) had eenmalig geld beschikbaar gesteld om textielverf aan te schaffen. Met de aanschaf van textielverf kon ik kwalitatief bedrukte
T-Shirts op de markt brengen. Toe Wan Man maakte ook gebruik van het atelier om te vergaderen daar zij zelf niet over een eigen ruimte beschikte.Tot de eerste schilderijen die ik hier vervaardigde behoorden: 'Kingbotho boomiki' (Kingbotho's bloemen) en “Gaanta kofi Adumasuu', de stichter van Kinsai (Kisai), het stamdorp van de Piika- Lo aan de Tapanahony.



Foto 1982:
Van links naar rechts:
Kingbotho,
het schilderij “Gaanta Kofi Adumasuu"
Leo Sampai
in Atelier Kifoko
                                             
Ik noemde het atelier Kifoko. Met Kifoko wordt aangeduid, de opbergruimte binnen een Aukaans woonhuis. In die ruimte worden de voorwerpen die in onbruik geraakt zijn voor onbepaald tijd opgeborgen.

Kifoko Productions (1983)
Een belangrijke rol in de ontwikkeling van Kifoko werd tevens gespeeld door Lobi Cognac, alias Bruya, Nkatu. Hij sloot zich definitief aan bij Kifoko op 2 mei 1983. Cognac was ook toehoorder bij de Academie voor Hoger Kunst Onderwijs met als specialisatie tekenen. Voorheen zat hij bij de Nola Hatterman Tekenschool. De vervaardigde kunstvoorwerpen kwamen op de markt onder de naam 'Kifoko Productions'. Het betrof armbanden, halssnoeren, posters, bedrukte T-Shirts, tekeningen en versierde pangi’s. Op 3 mei 1983 opende Kifoko haar stand nummer181-184 op de Noodmarkt aan de Kankantristraat. Cognac en Rene Laurens waren belast met de verkoop. Het was altijd druk bij de stand van Kifoko. De bezoekers waren voornamelijk jongeren onder de vijfentwintig jaar.


Foto 1985:
Van links naar rechts
Lobi Cognac,
Kingbotho
en Johan Willy
 

Kifoko House Band (1983)
In het atelier stond voortdurend een cassette recorder aan met Afro- Surinaamse muziek, reggae, soul, volksverhalen. Verder waren er traditionele slaginstrumenten, apintidrums etc. Op 3 juni 1983 werd een nieuwe ontwikkeling ingezet met het bezoek van een aantal jonge muzikanten van de Alekeband Clemencia, die ruim twee jaar non actief was. Dit  bezoek leidde tot een nauwe betrokkenheid van de zangers Abélé Albert Malon, alias Bote, Rudolf Anaje en de percussionist Atiye Balimoi bij Kifoko. Sindsdien hadden er regelmatig "jamsessies" plaatsgevonden, waarbij er al vroeg een muziekgroep ontstond, 'Kifoko House Band'. Op onregelmatige basis kwam de groep op zondagen bij elkaar, waarbij Aleke muziek werd beoefend. Kifoko House Band kreeg steeds meer vaste vorm. Er werd overgegaan tot de registratie van jonge Marron muzikanten, zangers en dansers.

Kifoko Garden, de geboorte plaats van de Traditionele Muziek en Dansgroep Kifoko (1983)

Begin augustus 1983 betrok ik samen met mijn echtgenote Laetitia Tojo en onze vijf kinderen het huis aan de Christoffel Kerstenstraat nr.26, dus naast het atelier. Op het erf stond ook een onbewoond bouwvallig huisjes. Dit krotje heb ik samen met Cognac en Tjofoni omgetimmerd tot activiteiten ruimte. Wij hadden de vloer verhard met cement en grind. In het midden van de tent hadden wij een gat gemaakt. Hierin hadden wij vier dikke glasplaten in de vorm van een kubus geplaatst. In die glazenkubus hadden wij lampen geïnstalleerd en vervolgens aan de elektriciteitsmeter aangesloten. Deze ruimte kreeg gauw de naam 'Kifoko Garden'. De muziekoefeningen en discussies die plaatsvonden in het atelier werden voortaan in Kifoko Garden gehouden.
Inmiddels wist ik dat mijn schoonvader, Da Tipa Tojo een bekende Apintiman en gerespecteerde masterdrummer was binnen de Paramakaanse samenleving.  Ik had hem gevraagd om jonge muzikanten te onderrichten in awasa en songe muziek. Op 25 augustus 1983 had ik hem uitgenodigd om de oefening bij te wonen. Wij hadden de eerder geregistreerde jonge muzikanten, dansers en danseressen ook uitgenodigd. Da Tipa had op zijn beurt een andere percussionist, Baa Nailibi Abani meegenomen naar de training. Mijn vraag aan Da Tipa was eigenlijk om een workshop te geven aan de jonge muzikanten. Hen stapsgewijs te laten zien, hoe de awasa en de songe muziek precies worden opgebouwd.
Da Tipa, Baa Nailibi en een bij mij nog onbekende jonge percussionist uit het binnenland, hadden gezorgd voor een flinke awasa en songe percussiespektakel. Deze show was zo uitnodigend dat mijn nicht Martha van Dijk spontaan een prachtige dans demonstreerde. Het antwoord op de dans van Martha werd tot mijn grote verrassing gegeven door mijn eigen vrouw Laetitia Tojo, van wie ik niet wist dat zij op een dergelijk niveau kon dansen. Haar dansstijl was even als die van Martha precies waar ik naar op zoek was. Dit muziekspektakel kon ik gelukkig op geluidsband vastleggen. Voor de dans was het jammer genoeg niet moegelijk aangezien wij niet beschikten over een videocamera. De oefening werd druk bezocht en het beviel iedereen. Ik had hier het voorgesteld gedaan 'Kifoko House Band' voortaan  'Traditionele muziek en Dansgroep Kifoko' te noemen. Deze datum, 25 augustus1983 wordt dan ook beschouwd als de oprichtingsdatum van de 'vereniging Kifoko'. Da Tipa kon wegens zijn werk in het binnenland niet actief betrokken blijven bij de groep. Hij bezocht de oefeningen wanneer hij kon en tijdens optredens vroeg ik hem de opening te verrichten middels de apinti. Hij communiceerde via de apinti met het publiek. Indien nodig communiceerde hij ook met de bovennatuurlijke wereld. Vanuit deze functie van Apintiman nam hij stapsgewijs ook de rol van Masterdrummer over. De jonge muzikanten van Kifoko hebben dankbaar gebruik gemaakt van zijn kennis op het gebied van de awasa, de songe en de apinti.

Kifoko organiseerde fundraisingactiviteiten in samenwerking met andere buurtorganisaties zoals, de meidengroepen Five connections, Christen Princes, Kasekoband  Rythm- Masters en Ponta Stars. In deze periode waren de gebroeders Tojo actief als DJ onder de naam Tojo’s  Intro. Zij zorgden voor de muzikale omlijsting in Kifoko Garden. Johannes Tojo, alias Janus was destijds een bekende discodanser tevens DJ. Janus toonde ook belangstelling voor Kifoko en werd ook steeds meer betrokken bij de activiteiten. Uiteindelijk kwam er een team op gang bestaande Cognac, Tjofoni, Janus, Johan Willy en ik. Wij hielden ons bezig met het werven en motiveren van jonge Marron muzikanten voor de muziekgroep. De groep kwam bij Kifoko Garden elke woensdag en zondag bij elkaar en ging zich naast de Aleke ook toeleggen op de awasa en de songe. De groep opereerde onder de naam Kifoko en ik was de artistieke leider.

Atelier en Expositie ruimte Kifoko (1984)

Het atelier waarin alles begon behield de naam Kifoko, maar in principe was het voornamelijk mijn werkplek. Daar vervaardigde ik schilderijen die in eerste instantie daar werden tentoongesteld. De Vervaardiging van Kifoko Productions ging gewoon door. Toe Wan Man vergaderde daar ook regelmatig. Met de verkoop van producten op de markt ging het bergafwaarts vanwege veelvuldig verzuim van de directe verantwoordelijken. De huur van het atelier werd opgezegd i.v.m. verbouwingswerkzaamheden. De zakelijke huurovereenkomst werd in november1984 beëindigd en ik had mijn teken- en schilderbenodigdheden overgebracht naar mijn woonadres. De verkoopstand van Kifoko op de markt werd rond die periode ook definitief gesloten. Kifoko, het atelier van de kunstenaar Kingbotho heeft bestaan van mei 1982 tot 1984.

'Kifoko' Bureau Kunst en Cultuur van de Jongere Organisatie Toe Wan Man (1984)

Al enkele keren is de jongeren organisatie Toe Wan Man ter sprake gekomen. Gezien de speciale relatie tussen deze organisatie en Kifoko is het nodig hier nader op in te gaan.
Toe Wan Man is op 7 april 1980 opgericht op initiatief van André Mosis en Paul Abena. Tot voorzitter werd gekozen Raymond Misiedjan. Toe Wan Man zou zich onder meer toeleggen op de ontwikkelingsproblematiek van het binnenland. De eerste 4 jaren beschikte Toe Wan Man niet over duidelijke structuren en een eigen adequate ontmoetingscentrum. Er werd thuis bij de individuele leden vergaderd, maar sinds het bestaan van het atelier werd er ook vaak gebruik van gemaakt. Aangezien Leo Sampai en ik beiden lid waren van Toe Wan Man vormde het geen enkel probleem. In het atelier werden o.a. de statuten van Toe Wan Man geformuleerd. Toe Wan Man had inmiddels een aantal bureaus bedacht waaronder één voor kunst en cultuur. Leden van de muziekgroep Kifoko zouden belast worden met de bemanning van dit bureau, eerst André Mosis en vervolgens Leo Sampai als voorzitter. Deze vermenging van functies zou aanleiding geven tot problemen.

De proclamatie van Toe Wan Man ging gepaard met de viering van haar vierjarig bestaan op 7 april 1984 in PWB (Paranam Werknemers Bond) aan de van ’t Hogerhuysstraat. Tijdens deze zogenaamde 'Kulturu konmakandra' trad de muziekgroep Kifoko op voor het eerst met een grote groep die zowel Aleke, awasa en songe ten gehore kon brengen. De traditionele muziekgroep Denku o.l.v. Anikel Awagi en Masoewa o.l.v. Thomson Joekoe zorgden ook voor grote muziek en dansspektakel. De opkomst was bijzonder en het geheel was een groot succes.

Het breekpunt tussen Kifoko en Toe Wan Man (1985)

Tijdens een evaluatie bijeenkomst van Toe Wan Man in Moengo begin 1985, waarbij leden van Kifoko door omstandigheden niet aanwezig konden zijn, werd er een resolutie aangenomen die stelde dat Kifoko, de officiële naam zou worden van het bureau kunst en cultuur van Toe Wan Man. De muziekgroep Kifoko zou alleen nog op voordracht van Toe Wan Man mogen optreden. Deze resolutie vormde het breekpunt tussen beide organisaties. De leden van de muziekgroep Kifoko weigerden om langer in een afhankelijke positie ten opzichte van Toe Wan Man te verkeren.

Advies (1985)

Om de onenigheid die toen ontstond te beslechten vroeg ik advies bij André Pakosie en bij Mr. André Naarden. André Pakosie is deskundig op het gebied van de Marroncultuur en heeft veel ervaring met Marronorganisaties. Mr. André Naarden was destijds Politicus en gaf o.a. politieke scholing bij PNR (Partij Nationalistisch Republiek). Als sympathisant van P.N.R. volgde ik ook bij hem de politieke scholing.
  • André Pakosie adviseerde dat ik mij moest terugtrekken bij Toe Wan Man en dan een vereniging voor Marronkunstenaars oprichten onder de naam Kifoko.
  • André Naarden, stelde voor dat beide partijen (Toe Wan Man en Kifoko) nogmaals moesten gaan praten. Mocht het niet lukken dan zou een intermediair ingeschakeld moeten worden. Als dat niet zou lukken, moest er een werkgroep samengesteld worden om structuren aan te dragen voor de verdere ontwikkeling van Kifoko.
Het kwam erop neer dat beide adviseurs mij kwalificeerden als de persoon, die de jonge muzikanten en beeldend kunstenaars nieuwe perspectieven zou kunnen bieden om zich verder te ontwikkelen.
Ik werd van alle kanten gesteund om verdere actie te ondernemen. Uiteindelijk heb ik een werkgroep samengesteld met de volgende personen: Robbie Alfaisie, Lando Akroemang, Saiwinie Maria Dewini, Madeleine Boodoe, Johan Willy en Kwamina Tawo.



Foto 07-06-1985:
Van links naar rechts:  
Frits Dikan,
Madeleine Boodoe,
Johannes Tojo,
Lobi Cognac,
Leo Atomang,
Lando Akroemang,
Johan Willy
en Kwamina Tawo

1e Huisvesting Kifoko(1985)
Door bemiddeling van André Naarden kon Kifoko een kleine kantoorruimte huren aan de Laat en Dadelstraat in het Wie Na Wie Gemeenschapscentrum. Eerst moest er een goed gesprek gevoerd worden met Pa-Sam, de geestelijke vader van Wie Na Wie, die uiteindelijk het groene licht gaf. Op 1 april 1985 verhuisde Kifoko naar het nieuwe pand. In dit centrum repeteerde de groep en wij gebruikten de grote evenementenruimte voor lezingen en exposities. De huur van honderd gulden per maand werd aanvankelijk door Kifoko betaald en werd tijdelijk overgenomen door Stichting Volkshuisvesting. De vereniging groeide naar 56 actieve leden inclusief muzikanten. De publieke belangstelling nam ook toe. Mede door deze ontwikkelingen schreef de werkgroep een bestuursverkiezing uit.

Bestuursverkiezing (1985)

Op 5 mei 1985 vond de stemming plaats, waarbij de volgende personen werden gekozen:

André N. Mosis
Lando AKroemang
Johannes C. Tojo
Robbie Alfaisie
Leo N. Atomang
Saiwinie M.Dewinie
Albert Malon
Jacobus N. Tojo
Lobi I. Cognac
voorzitter
ondervoorzitter
1e secretaris
2e secretaris
1e penningmeester
2e penningmeester
commissaris
commissaris
commissaris

Doelstelling van Kifoko
De sociaal- culturele vereniging Kifoko stelt zich ten doel de Bosnegerculturen in Suriname te onderzoeken, bestuderen, documenteren en uit te dragen. Sinds 1987 is het begrip Bosnegercultuur vervangen door Afro- Surinaamse cultuur. Overigens werd het begrip Marrons gebezigd i.p.v. Bosnegers.

Adviseurs

Als adviseurs werden de volgende personen bereid gevonden:
  • André M. Pakosie, adviseur voor culturele zaken en documentatie
  • Mr. André  Naarden, juridisch adviseur en huisvesting
  • Da Tipa Tojo, adviseur voor ontwikkeling van de Gaansama Pee
Commissies
Naast het bestuur en de adviseurs hadden wij ook een aantal commissies ingesteld m.n.
  • Motivatiecommissie
  • Verificatiecommissie
  • Voorlichtingscommissie
  • Documentatiecommissie
De commissies van Kifoko.
Gezien het bijzondere karakter van de commissies zal ik de taken die deze hadden in het kort toelichten.

De motivatiecommissie

werd ingesteld om een aantal redenen die samen hangen met de specifieke sociaal- culturele achtergronden van de Marrons. Het Westers type bestuursorganisatie bleek in de praktijk problemen op te roepen. Dit hangt samen met het functioneren van de verwantschapsrelaties bij de Marrons, waarbij de familie ('ooms en tantes') het recht heeft om jeugdige familieleden ('zusterskinderen') te verbieden deel te nemen aan bepaalde activiteiten.
Dit kan zelfs het bezoeken van een middelbare school of de universiteit betreffen. Een ander probleem dat hiermee samenhangt betreft de hiërarchische structuur binnen dergelijke verenigingen. Is de voorzitter bijvoorbeeld jonger dan bepaalde leden, dan dient hij hen zeer voorzichtig en met gezag te benaderen. Als hij dat niet doet, kan hij gemakkelijk beschuldigd worden van brutaliteit. Een bekende uitspraak hierbij is “Y' e pee bakaa” (Je gedraagt je als een westerling) en “Yu gaan nengee”(Je bent brutaal). Door die houding  van oudere leden worden jongere bestuursleden ernstig belemmerd hun werk naar behoren te doen. De motivatie commissie heeft onder het thema "Gaansama sapaten" ouderen avond georganiseerd om dergelijke problemen te bespreken.

Verificatiecommissie

De verificatiecommissie controleerde de inkomsten en uitgaven van de vereniging. Tevens hadden de leden een coördinerende functie in adhoc projecten.

Voorlichtingscommissie

De voornaamste taak van de voorlichtingscommissie was, het verschaffen van voorlichting aan belanghebbenden over de activiteiten van kifoko en het onderhouden van contacten met bepaalde instanties en diverse personen. Deze commissie bereidde ook educatieve bijeenkomsten voor.

Documentatiecommissie

De documentatiecommissie moest boeken, verslagen en krantenartikelen over de Marroncultuur verzamelen. Deze commissie archiveerde ook alle geluidsopnames van oefeningen, optreden en gesprekken.  

Verwarring

Algauw ontstond er verwarring binnen de 2 commissies.
Een prominent lid van de voorlichtingscommissie kwam bij mij klagen dat collega's van de documentatiecommissie van hen het werk afpakken. De leden van de documentatiecommissie vonden ook al dat de voorlichtingscommissie zich te veel bemoeide met hun werk en ook te veel zeggenschap wilde hebben over het documentatiemateriaal. Om een einde te maken aan deze situatie had ik de beide commissies gefuseerd onder de naam commissie voorlichting en documentatie. Gebleken is dat die zelfde mensen heel goed konden samenwerken in die  commissie.

Exposities “Revolutie in de Surinaamse kunstgeschiedenis” deel I, 25-08 tot 02-9-1985.

In verband met het tweejarige bestaan van de vereniging Kifoko werd deze tentoonstelling georganiseerd. De achtergrond gedachten van deze expositie was een protest tegen het cultuurbeleid (een 'politieke statement'). In cultuurbeleidsstukken werden de kunstvormen van de Marrons onderbelicht of zelf geheel weggelaten.
Het begrip Afro-Surinaamse kunst was voor sommige beleidsmakers synoniem voor Creoolse kunst. Dit gold ook voor begrippen als, Afro-Surinaamse muziek, Afro-Surinaamse gerechten, Afro-Surinaamse klederdracht, Afro-Surinaamse cultuur en zelfs Afro-Surinamers. Ik was daar niet mee eens. Tijdens diverse lezingen en debatten in het kader van de aangekondigde vernieuwingen, waar het cultuurbeleid onderdeel van vormde, liet ik mijn kritische mening horen. 'Revolutie in de Surinaamse kunstgeschiedenis' was een toepasselijke titel in deze periode. Ik had de tentoonstelling voorbereid samen met Lobi Cognac, Maria Dewinie, Pakira Kani, Johan Willy en mevrouw Adipi uit het district Brokopondo.Het was een verzameling van schilderijen, tekeningen, foto's, beeldhouwwerken, kunstnijverheidsproducten,boeken,Marrongebruiksvoorwerpen en traditionele klederdrachten. De tentoonstelling werd gehouden in het Wie Na Wie Cultureel Centrum van 25 augustus tot 2 september 1985. Het werd druk bezocht en kreeg ook aandacht van de politiek. Onder de gasten behoorden hoge politieke functionarissen, hoge ambtenaren van het Ministerie van Onderwijs, Wetenschappen en Cultuur en hoge militaire functionarissen. In ieder geval, de Assemblee voorzitter Riek Aron, Minister laurens Neede van Justitie en Politie en mevrouw Alexander Vanenburg, onder directeur van het directoraat Cultuur waren er aanwezig.
Er werd met veel bewondering gekeken naar de tentoonstelling vooral de klederdrachten van mevrouw Adipi trokken veel aandacht. Haar werk bestond uit geborduurde pangi’s, kamisa’s, bandya koto (schouderdoeken), wandkleden, tafelkleden, beddenlakens, kussenslopen en zakdoeken.
De opzet van de expositie was geslaagd. Het heeft iets losgemaakt bij diverse invloedrijke politici. Tijdens de discussies die later gevoerd werden over Afro-Surinaamse kunst, hebben de functionarissen die deze tentoonstellingen zagen opmerkelijk hun toon aangepast. Ik denk dat ik mede door deze expositie gevraagd werd om deel te nemen aan de culturele activiteiten van het Directoraat Cultuur, onder het motto 'Eenheid door Cultuur'. De Afdeling Culturele Betrekkingen organiseerde deze culturele activiteiten op diverse podia om de eenheidsgedachten bij de diverse bevolkingsgroepen te versterken. Ik kreeg vroegtijdig informatie over de voornemens van het Directoraat Cultuur. Zodoende kon ik invloed uitoefenen en de Marrons op diverse podia te plaatsen. Met deze ontwikkeling kreeg Kifoko de wind mee. Mede door de vele optredens slaagde Kifoko erin, anderen te overtuigen dat:
  • Het begrip Surinaamse kunst misleidend is, tenzij dit de totale kunst gebeuren in Suriname omvat.
  • Kunst de mogelijkheid biedt aan individuen, groepen en gemeenschappen om de cultuur zichtbaar te maken;
  • Creativiteit leidt tot het allerhoogste niveau van alle cultureel leven, en dat
  • Creativiteit een noodzakelijke voorwaarde is voor de ontwikkeling van de cultuur.
De vervolgexpositie Revolutie in de Surinaamse kunstgeschiedenis, deel II werd gehouden in OASE zwembad en Recreatie Park te Zorg en Hoop. Het betrof een eendaagse expositie van schilderijen en Marron- kunstnijverheidsproducten. Kifoko verzorgde ook muziek en dans optredens tijdens deze manifestatie.

Cursus Amateur toneel van de Nationale Toneel Federatie 5 februari tot 16 maart 1986

Via Roy Danradj, destijds theatermaker bij het theatergezelschap MOFO en Cees Verpoort, toen werkzaam op de afdeling Drama van het Directoraat Cultuur, kwam ik in contact met de Nationale Toneel Federatie (NTF). Vervolgens had ik gesproken met Charda Ganga, destijds studente op de universiteit en ook betrokken bij de NTF. Langs deze weg kregen leden van Kifoko theater trainingen in spel en regie. Om kennis te maken met theater in de praktijk had ik Pandiet Ramdew Raghoebier (theatermaker) als eerste bereid gevonden om Kifoko te begeleiden. In een later stadium had ik een beroep gedaan op Wilgo Baarn, Eartha Silos en Henk Tjon. Door deze deskundigen werd Kifoko in het eerste uur begeleid op theatergebied. Eartha Silos reisde enkele keren mee met Kifoko naar het buitenland.

Kifoko op non actief als gevolg van de binnenlandse Oorlog (1986)
De binnenlandse oorlog tussen het Nationale Leger en het Jungle Commando die op 21 juli 1986 uitbrak heeft Kifoko niet onberoerd gelaten. Een aantal leden dat op vakantie in het binnenland vertoefde zag geen mogelijkheid om terug te keren naar de stad. Een ander fenomeen dat ons parten speelde was de tweekamp die ontstond tussen sympathisanten van het Nationale Leger o.l.v. Desi Bouterse en aanhangers van het Jungle Commando o.l.v. Ronny Brunswijk. Ondertussen waren sommige leden van Kifoko ook trouwe beroepsmilitairen bij het Nationale Leger en weer anderen prominente 'frontline strijders bij het Jungle Commando. Binnen de gelederen van Kifoko waren er ook aanhangers van beide partijen. Gelukkig hebben zij zich afzijdig gehouden van geweld en partijdige uitspraken in het openbaar.
Als gevolg van de razzia's die door het Nationale Leger werd gehouden, stelde het bestuur de vereniging soms gedurende enkele weken op non- actief. Men beperkte zich tot noodzakelijke oefeningen en discussie middagen. Het bestuur en overige prominenten hebben alles aan gedaan om de ontwikkeling van bepaalde zaken door te laten gaan. Met de instelling van de avondklok en het verbod op samenscholing konden de in Paramaribo aanwezige leden ook niet meer normaal de wekelijkse oefeningen bijwonen. Het aanwezige publiek tijdens onze presentaties liet het noodgedwongen ook afweten. Vergaderingen en zangoefeningen werden bij mij thuis gehouden. Ouders hielden terecht hun kinderen thuis. Deze ellendige situatie zou duren tot december 1986. In het voorjaar 1987 hervatte Kifoko haar activiteiten weer in het Wie na Wie Gemeenschapscentrum.

2e Huisvesting Kifoko (1987)

Met medewerking van Rudie Botse verhuisde Kifoko op 3 maart 1987 naar NAKS (Na Arbeid Komt Sport) aan de Thomsonstraat, alwaar wij 2 keer per week trainden: woensdag en zondag van 16.00 – 18.00 uur. Rudie Botse was de voormalige voorzitter van NAKS. Tijdens een delegatie in het buitenland had ik hem gepolst over mogelijke huisvesting van Kifoko in het NAKS hoofdkwartier. De periode van ruim een jaar bij Naks kan gezien worden als een belangrijke fase in de ontwikkeling van Kifoko. Naast muziek en dans werd er ook aandacht besteed aan theater. Hier heeft de groep samengewerkt met onderzoekers en deskundigen op het gebied van cultuur zoals, Dr.Terry Agerkop, voormalig hoofd van Cultuurstudies, professor Dr. Kwasie Adounum uit Ghana, Frans Oliviera en Kwasie Koorndijk. Tevens werden er talenten gekoesterd. Sprekende voorbeelden zijn José Tojo, Georgio Mosis en Boyke Tojo.

3e Huisvesting Kifoko (1988)

Ik had gesproken met de heer Texeira, toenmalig directeur van Theater Thalia om eventueel gebruik te maken van de dansstudio van het theater. Ik kende de heer Texira al eerder toen ik 1984 in Thalia mijn schilderijen exposeerde onder de titel 'MI WROKO'. Die expositie trok veel media aandacht, televisie, kranten en radio. Hij was zeer nieuwsgierig naar mijn gedrevenheid. Toen ik hem vertelde over de plannen van Kifoko reageerde hij enthousiast. Hij verklaarde dat hij weinig wist over de Marroncultuur. Desondanks vond hij dat jonge Marrons de kans moeten krijgen om zich te ontwikkelen op het gebied van kunst, met name theater. Volgens Texira was de drempel te hoog voor de Marrons om activiteiten in Thalia te bezoeken, des temeer om daar activiteiten te organiseren. Hij prees mij voor de gedurfde stap. Texira wilde een bijdrage leveren aan mijn initiatief door Kifoko ruimte te bieden in het gebouw van Thalia. Hij vroeg zich af of Kifoko ooit met een toneelstuk de zaal vol krijgt. Voor hem was dan het doel bereikt. Begin 1988 verhuisde Kifoko naar theater Thalia. Hier hebben wij voor weinig geld onze muziekinstrumenten, administratie en toneelbenodigdheden geherbergd. Kifoko telde in die periode 158 geregistreerde leden. De muziek- en dansgroep bestond toen uit 35 artiesten.

De bestuursformatie tijdens het 1e lustrum

Al hoewel er enkele malen mutaties hebben plaatsgevonden binnen zowel het hoofdbestuur als de commissies heeft deze structuur naar mijns inziens de eerste vijf jaren goed gefunctioneerd.
Op de dag van het eerste jubileum op 25 augustus 1988 zag de structuur van Kifoko er als volgt uit:
  • Hoofdbestuur
  • Verificatiecommissie
  • Documentatie en voorlichtingscommissie
  • Motivatiecommissie
Het bestuur:

Voorzitter
Ondervoorzitter
1e secretaris
2e secretaris
1e penningmeester
2e penningmeester
Commissarissen
N.A. Mosis
S. Dewinie
J.C. Tojo
P. Tojo
E. Lante
J. Tojo
Bainga Galimo/ Georgio Mosis 

       

Hoogtepunten
Ik wil vermelden dat het hierbij gaat om de hoogte- en diepte punten die gemeten zijn vanaf het eerste uur tot het zevenjarig bestaan van de sociaal culturele vereniging Kifoko. Inmiddels herdacht Kifoko op 26 augustus 2006 haar 23 jarig bestaan. Voor de volledigheid zou het goed zijn als de betrokkenen die mij hebben opgevolgd dit overzicht zouden willen aanvullen door bijvoorbeeld zelf te schrijven. Zij zouden daarbij gebruik kunnen maken van de door henzelf verzamelde informatie, foto's, geluid en beeldmateriaal. Zoals gebleken is, ontwikkelde Kifoko zich in de eerste vijf jaren tot een bekende en belangrijke culturele organisatie. Dit blijkt uit de talrijke activiteiten die in deze periode zijn ontplooid, in zowel Suriname als daarbuiten, en uit de positieve reacties hierop. Voor de duidelijkheid deel ik de hoogte punten in:
  • Muziek en Danspresentaties
  • lezingen
  • Exposities
  • Seminars en congressen
  • Nationaal culturele evenementen
  • Internationaal culturele evenementen
  • Publicaties
  • Voorlichting
  • Scholing
  • Toneel
  • Rapportage
  • Documentatie
  • Onderzoeksprojecten
  • Samenwerking
Muziek en Danspresentaties
Kifoko heeft optredens verzorgd bij verschillende gelegenheden, zoals de verwelkoming van belangrijke gasten uit binnen en buitenland, ter afsluiting van nationale en internationale conferenties. Hieronder volgen de belangrijkste optredens in 1985 en 1986.
  • De opening van de Olade conferentie in Torarica.
  • De ontvangst van het comité 17 november i.v.m. internationale studentendag.
  • De ontvangst van de Belgische delegatie in de VOS.
  • De ontvangst van de Braziliaanse hoge militaire autoriteiten in de VOS.
  • De inauguratie van de president van de Republiek Suriname.
  • De verwelkoming van de Vice- President van India op luchthaven Zanderij.
  • Muziekopvoering in Stichting Matagauri voor een delegatie uit India.
  • Muziekopvoering in Hotel River Club in verband met de 40e conferentie van de Yaycees.
Kifoko heeft in 1985 en 1986 in totaal 52 optredens verzorgd. Dat is gemiddeld 1 optreden per week.

Lezingen
  • De Aukaanse religie op 6 juni 1985 door André Pakosie; dichter, schrijver, historicus en natuurgeneeskundige. Tijdens deze druk bezochte lezing presenteerde Pakosie de structuur van de winti. Sindsdien is de heftige discussie over winti opgang gekomen. Andere organisaties zoals, Stichting Krabasi hadden de voetsporen van Kifoko gevolg. Ook zij hebben André Pakosie uitgenodigd voor lezingen.
  • De rol van de Aukaners in de binnenlandse oorlog is op 27 juni ingeleid door Hugo Essed; schrijver van het boek “De Binnenlandse oorlog in Suriname 1613- 1793”.
  • De toekomstperspectieven van de Marroncultuur in Suriname door André Mosis en Drs. Chris Healy M.Sc. Antropoloog verbonden aan de A. de Kom Universiteit.
  • Muziek als communicatiemiddel tussen de mensen en de bovennatuurlijke wereld, door André Mosis in het Diaconessenhuis (12-05-’88). Deze lezingen zijn op geluidsband opgenomen.
  • Volwassenwording van een Aukaans meisje door André Mosis.
  • “Beat and Rythm” door André Mosis in samenwerking met het Cultureel Centrum Suriname (CCS) en de Indiase Ambassade.
Participatie van Kifoko's beeldendkunstenaars in Nationale en Internationale exposities.
  • De expositie i.v.m. het bezoek van Mr. M’ Bow van de O.A.S. in Suriname in Ons Erf
  • De expositie in Washington DC. Het schilderij met als titel “Kifoko” was gedurende 18 maanden op tournee in Amerika en Hong Kong. Na terugkeer heeft de Staat dat schilderij gekocht en opgenomen in de Staatscollectie.
Seminars en Congressen
  • “Hoe bouwen wij aan een betere Suriname”, georganiseerd door Naks in de Volkshogeschool te Lelydorp op 18 en 19 januari 1986.
  • Regionale en nationale jongeren congressen, georganiseerd door Directoraat Jeugdzaken, gehouden in Naks Volkshogeschool en in Hotel River Club te Leonsberg.
  • Inter Caribische Jongeren Manifestatie, gehouden in Cayenne, Frans Guyana van 8 t/m 13 februari 1986.
  • Wereld Festival voor Jongeren en studenten, gehouden in Moskou, Rusland van 27 juli t/m 3 augustus 1985.
Nationaal en internationaal culturele evenementen
  • De 4e Nationale Productie Beurs.
  • Onderwijs Beurs 1985.
  • De emancipatievieringen.
  • Viering10 jaar Staatskundige onafhankelijkheid 1985.
  • Viering vijf jaar Revolutie Van de Republiek Suriname 1985.
  • Historische optocht: in februari en in november 1985.
  • Het culturele Festival der Guyana’s van 15 t/m 22 april 1985.
  • FESTAC in Guadeloupe van 28 juli t/m 8 augustus 1986.
  • Internationaal Folkloristisch Festival gehouden in 6 steden in Frankrijk van 10 t/m 21 juli 1986.
  • Viering 150 jaar afschaffing slavernij in Guyana van 26 juli t/m 8 augustus 1988.
  • FESTAC in Guadeloupe van 12 t/m 24 juli 1989.
 Publicaties
  • Met medewerking van Kifoko heeft de Nationale Jongeren Beweging (NJB) het artikel Aleke in opmars gepubliceerd in het maandblad TUKA, 3e jaargang no.1, november 1985. De documentatiecommissie heeft een van de kleurenfoto’s voor de omslag van dit blad verzorgd.
  • Er zijn twee videofilms gemaakt van optredens van de dansgroep waarvan er één in het bezit is van Mr. A. Naarden.
  • Een aantal interviews is afgestaan aan de diverse media: Radio, Kranten en Televisie.
  • Medewerkers van de Caribbean Desk van de Nationale Voorlichtingsdienst (NVD) bezochten het Kifoko informatiecentrum aan de Laat en Dadelstraat, waarbij informatie werd verschaft over het Afaka-schrift. Naar aanleiding van dit bezoek verscheen het artikel alfabetisatie in Suriname: Een ander verhaal (p.100- 105) in het boek 'Suriname a corner stone'. Het boek is in 1985 door de NVD in Paramaribo uitgegeven.
  • Artikelen in de West en de Ware Tijd.
  • Artikelen over de “bakakyoo pee”, in Kàla, 3 (1988), no.1
  • Video- opname van het dansdrama “Salika”(begin maar opnieuw)
  • Video- opname van het dansdrama Baké (heupbewegingen)
Voorlichting en scholing
Kifoko heeft veel gedaan aan training en voorlichting, zowel intern, voor eigen leden als extern, naar de gemeenschap toe. De wekelijkse trainingen vonden plaats op woensdag en zondag van 16.00 uur en 18.00 uur. Op zondag werden er muziek trainingen verzorgd en op de woensdag kadertrainingen. De vereniging heeft een voorlichtingsbijeenkomst georganiseerd in samenwerking met Stichting Lobi. Deskundigen werden uitgenodigd om Marronjongeren voorlichting te geven over seksualiteit, voorbehoedmiddelen en geslachtsziekten. De inleidingen werden goed onderbouwd en ondersteund met films. Kifoko heeft ruim deelgenomen aan diverse voorlichtingsbijeenkomsten van andere organisaties en instanties.

Toneel
In samenwerking met de afdeling “Drama” van het MINOWC en de Toneelfederatie heeft Kifoko tweemaal meegedaan aan toneelopvoeringen in Thalia, namelijk in 1985 en in 1987. De vereniging heeft twee toneelproducties gemaakt en uitgevoerd. Salika en Bake. Salika (begin maar opnieuw) is met medewerking van het Directoraat Cultuur in Georgetown opgevoerd i.v.m. 150 jaar afschaffing slavernij in Guyana. In september en oktober 1988 werd Salika in Thalia gespeeld voor het Surinaamse publiek.
  • Bake (combinatie van heupbewegingen), is in Guadeloupe opgevoerd. Verder werd Bake nog een paar keren opgevoerd i.h.k.v. het Thalia Alakondre festival vanaf juni t/m december 1989.
Rapportage
Aan elk project waaraan de vereniging deelnam werd er een commissielid aangewezen om verslag te maken. Met de informatie van deze verslagen werd het uiteindelijke jaarverslag samengesteld. Het bestuur kreeg hierdoor een duidelijk beeld van de afzonderlijke bijdragen van de diverse commissies. Daarnaast hield ik een dagboek bij waarin ik bijna alles noteerde.
Dit raadde ik anderen ook aan om te doen.  

Documentatie

Kifoko heeft sinds haar bestaan geprobeerd te beschikken over een informatiecentrum, waarbij zij documentatie bijhoudt en voorlichting verstrekt aan o.a. studenten. De vereniging documenteert foto’s, slides, traditionele kledingstukken, boeken, verslagen, cassette bandjes met traditionele muziek en videobandjes met muziek en interviews.

Onderzoeksprojecten
Het belangrijkste streven van Kifoko is het onderzoeken, bestuderen, documenteren en uitdragen van de Afro- Surinaamse Cultuur.
Vooral de culturele aspecten die dreigen verloren te gaan tracht zij te beschermen. Met dit doel had de vereniging in maart 1984 het initiatief genomen om de traditionele Aukaanse muziek te onderzoeken. Dit project behoorde tot één van haar lange termijn projecten. In mei 1985 is de vereniging van start gegaan met het project onderzoek naar de traditionele Marronhaardrachten. Er werd een aantal workshops over haardrachten verzorgd o.l.v. Maria Dewini in het Gemeenschapscentrum Wie Na Wie. Het onderzoeksteam had onder mijn leiding veldwerk verricht in het district Marowijne. Het Medisch- en Cultureel Centrum Sabanapeti werd meermalen bezocht. Tijdens deze werkbezoeken zijn er gesprekken en muziek op geluidsband opgenomen en werden er foto's gemaakt. In het district Brokopondo bracht Kifoko een bezoek aan de dorpen Marchall (kreek) en Alasbaka. Dit gebeurde in samenwerking met de plaatselijke organisatie M.A.J.O. en de dorpsbewoners.
Onder het motto “Culturele Verkenningen”, organiseerde Kifoko, uitstapjes naar de districten om in contact te treden met regionale organisaties. Op 3 februari 1985 werd het Marrondorp Santigron bezocht, waarbij er gesprekken zijn gevoerd met het dorpsbestuur en overige notabelen. Wij kregen informatie over de ontstaansgeschiedenis van het dorp, de sociale structuren en uiteraard muziek en dans.
Een zeer belangrijk project in het kader van culturele verkenningen was, het bezoek aan Langetabbetje onder auspiciën van het Directoraat Cultuur vertegenwoordigd door André Pakosie, destijds coördinator van Cultuur in Marowijne. Op 7 en 8 april 1985 was Kifoko te gast op Langetabbetje. Hoogte punten van dit bezoek waren de ontmoeting met Granman Cornelis Forster en het optreden van een regionale muziekgroep “AGI PRISIRI”. Deze culturele uitwisseling werd zeer positief ervaren door betrokkenen. Kifoko had ook projecten gepland voor Nickerie, Sipaliwini, Commewijne, Para en Coronie. Van de geplande projecten was een Aleke festival prioritair. Het organiseren van culturele bijeenkomsten en het uitbreiden van de “Gaansama Sapaten” stonden bovenaan op de prioriteitenlijst.
Zoals eerder vermeld heeft Kifoko onderzoek naar, traditionele Aukaanse muziek en dansstijlen, -klederdrachten en - haardrachten. In het kader van deze verkenningen is het Kifoko niet gelukt voldoende informatie te verzamelen. Op basis van het verkregen verzamelde materiaal hebben bepaalde leden door middel van interviews informatie verstrekt aan belanghebbenden.

Samenwerking

Kifoko heeft gedurende haar ontwikkeling samengewerkt met andere organisaties in de vorm van adhoc projecten en op basis van uitwisselingsprogramma’s. Naast overheidsinstanties, overkoepelende organisaties, onderhield Kifoko contact met andere culturele organisaties. Het zou irreëel zijn wanneer ik onderstaande instanties en organisatie niet zou benoemen in dit overzicht.
  • Het Directoraat Cultuur
  • S.N.J.A.
  • Jeugdzaken
  • NAKS
  • Wie Na Wie
  • Thalia
  • N.J.B.
  • O.C.O.B.
  • M.A.J.O.
  • CCS
  • Denku
  • Mofina Brasa
  • Manda’84
  • Masuwa
  • Toe Wan Man
Kifoko heeft gepleit voor permanente samenwerking op zowel regionaal als nationaal niveau.
Sinds juli 1988 maakt Kifoko deel uit van de Federatie van Organisaties voor het
Binnenland (FBO).

Vertrek uit Suriname

Vanwege de politieke onrust in Suriname ben ik in 1990 naar Nederland vertrokken.
Mijn voornemens om het land te verlaten heb ik in een vergadering verteld aan het bestuur en vertegenwoordigers van de commissies. De leden hebben geschokt gereageerd. Daarbij werd de vraag gesteld, ' wie mij zou opvolgen?' Op deze vraag had ik een tweeledig antwoord gegeven: 'er zal een bestuurlijke verandering plaatsvinden' en een nieuwe artistieke leider moet ontwikkeld worden. Voor die functie zou ik niemand zomaar benoemen.
  • "Men kan schuiven binnen het bestaande bestuur of nieuwe bestuursverkiezingen uit schrijven".
  • "De functie van artistiek leider moet gaan naar een ambitieuze persoon die ook de kwaliteiten voor wil ontwikkelen".
KingbothoArtStudiO
Haverschmidtstraat 96, 2522 VT Den Haag
Mobiel: 06 57014641
E-mail: andre.mosis@gmail.com
All content including sound files & images are protected under international copyright laws, including all laws pertaining to intellectual property.
If you want to use one of the files, please contact André Mosis by email or telephone.
laatste aanpassing: 10 mei 2014