André Mosis introductiepagiana
André Mosis - Kingbotho


Ontwikkelingsstadia van de Marronkleding





Terug naar de beginpagina

Terug naar Kennis over de Marronkunst en - cultuur


Ontwikkelingsstadia van de Marronkleding ©
André Mosis

Na de vrede van 1760 kregen de Marrons de vrijheid om duurzame leefgemeenschappen te stichten. Een duidelijke taakverdeling tussen mannen en vrouwen kwam aan de orde. Ook op het gebied van kunstnijverheid waren de taken verdeeld. Diverse kunstvormen van de Marrons kwamen in ontwikkeling. Vrouwen hebben zich vooral bezig gehouden met het bewerken van kalebassen, kleding en accessoires. Mannen hebben zich bezig gehouden met de bouw, het maken van gebruiksvoorwerpen voor de vrouw, vervaardigen van muziekinstrumenten en houtsnijwerk. Culturele uitwisseling tussen de Marrons en de Indianen kwam opgang. Er was sprake van wederzijdse beïnvloeding.

In deze korte samenvatting over de klederdrachten van de Marrons zal ik nadruk leggen op de ontwikkeling van de pangi. Voor wetenschappelijke- en algemene informatie over de ontwikkeling van diverse Afro- Surinaamse kleding, verwijs ik naar de volgende boeken:
  • Let them talk, Mededelingen van het Surinaams Museum - oktober 1988 nummer 43(2e druk1993) auteurs: Drs. Laddy van Putten en Janny Zantingen
  • Koto's en Angisa's 1987, auteur Ilse Henar-Hewitt
  • Siboga jaargang 7 nr.1, Tijdschrift voor Bosneger cultuur en geschiedenis...De bosnegerklederdracht, een artikel van André Pakosie.
Vier belangrijke categorieën van de Marronkleding
  • A. Busiman-koosi: verzamelnaam van diverse klederdrachten die gemaakt zijn van ruw materiaal (boombasten, bladeren, gras, rieten en lianen)
  • B. Wenti-koosi / Gadu-koosi: religieuskleding
  • C. Poolo-koosi: uitgaanskleding
  • D. Baakaman-koosi: rouwkleding
Busimankoosi
De Marrons gebruikten boombasten, lianen, gras, rieten, palmen, paalu en katoen voor het vervaardigen van kledingstukken. Deze klederdrachten werden busiman-koosi genoemd.  

Wenti koosi /Obia koosi
Wenti's zijn de geesten die horen bij de verschillende pantheons. Zij onderhouden het contact tussen mensen en de bovennatuurlijke wereld. Iemand die in het bezit is genomen van een wenti wordt wenti-man genoemd. Het medium trekt een bepaalde kleding aan wanneer hij/zij praktiseert. In de traditionele Marrongemeenschappen kent men de volgende religieusklederdrachten: Kumantiwenti-koosi, Papawenti-koosi, Ampukuwenti-koosi, Jookawenti koosi, Kunu koosi, Poolo koosi, Baakaman koosi 

Poolo-koosi

In de Marrongemeenschappen heeft de pangi zich ontwikkeld van uit de poolo-koosi.Poolo-koosi betekent uitgaanskleding. Het begrip poolo echter is veel ruimer.Poolo betekent trots, blij zijn, animeren, aansporen, aanmoedigen, opwekken, opleving en verlevendigen. Ook het geheel aan activiteiten die met manifestaties te maken hebben, wordt poolo genoemd. Poolo-koosi zijn kleurrijk en worden meestal bewerkt. Poolo-koosi maakt verschillende ontwikkelingen door. Een nieuwe ontwikkeling wordt modo (mode) genoemd. Modo wordt bepaald door trendsetters, ontwerpers en artiesten die nieuwe motieven introduceren. Modo ontstaat ook door nieuwe stoffen die op de markt verschijnen. Het is een traditie bij de Marrons om tijdens feesten elke dag iets anders aan te trekken. Sommige trendsetters trekken 's ochttends, 's middags en 's avonds iets anders aan. Iemand die steeds de dezelfde kleding aantrekt wordt spottend Akatusu naawan (jachtpatronen) of mbukoko (zwarte vogel soort) genoemd. Mensen die het veroorloven zich altijd mooi te kleden krijgen van de meeste mensen een brasa (omhelzing) met de nodige gebaren. Goedgeklede mannen en vrouwen nemen deel aan de koi, een wandeling met pracht en praal. De koi eindigt meestal op het dorpsplein waar de pee, muzikale bijeenkomst plaatsvindt.

Pangi, waar komt deze naam vandaan?

De naam panyi, zoals de Creolen dat uitspreken en pangi, zoals de Marrons dat uitspreken brengt ons terug naar de 18e en 19e eeuw. In de beginperiode van de slavernij werd het kleedgedrag van de slaven en slavinnen voornamelijk bepaald door de kleedgewoonte in West Afrika. Herlein schreef rond (1800) het volgende: " 't gebeurt ook wel dat de negerinnen een Schellinkje met het Venus-spel verdienen van een Blanke. De slavinnen kopen dan mede een mooijer kleetje, van Haarlemmer of ander gedrukt bond, 't geen zij Paantje noemen, (einde citaat). In het begin van de 19e eeuw was het paantje de meest voorkomende dracht van de slavinnen. In de 2e helft van de 19e eeuw was de rok al mode geworden. Fermin noemde de wikkelrok van de slavinnen (rond 1770) 'pagne' Als wij ons herinneren aan de brug  Poelepantje, dat bekend stond als Pur' panyi.Dan mogen wij aannemen dat de naam panyi of  pangi  afgeleid zijn van de benamingen pagne en paantje. 

Pangi
is een veelzijdig begrip. Voor de Marrons betekent pangi het volgende:
  • De verzamelnaam van een bepaalde soort lappenstof
  • Wikkelrok van pangi-stof met een afmeting van ongeveerd 100 x 130 cm
  • Officiële klederdracht van een volwassen Marronvrouw
  • Wikkelrok
Andere begrippen rondom de pangi:
  • Lalapangi (selenpangi of seenpangi): een onbewerkte pangi
  • Gi pangi: ceremonie waarbij een jonge Marronvrouw tot volwassene verklaard wordt
  • Pangi uman: als volwassene erkende Marronvrouw
  • Pangi nen: een naam die door een gebeurtenis aan een pangi wordt gegeven
De ontwikkeling van pangi als wikkelrok bij de Marrons begon al tijdens de marronage.De eerder genoemde busiman-koosi werden in de vorm van korte rokjes voor jonge vrouwen en lange rokken voor volwassen vrouwen gemaakt. Het bovenlichaam werd in het algemeen niet bedekt. Kinderen liepen voornamelijk naakt rond. Mannen bedekten hun geslachtsdelen. De belangrijkste ontwikkelingen van de pangi zijn de Awasapangi, de Loonseypangi en de Alekepangi. Zoals eerder vermeld zijn beide ontwikkelingen genoemd naar bekende muziekstijlen. De meeste Awasapangi uit de jaren veertig zijn gemaakt van  weti -koosi (lap van witte katoen). Daarna is men de gekleurde pangi-stof meer gaan gebruiken. De versieringen bestonden uit symbolen, bloemen en diverse dierenfiguren. De figuren werden vaak helemaal dicht geborduurd. Sommige figuren werden geïllustreerd door alleen de buitenlijnen met een kleur te naaien. De Alekepangi is in de jaren vijftig ontstaan en is tot op heden de meest populaire kledingstukken (klederdracht) van zelfbewuste Marronvrouwen. Sindsdien zijn de volgende ontwikkelingen de revue gepasseerd:
  • Naipangi van katoen: motieven worden met een verscheidenheid aan technieken op wit katoen geborduurd
  • Naipangi van pangi stof: tekeningen en figuren worden met kruistekens geborduurd. Meestal worden de figuren overgenomen uit boeken.
  • Lapupangi: pangi vervaardigd van speciaal borduurstof. Ook hierbij wordt er gebruik gemaakt van boeken om tekeningen over te nemen.
  • Rastapangi: dit zijn eigenlijk Alekepangi's waarvan de onderkant gerafeld worden. Het idee hierachter is om " dreadlocks" te creëren.
Pangi als roddelblad De figuren en motieven die uit boeken worden overgenomen krijgen namen bijvoorbeeld van gebeurtenissen en schandalen waar niemand iets over durft te zeggen. Namen van pangi's zijn ook gebaseerd op positieve gebeurtenissen. De onderstaande pangi's hebben jaren bekendheid gekregen in de Marrongemeenschappen.
  • bigibon: genoemd naar de kankantrie
  • kopooketee: koperen ketel
  • Famiin: familiair
  • Gaanmanbaka: de rug van het grootopperhoofd (stervormige figuren)
  • Soso lobi: alleen maar liefde (voor elkaar)
  • Etc.
De bijdragen van Nederland aan de ontwikkeling van de pangi.
Surinamers uit Nederland en Amerika die met vakantie naar Suriname gaan bepalen mede de mode in Suriname. Marronvrouwen in Nederland dragen bij aan de ontwikkeling van pangi's in Suriname vanwege het feit dat zij hier pangi's dragen en vervaardigen. Voornamelijk de vereniging Loweman Paansu, Vereniging Seke, Stichting Sabanapeti, Stichting Dufuni, Vereniging Manda '84 en Stichting Cottica hebben hierbij een belangrijke bijdragen geleverd. Bovengenoemde verenigingen organiseren culturele evenementen die het mede mogelijk maken dat Marronvrouwen massaal met pangi's deelnemen. Individuele personen dragen ook bij aan de ontwikkeling van de pangi in Nederland. Patricia Pryor werkt aan een structurele ontwikkeling van de pangi. Zij probeert de pangi in een ruimere perspectief te plaatsen.

 
KingbothoArtStudiO
Haverschmidtstraat 96, 2522 VT Den Haag
Mobiel: 06 57014641
E-mail: andre.mosis@gmail.com
All content including sound files & images are protected under international copyright laws, including all laws pertaining to intellectual property.
If you want to use one of the files, please contact André Mosis by email or telephone.
laatste aanpassing: 10 mei 2014