André Mosis introductiepagiana
André Mosis - Kingbotho


Poku (Kaseko)





Terug naar de beginpagina

Terug naar Kennis over de Marronkunst en - cultuur


POKU (KASEKO) 
Met de betekenis van moderne Surinaamse muziek zal ik hier nader ingegaan op het begrip Poku (Kaseko).

Ontstaan van de Kaseko
Het is niet helemaal duidelijk wanneer kaseko als muziekstijl exact is ontstaan onder de Creoolse Surinamers.  

Marcel Weltak
geeft in zijn boek Surinaamse muziek in Nederland en Suriname (1990) het volgende aan: " De Surinamers zelf waren dagelijks door hun dansmuziek omringd en hadden absoluut geen behoefte om die te bestuderen".... "Zo duurde het tot 1929 voordat de Afro-Surinaamse dansmuziek voor het eerst bestudeerd werd. Het Noord-Amerikaanse echtpaar Jean Melville en Francis Herskovits gaf in hun boek Surinam folklore een summiere presentatie van de lobi-singi, die samen met onder andere kawina en bazuinkoor vermoedelijk aan de wieg stond van de bigi-poku" (blz.67).

Ronald Snijders, etno misicoloog geeft in zijn boek Surinam Kaseko music melodies / Surinaamse kaseko muziek melodieën (1996) het volgende aan: " Deze van origine Creoolse muziek ontstond rond 1900 als een vorm van instrumentale straatmuziek, uitgevoerd met de snaartrom waarop het typerend roffelpatroon werd gespeeld en een fluit"(blz. 8).

Over de melodieën schrijft hij dat kaseko melodieën uit o.a. Creoolse volksliedjes en kawina  komen. "Deze muziek is ontstaan in Suriname na de afschaffing van de slavernij (1873) en heeft, door gastwerkers die naar Suriname kwamen, invloeden uit het Caribisch gebied ondergaan" (blz.10).

Jan IJzermans
, etno-musicoloog schrijft hierover het volgende:  "Typische Surinaamse populaire  muziek is de kaseko. Kaseko is een dansmuziek die gespeeld wordt bij feestelijke gelegenheden door een ensemble van wisselende samenstelling, vaak bestaande uit een zanger, een koor (de instrumentalisten of een achtergrond koor), elektrische gitaar en basgitaar, blaasinstrumenten (marakas, koebel, rasp of claves) en trommen (drumstel, conga's en tegenwoordig ook wel de grote tweevellige trom, de skraki (Oso, nr.6 1987 pg.50).

Materiaal Cultuurstudies Suriname
Liesbeth Peroti van Lisibeti Music Performing Arts, heeft een stencil samengesteld over kawina, kaseko en Aleke. Deze brochure is getiteld "Enkele Afrikaans-Surinaamse traditionele muziekvormen"Over de herkomst van de naam Kaseko schrijft Liesbeth Peroti het volgende: De term kaseko moet volgens vele bronnen aan het begin van de vorige eeuw in Suriname bekend zijn geraakt, en in elk geval ver voor de Tweede Wereldoorlog"

De naam Kaseko
wordt op verschillende manieren uitgelegd of verklaard:

  1. De naam komt van Kawina, en Seko van Cubaanse Seko-muziek
  2. Het woord kaseko komt overeen met dat van een ontspanningsdans van Aucaners bij een Winti-ritueel. De nauwe banden die er blijken te bestaan tussen Winti en kaseko zouden hierin hun verklaring kunnen vinden.
  3. Het woord is afkomstig van een Frans-Guyanese danstraditie: casse-le corps, kortweg: casse-corps (K. Bilby, brief, 1984).
  4. Het woord is afkomstig van Portugezen in Frans-Guyana, die kaseko muziek speelden met een grote pauk.
Informanten.
Sommige informanten vertellen dat de Surinaamse kaseko muziek omstreeks 1940 als populaire dansmuziek bekend is. Het begrip  kaseko is daarentegen ouder. Rond de eeuwwisseling was bij de Frans Guyanezen de "caseco" een populaire dansvorm. Caseco betekent, casser le corps in het Frans, broko skin in het Surinaams en lichaam breken in het Nederlands. De caseco dans in Frans Guyana werd gekenmerkt door zijn erotische heupbewegingen die synchroon liepen met de strakke drumpatronen van de caseco drum.

De Surinaamse kaseko heeft in zijn ontwikkeling ups en downs gekend. Dit hangt onder andere samen met de waardering die de Surinaamse gemeenschap aan dit genre toekent. Typische uitingen van de Surinaamse cultuur hebben voortdurend moeten opboksen tegen de invloeden van het cultureel imperialisme. Kaseko was bij bepaalde groeperingen in de Surinaamse samenleving omstreden. Met de groeiende bewustwording en waardering voor het eigene is hierin sinds de jaren zeventig enige verandering opgetreden. Met de komst van meerdere lokale radiostations werd in de programma's meer ruimte ingebouwd voor de kaseko. Het aantal bands en dus ook de productie nam toe, met name het programma Kows' banti nanga aleisi van radio A.B.C. (Ampy's Broadcasting Corporations) was in deze baanbrekend. Of in ieder geval een goed voorbeeld voor anderen. (Einde citaat).

Marron Kaseko   

De naam Marronkaseko heb ik niet zelf bedacht.  Ik ben die naam  voor het eerst tegengekomen in het boek van Marcel Weltak, 'Surinaamse muziek in Nederland en Suriname'. Hij heeft niet verder uitgelegd waarop het onderscheid gebaseerd is.

Marcel Weltak en Ronald Snijders hebben individueel, relatief weinig geschreven over de ontwikkeling van de kaseko van de Marrons. De door hen verstrekte informatie is voor ons een aansporing om nadere studie te doen. 

Liesbeth Peroti heeft archiefmateriaal gebruikt en daarnaast muzikanten en kenners van de kaseko muziek gehoord. De verkregen informatie is dan ook breed. Verder heeft zij het kaseko ensemble en de structuur van een kaseko-nummer technisch beschreven. Liesbeth Peroti heeft geen onderscheid gemaakt tussen Creoolse- en Marron kaseko.


Het eerste Nationale Kawina en Kaseko festival in Suriname werd in de Anthony Nesty Sporthal gehouden in 1988. De jury bestond uit o.a. Eddy Snijders, Fransje Gomes, Nelom, Cederboom en André Mosis.  Monti Boys werd uitgeroepen tot de beste Kawina band. De beste Kaseko bands waren Kaseko Masters, Jong Cosje en Lamora Sound, respectievelijk nummer 1, 2 en 3. Alhoewel Lamora Sound en Jong Cosje uit Marronmuzikanten bestonden had de deskundige jury geen onderscheid gemaakt tussen Creoolse- en Marron kaseko. 

Het Ontstaan van de Marronkaseko 

Marcel Weltak:
" Rond de onafhankelijkheid in 1975 ontstond de marrons-kaseko of sekete-style kaseko. Oude liefdes- en klaagliedjes uit het binnenland, gemaakt door de gemeenschappen van ooit gevluchte slaven (marrons), werden van een ander slagenpatroon voorzien.  De muziek bestaat uit een mengsel van sekete-amusementsmuziek en de kaseko. Door het snelle ritme is dansen op deze stijl niet eenvoudig. De tromslagen en de teksten hebben een hypnotiserend effect en kunnen mensen in trance brengen teneinde met de winti- geesten te communiceren"..... (uit eerder aangehaald boek).

Over The Cosmo Stars
schrijft Marcel Weltak het volgende: " De opkomst van marron-groep  Cosmo Stars was een regelrechte sensatie.

Over The Ex Mo Stars
schrijft hij: " De groep bezat in Carlo Jones (een Creool,  A.M.) een bekwaam arrangeur en melodisch saxofonist; door het koor te structureren tilde Jones Exmo boven de andere groepen uit"." Eigenlijk heeft de sekete-style kaseko niets toegevoegd aan de ontwikkeling van de Surinaamse muziek. In tegendeel, het was een regressie, hoe fris het aanvankelijk ook klonk" (Einde citaat).

Ronald Snijders legt in zijn eerder genoemd boek verder uit dat de kaseko melodieën o.a. uit Marronmuziek komen. " uit susa, laku, sekete, awasa en andere wereldse (en winti*) liederen van Boslandcreolen. In de jaren zeventig begonnen ze kaseko te spelen in eigen stijlen en talen" (blz. 10). (Einde citaat).

Opmerking: 

Marcel Weltak en  Ronald Snijders geven aan dat de Marrons vanaf de jaren zeventig  Kaseko muziek spelen. Uit mijn eigen onderzoek is gebleken dat de Marrons eerder met de kaseko muziek begonnen zijn. Reeds in de jaren zestig bestonden al Marron kaseko bands die in Paramaribo speelden.Marron Kaseko bands hebben in de jaren zestig en zeventig  geen winti gespeeld en tijdens hun optreden raakte niemand (in elk geval geen Marron) in trance. Marron kaseko bands hebben geen  susa, laku, sekete of awasa als basis gehad. Deze bands waren  juist geïnspireerd door de Creoolse bands die kaseko speelden. Ook werd er voornamelijk in het Sranan tongo gezongen.Trouwens laku en sekete behoren niet bepaald tot de traditionele Marron muziek zoals awasa en susa. Weltak en Snijders hebben eigenlijk seketi bedoeld. Naar alle waarschijnlijkheid hebben zij de Saramakaanse seketi verward met de Creoolse sekete.


De eerste bekende Marron kaseko bands
De eerste bekende Marron kaseko band Oema Lobi is in 1960 opgericht en stond o.l.v. Loeti Landveld. In 1967 speelde de band voor het eerst in Paramaribo. Real Gano, Orchestra Succes en Runo Stars volgden daarna. Zij verzorgden ook geregeld optredens in het binnenland. Hiermee stimuleerden zij andere Marrons om ook kaseko bands op te richten. Bijvoorbeeld Oema Gado, die later haar naam veranderde in Rythm Masters. Deze bands waren populair bij de Marrons in Paramaribo en omstreken. Noodgedwongen traden zij alleen op in bouwvallige achterstandswijken waar veel Marrons woonden. Deze bands werden door vele Creolen ondergewaardeerd en mochten als het aan hen lag eigenlijk niet optreden in middenstandswijken en bij andere bekende uitgaansgelegenheden. Marron kaseko bands traden voornamelijk op in danszalen zoals, Moorman en Hoefdraad aan de Christoffelkerstenstraat, Abrabroki, en later ook in de omgeving Ramgoelamweg en Menckendam bij Pikin Prisiri, Ro Faria, Star Club en Vianen. 

Creoolse Kaseko bands

De populaire Creoolse kaseko bands van toen waren: Orchestra Washboard, Cojunto Latino's, Casino, Kaseko Masters, Vrolijke Jeugd, Real Sranan en Fri Sranan.  Deze bands traden op in middenstandswijken, gerenommeerde clubhuizen en andere fatsoenlijke uitgaansgelegenheden, zoals COB, KOB, HABO, PWB, Court Charity, Chun Fa Fui Kon, Court Humaniteit, Naks en uitstapjes naar Cola kreek, Blakawatra, Biliton, Kraka, etc.

Verder waren er natuurlijk ook pop- en beatgroepen zoals The Cosmo Beats, The Devils, The Targets en Soulgroepen o.a. The Fallingstones. Daarnaast had Suriname ook imitaties van bijna alle populaire Amerikaanse artiesten: Surinaamse Jackie Wilson, Surinaamse Otis Redding, Surinaamse Michael Jackson, meer mannen dan vrouwen. Deze groepen en individuele artiesten traden meestal op in Disco's en andere plaatsen zoals, Las Palmas, Exception, Knock Out (KO) Rivier Club Hotel, Bleu Bells Club, BijenKorf, Dunkens plays, KoKolampu, Palace Hotel, etc. Alle populaire DJ's, radio- en televisie omroepers waren stedelingen, voornamelijk Creolen. Nationale zang- en danswedstrijden waren ook bij uitstek een aangelegenheid voor stedelingen.

Geleidelijk vertrokken muzikanten van allerlei bands naar het buiten land. Voorzangers en -zangeressen van muziekgroepen gingen op de solotoer en anderen vestigden zich in het buitenland, voornamelijk in Nederland. De muziekproductie in Suriname daalde drastisch. Rond de onafhankelijkheid vertrokken de meeste Populaire DJ's, winnaars van nationale zang wedstrijden, omroepers van radio en televisie naar Nederland. Wel waren enkele platen van bekende Surinaamse artiesten in Nederland erg populair in Suriname. Voorbeelden zijn Hugo Uiterloo meer bekend als Lieve Hugo, (1e king of Kaseko), Mighty Botai, Happy Boys, Twinkle Stars en Ewald Krolis.Het oprichten van kaseko bands in Nederland nam toe, hetgeen nog meer Surinaamse musici aantrok. Door deze ontwikkelingen belandde de kaseko muziek in Suriname medio jaren zeventig op een dood spoor. Bepaalde kaseko bands zetten  de toen populaire soulmuziek op hun repertoire.

The Cosmo Stars
Het zou het binnenland geweest zijn dat de kaseko nieuwe impulsen  gaf. De aanzet hiertoe werd gegeven door The Cosmo Stars die in 1977 in Paramaribo werd opgericht o.l.v. Arthus King. De leden van deze band kwamen uit het boven Suriname gebied. Kort na de oprichting verscheen hun eerste maxi-single "Na tya mi lobi go,  tan te amaja "(neem mijn geliefde niet mee, wacht tot morgen) die een doorslaan succes werd. The Cosmo Stars kreeg aanbiedingen van zowel Marron als Creoolse organisatoren om op te treden op plaatsen waar Marron kaseko bands nooit eerder hadden gestaan. The Cosmo Stars hebben hun eigen Marronpubliek ook nooit de rug toegekeerd. Zij bleven spelen in de krottenwijken en in de districten samen met andere Marron kaseko bands en zongen vooral in hun eigen taal, het Saramakaans. Stedelingen werden nieuwsgierig en keken met gemengde gevoelens uit naar de Marron kaseko bands. Sommige Creoolse bandleiders solliciteerden heimelijk bij Marron muzikanten.

In 1980 ging The Cosmo Stars op tournee naar Nederland op uitnodiging van de heer Imro Lont, de enige bekende Creool die de kwaliteiten en de impulsen van de Marron kaseko openlijk ter sprake bracht. Als eerste Marron kaseko band namen The Cosmo Stars saxofoons op in hun instrumentarium. The Cosmo Stars zijn ook de eerste Marron kaseko band die in Nederland in de grote zaal van de Doelen in Rotterdam heeft opgetreden.

De Voetsporen van The Cosmo Stars
Aukaners en andere Saramakaners zagen het succes van The Cosmo Stars en volgden in hun voetsporen. Ook Creoolse kaseko artiesten van de stad waren gedwongen om de nieuwe stromingen uit het binnenland te volgen. Vooral in het Cottica gebied ontstonden vele Marron kaseko bands. Bekend waren Petro Stars, Runo Stars, Lamora Sound, Dymo Action en Live Mo Bradi banti. 

Creoolse King of Kaseko en een gouden maxi-singel van Marron componisten

De creoolse zanger Iwan Esseboom zong vaak liederen van Marronartiesten na. Het nummer "weti- fisi" dat eerder door de Marron Paul van Dalen werd uitgebracht, zong Esseboom na en kreeg van het Creoolse kaseko publiek in Suriname een gouden maxi-singel. Alhoewel deze versie van weti fisi muzikaal gezien ook zeer goed is uitgevoerd, vindt het Marron luister- en danspubliek dat Paul van Dalen het goud had moeten krijgen. Men riep Esseboom toen uit tot king of kaseko. Na lieve Hugo was Esseboom  de 2e zanger die deze titel veroverde. Mede door de versie van Iwan Esseboom is weti fisi een van de bekendste kaseko plaat van de jaren tachtig geworden.Wai angisa van de Marron Ellens " Rensje" Adipi werd ook door vele Creoolse kaseko bands nagespeeld en goed verkocht. Zelfs de Aleke composities van Benkina sani e lolo a sani tapu en apenpele van BigiTen's voorzanger "Fonsje"  zijn nagespeeld door veel kaseko bands. Sommige kaseko bands hebben relatief veel geld verdiend met Aleke-nummers die ze naspeelden. Opvallend is dat die Kaseko bands verzuimden de juiste bron te vermelden.

Marron dominantie in de Kaseko
De Saramakaans taal en de Aukaans taal beïnvloeden de hedendaagse kaseko, de Dance Hall en Reggae muziek. Melodieën uit de Aleke, de seketi, de mato, de awasa en de songe weerklinken vooral in de huidige populaire kaseko. De Marrons vinden zichzelf meer dan ooit terug in deze nieuwe ontwikkeling. De stroming die ingezet werd door The Cosmo Stars in Suriname, beïnvloedt ook de kaseko bands in Nederland. Enkele leden van The Cosmo Stars die achterbleven tijdens hun bezoek in Nederland, richtten The Exmo Stars op. Ette Pette van The Exmo was zowel in Suriname als in Nederland een zeer bekend nummer. In 1986 trok Onkel Seedo zich terug uit The ExMo Stars en richtte The Tropics op. Zij braken door met populaire nummers als waiti muye fika a ganda (beeldschone vrouw werd onbemind achtergelaten), Ole ole en Papadoepa. Het feit dat het in de jaren zeventig mogelijk is geworden om platen in Suriname te pers

en (Disco Amigo, etc), heeft zeker ook veel bijdragen aan de hoge productie. Vooral Marron kaseko bands hebben flink gebruik gemaakt van die mogelijkheid en produceerden vele maxi-singels. Bands en solo zangers verschenen regelmatig op televisie en werden ook populair.Verder waren er Marron radio omroepers zoals Paul Abena en DJ's die de Marron kaseko promoten op de radio en op de dansvloer.  

Seki Skin de grondleggers van de Aleke kaseko, Alekestyle.

De Marron kaseko band Seki Skin was de eerste in Nederland en heeft in de jaren tachtig ook veel succes gehad met de Aleke kaseko stijl.  Seki Skin bestond uit Marrons van Oost-Suriname, voornamelijk Aukaners en Paramakaners. Hun bekendste nummer is DALLA, niet te verwarren met Dollar, overigens. DALLA was de naam  een munt, twee en halve gulden (2,50). DALLA was ook de laagste prijs die prostituees vroegen voor hun diensten aan mannen in centrum Paramaribo rond de tippelzones aan de Saramaccastraat. Een andere betekenis van DALA is konkelarij en verklikken. 

Voor meer  succes, minstens een Marron in de band
De meeste kaseko bands bestaan momenteel uit Marrons. De succesvolle Creoolse groepen hebben een zanger of gitarist van Marron afkomst. Pas met deze nieuwe ontwikkelingen vanuit het binnenland, kreeg de kaseko de kans om te groeien tot een genre van nationale en zelfs internationale betekenis.

Tot slot
"van regressie naar progressie"
Afro-Surinaamse muziek is per definitie de muziek van Surinamers van Afrikaanse afkomst.Dat geldt ook voor de kaseko muziek die zich blijft ontwikkelen onder invloed van muziekstijlen in Suriname en daarbuiten. Wanneer slechts een groep onder de Afro-Surinamers kasekomuziek speelt en alleen door die groep erkend en gewaardeerd wordt, is er geen sprake van erkenning: zeker niet van nationale erkenning. In de jaren zeventig belandde de kaseko op een doodspoor door het vertrek van bijna alle populaire en erkende artiesten. Dat zou als regressie aangemerkt kunnen worden. Als de Marrons de kaseko nieuwe impulsen geven wordt het genre erkend door het danspubliek en blijft decennia lang populair. Dat is ongetwijfeld progressie. Dan kan het niet kloppen als Marcel Weltak beweert dat de Marron kaseko niets heeft toegevoegd aan de ontwikkeling van de Surinaamse muziek. Hij geeft daarbij indirect aan dat alleen de kaseko van de Creolen onder de Surinaamse muziek valt.

Populaire Marron kaseko Bands
Petro Stras
La Mora sound
Seki Skin
Avion Boys
Millennium Boys
Dymo Actions
Live Mo Bradi Banti
Ghabbiang Boys
Famiri man
Jong Cosje
Cosmo Stars
Heavy Duty
Succes met de Marrons
Latinos: Daga Tiendarie en Franky Misiedjan / zangers
Kaseko Masters:  Frans Abori  / zanger
Fri Sranang: Ronald van Dijk  /zanger
Sabakoe:  Dennis Jozefzoon  / gitarist
Sabakoe:  Josee Kolemijn / saxofonist
Kankantrie: Ernie Seedo / zanger en gitarist
Mofo: Kenneth Bron, basist /zanger en Paulus Dameni, zanger.

Bekende Individuele componisten en zangers
William Souvenir
Johan Misiedjan
Djoisi Banai "Djo"
Paulus Dameni "Mannenghe"
Alfons Pinas "Fonsje"
Orniel Siwo "Koro"
Johnny Wementi " Mister Cool" 


Kenmerken van de dans bij de bakakiyoo pee.

De heupbewegingen bij de Aleke wordt bake, oftewel puubake genoemd, hetgeen betekent de heupen losgooien. Het trillen van het lichaam wordt aangeduid met beyfi, beven. De Aleke dans is eigenlijk een combinatie van heupbewegingen en trillen met het lichaam. Bij de kaseko dans staan vooral de heupbewegingen centraal. Bij de Aleke en de kaseko, wordt zowel solo als in groepen gedanst. De lichaamshouding van de dansers en danseressen  is meer rechtstaand waardoor de heupbewegingen centraal staan.

Wordt vervolgd.
KingbothoArtStudiO
Haverschmidtstraat 96, 2522 VT Den Haag
Mobiel: 06 57014641
E-mail: andre.mosis@gmail.com
All content including sound files & images are protected under international copyright laws, including all laws pertaining to intellectual property.
If you want to use one of the files, please contact André Mosis by email or telephone.
laatste aanpassing: 10 mei 2014