André Mosis introductiepagiana
André Mosis - Kingbotho


Verslag van dag tot dag 7 t/m 21 10 2006







Terug naar de beginpagina

Terug naar Kennis over de Marronkunst en - cultuur

Terug naar Reisverhalen


ACTIVITEITEN VAN DAG TOT DAG
Bijzonderheden:
  • Vertrek uit Nederland met de KLM vlucht KL0713 om 13.15 uur.
  • Ruim een uur vertraging op Schiphol.
  • Aankomst in Paramaribo zaterdag 7 oktober om 16.45 uur.
  • Paramaribo werd getroffen door een “Blackout”, de stroom viel uit tussen ± 17.30 uur tot ± 21.00 uur.
Bij aankomst op de Johan Adolf Pengel Internationale luchthaven werd ik opgehaald door mijn dochter Iraida Mosis en mijn kleinzoon Donagy Mosis. Er ontstond een enorme file vanwege werkzaamheden op de weg naar Zanderij en het uitvallen van de straatverlichting.
Wij brachten een kort bezoek aan mijn ouders op Hannaslust, waar ik opgewacht werd door vele familieleden. Vervolgens reden wij door naar de Prins Hendrikstraat waar Glenn mij opwachtte. Hij bracht mij naar Hotel Lindeboom aan de Wilhelminastraat, waar ik uiteindelijk zou logeren. Glenn en ik gingen nog even wat drinken bij ‘t Vat’, een terras gelegen in het Hotelcomplex waar vooral toeristen komen. Op het moment van ons bezoek zaten voornamelijk blanke Hollandse toeristen te genieten van het warme weer onder het genot van Parbo bier en lekkere tropische hapjes. Wij kwamen daar Albert Ajeki tegen. Albert is een man van Marron afkomst die tientallen jaren in Nederland heeft gewoond. Hij studeerde landbouw, pluimvee en veeteelt. Momenteel is hij boer en woont in het district Commewijne, waar hij ook een zaak heeft. Als Albert aan het nadenken was over mij stelling, kreeg Glenn de gelegenheid om het evenementenprogramma snel voor mij samen te vatten. Mijn stelling was, dat jongeren, zonder tussenkomst van oude deskundigen, zelf over regionale ontwikkeling moeten nadenken en met voorstellen komen. Ouderen hoeven niet deel te nemen aan de desbetreffende discussies om jongeren inzicht te geven. Daar was Albert niet mee eens.
Rond 11 uur ‘s avonds bracht Glenn mij terug naar hotel Lindeboom. Ondanks de 2 flessen Parbo stout die ik op had, kon ik slechts 3 uurtjes slapen. Omstreeks 4 uur in de ochtend werd ik wakker en kon niet meer in slaap vallen. Toen besloot ik de tijd nuttig te gebruiken. Ik had mijn laptop opgestart en mijn presentaties voorbereid.

Zondag 8 oktober.
Rond 9 uur ‘s ochtends ging ik geld wisselen bij Hotel Torarica. Vervolgens nam ik een taxi om een bezoek te brengen aan mijn schoonmoeder en aan leden van de muziek en dansgroep Kifoko. Tegenwoordig wonen de meeste leden van Kifoko op ‘Sonnypoint’, een buitenwijk waar vrijwel alle woningen gekraakt zijn. Vooral Marrons waren genoodzaakt woningen in deze nieuwe wijk te kraken in verband met de woningnood rond 1990. De overheid was nauwelijks begonnen met de bouw toen deze woningen werden gekraakt. Sommigen hebben hun kraakwoning inmiddels naar eigen smaak afgebouwd. Ondanks het feit dat het project nog niet voorzien is van waterleidingsinstallatie en elektriciteit voelen vele Marrons zich thuis in Sonnypoint. Ik werd ontvangen door Henny Tojo en Eddy Lante. Wij hadden het workshopprogramma doorgenomen en kort geoefend. Aanwezig waren Eddy Lante, Henny Tojo, Herman Tojo, John Tojo en Miniyoo Tojo. Vier percussionisten van Kifoko waren klaargestoomd voor deelname aan de percussieworkshops.
Later in de middag heb ik mijn ouders bezocht en hen goed ingelicht over mijn bezoek en het programma van stichting Pina Bosu en Hesi. Ik had hen ook duidelijk gemaakt dat mijn bezoek in Suriname geen vakantie was en dat ik hen ook niet dagelijks zou kunnen bezoeken.

Maandag 9 oktober.

Een werkconferentie met als thema ‘Se Anga Se’(zij aan zij), samen voor duurzame ontwikkeling stond op het programma. De Marronorganisaties kregen het voor elkaar om dit programmaonderdeel in Hotel Torarica te organiseren. Onder de hoge gasten en sprekers behoorde ook de president van Suriname, Drs. Ronald Venetiaan. Een percussieworkshop volgens de KLM methode (Kijken-Luisteren en Meedoen lesmethode) onder mijn leiding vormde onderdeel van het programma. Deze workshop vond plaats in de Ballroom van Hotel Torarica. De deelnemers en de organisatie van de percussieworkshop hadden enthousiast en positief gereageerd. Ik werd tijdens de workshop zeer aangenaam verrast door Hillary de Bruin, hoofd van de Afdeling Cultuurstudies, waar ik ook ruim tien jaar (1980-1990) heb gewerkt. Op een gegeven moment werd ik door Hillary naar voren geroepen. Vervolgens gaf ze mij een pakketje verwikkeld in een voornamelijk roodgebloemd cadeaupapier. Zij vroeg mij om het uit te pakken. Ik wilde mezelf en anderen die het ook niet wisten, niet langer in de spanning houden, dus maakte ik het pakketje onmiddellijk open. Het was een geborduurde paarse Pangi met het opschrift 10 oktober Dag Der Marrons. Om het ontwerp compleet te maken heeft de ontwerpster ook Apinti- motieven geborduurd. Toen Hillary vertelde hoe zij dit voor elkaar kreeg met de krapmiddelen die zij hadden, raakte ik geëmotioneerd. Met een tamelijk trillende stem bedankte ik Hillary en al mijn ex-collega’s.
Na afloop van een aantal lezingen over ontwikkelingsvraagstukken voornamelijk gericht op de ontwikkeling van het binnenland, werden er werkgroepen samengesteld om over bepaalde punten te discussiëren en aanbevelingen te doen. De werkconferentie in Hotel Torarica trok veel media aandacht. Het ochtendblad De ware Tijd, het Jeugd Journaal, de Surinaamse Televisie Stichting (STVS) en andere locale televisiezenders hebben belangstelling getoond. De Ware Tijd plaatste een artikel over de percussieworkshop en de televisie zenders toonden ook beelden in het journaal. Het actualiteitenprogramma Suriname Vandaag van de STVS had een speciaal programma uitgezonden waarin de journaliste Nita Ramcharan een diepgaand gesprek voerde met André Pakosie en Mr. Martin Misiedjan.
 
Reünie bij de Afdeling Cultuurstudies
Op uitnodiging van Hillary de Bruin bracht ik een bezoek bij haar op kantoor aan het Fort Zeelandia. Midden in de tentoonstelling die het werk van Cultuurstudies visualiseerde, stonden drums en kleine percussie-instrumenten klaar voor een ‘jamsession’. Een provisorische percussieband bestaande uit nieuwe en oude medewerkers van Cultuurstudies ‘jamde’ op alle aanwezige Apinti, Tabla, Conga, Djembe, Dholak, Kawina, Mandron en Sambura. De ‘jamming’ was voor mij compleet toen Bongo Charly (Leon Lemmer) aanschoof en spetterende ritmes op de djembe speelde. Ik herinnerde mij de wijze hoe hij mij in kennis bracht met allerlei wereldpercussie-instrumenten in de jaren tachtig.

Cadeau voor minister Michel Felisi

Zonder afspraak bracht ik een bliksembezoek aan het Ministerie van Regionale Ontwikkeling.
Ik vroeg aan de toezichthouders bij de ingang of ik naar binnen mocht om een afspraak te maken met de minister. Bij binnenkomst vroeg ik aan de secretaresse of ik de minister even een cadeau mocht overhandigen. Zij nam direct contact op met hem en ik werd samen met mijn dochter toegelaten. Minister Felisi gaf ons aandacht en wij mochten zelfs met hem op de foto. Hij kreeg van mij het boek ‘Hoe word ik politicus?’ en een exemplaar de cd ‘Mi kriyoro Brada’, waarop enkele gedichten van mij zijn opgenomen.

Literaire avond

Rond 20.00 uur stond een literaire avond op het programma. Het thema was: ‘Man Fu Man’, Mannen van Kaliber. Dit programmaonderdeel vond plaats in het Fort Zeelandia, in de binnenplaats van het ‘Surinaams Museum’. Drs. Laddy van Putten (toenmalig wetenschappelijke medewerker bij Cultuurstudies) is directeur van dit museum.
Minister Michel Felisi en zijn echtgenote woonden deze plechtigheid bij. Met het thema Man Fu Man, Mannen van kaliber, hadden de organisatoren getracht alle Surinamers te herinneren aan de jaren zeventig, toen de tweede generatie Marrons openlijk gediscrimineerd werd door stedelingen in Paramaribo. Daarnaast werden Marrons ook gediscrimineerd door gevestigde instanties in Paramaribo. Sommige schoolbesturen wilden Marronkinderen niet plaatsen op hun school. Bij sommige uitgaansgelegenheden waren Marrons absoluut niet welkom. De Marrons op hun beurt durfden ook uit te komen voor hun identiteit. Het groeiende aantal Marrons in Paramaribo vormde blijkbaar een probleem voor de stedelingen. De confrontatie van de Marroncultuur en de diverse culturen van de stedelingen had toen geleid tot wederzijdse discriminatie, intolerantie en geweld. Het werd duidelijk dat Marronjongeren zich moesten organiseren. Een kleine groep Marronjongeren nam het initiatief. Aan de top van deze zelfbewuste Marrons staat André Pakosie, die op deze avond een lezing hield over de herkomst van Afrikaanse namen en naamgeving bij de Marrons. De taalkundige Dr. Hein Eersel ging zelf voornamelijk in op de herkomst van Europese namen zoals, aardrijkskundige namen, beroepsnamen, lichamelijke of geestelijke namen en vadersnamen. De literaire avond bood ook ruimte aan dichters zoals, Angila Albitouw, Sherida Asinga en Felukamisa, die gedichten en proza´s voordroegen. Naar aanleiding van een proza die de integratie problematiek rond de jaren zeventig schetste, hield de presentator van de avond de heer Toling Alexander een tafelgesprek met drie van de genodigden te weten, André Pakosie, Kensley Vrede en André Mosis. Vele mensen zijn van mening dat deze namen ook behoren te staan in het rijtje van belangrijke activisten van het ‘Marronzelfbewustzijn’. De samenwerkende Marronorganisaties hadden deze gasten op een traditionele manier gewaardeerd. De heren kregen elk een mooi geborduurde pangi over de schouders gedrapeerd. De heer Leo Atomang, voorzitter van de Stichting 10 oktober 1760 informeerde het publiek over de bijdragen die deze gasten hadden geleverd aan de ontwikkeling van de Marroncultuur. De muziek en dansgroep Kifoko sloot de avond af met een spectaculaire Songe en Awasa dansdemonstratie.
 Dinsdag 10 oktober
De belangrijkste dag was 10 oktober. Precies 246 jaar geleden ondertekenden de Marrons en de Nederlandse Koloniale Overheid een vredesverdrag op 10 oktober 1760. Dat was ruim 103 jaar voor de afschaffing van de slavernij. Deze vrede met de Okanisi zou later als model dienen voor de vrede met de Saamaka op 19 september 1762 en met de Matawai in 1767.Het herdenkingsprogramma bestond uit de volgende activiteiten:

  • 6.00 uur Towe wataa (plengoffer) te Nyun Combe aan de kleine Saramaccastraat.
  • 10.00 uur tot 13.00 uur Onthulling Marron Monument op het Plein 10 oktober op de hoek van de Henck Arronstraat en de Johan Adolf Pengelstraat.
  • 14.00 uur tot 20.00 uur Herdenking en Viering Dag van de Marrons met optredens van muziek en dansgroepen in de Palmentuin.
  • 15.00 uur Prodo Waka (wandeltocht met Marrons pracht praal). Start Mac Arthur aan de Zwartenhovenburgstraat, finish in de Palmentuin.
  • 22.00 uur tot de volgende ochtend Mato Neti (avond voor verhalenvertellers) in Nyun Combe.

Bijzonderheden:
De bovengenoemde activiteiten trokken media aandacht en werden ook druk bezocht.
De omvang van de manifestatie in de Palmentuin was vergelijkbaar met die van nationale feestdagen zoals, 1 juli de Dag der vrijheden en 25 november, de onafhankelijkheidsdag. Het publiek representeerde het Surinaamse volk. Ook vakantiegangers waren zeer geïnteresseerd in de activiteiten. De locale TV- zenders en vele vakantiegangers hadden foto- en filmopnamen gemaakt. Er waren diverse verkoop kraampjes met etenswaren, kleding, kunstnijverheidsproducten, schilderijen en boeken. Muziekgroepen traden op in een grote open tent. Opvallend was het optreden van de Alekeband Pango Boys. Hun show was stijlvol en vooral de uitstraling van hun gastzanger Glenn Pode, die een zogenaamde ‘Apanteya’ hoed droeg gaf de presentatie een extra cachet. De kookhutten waar Marronvrouwen traditionele gerechten bereidden trokken veel aandacht. Waarschijnlijk was dat de overweging van de organisatie geweest om de genodigden daar te plaatsen.

De dansgroep Kifoko kreeg de hoofdrol bij de Mato Neti in Nyun Combe. De drummers zorgden voor de muzikale begeleiding van de liederen die spontaan werden gezongen. De zangeressen zongen het refrein van elk aangekondigd lied in koor en beeldden het verhaal uit met hun dans. Verhalenvertellers mochten zichzelf spontaan aanmelden. Tussen 00.22 uur en 00.2 uur was ik de verteller. Ik vertelde het verhaal van een steenrijke prins die alles deed om eeuwig te leven. Hij ging op zoek naar een schuilplaats waar de dood hem nooit zou mogen vinden. Na enkele eeuwen verliet hij de schuilplaats om het koninkrijk te bezoeken. Onderweg kwam hij een oude man tegen die hij zo nodig moest helpen met zijn trekdier. Als hij van zijn paard afstapte werd hij gegrepen door de vermomde oude man, die de dood bleek te zijn. Toen ik dat verhaal vertelde ontstond er een leuke communicatie over en weer tussen het publiek en ik, en de muzikanten van Kifoko. De toen ontstane sfeer riep herinneringen bij mij op. Het deed denken aan de jaren toen ik nog in Suriname woonde en vaak deelnam aan dergelijke activiteiten. Ik voelde mij weer thuis.


Reisverslag Rimboe Toers van 11 t/m 15 oktober 2006

Rimboe Tours
Een bezoek brengen aan het district Commewijne, -Marowijne en
-Sipaliwini met als eindbestemming het Marrondorp Godoolo aan de Tapanahonyrivier.
Deze reis was eerder gepland maar zou eigenlijk uitgesteld worden in verband met het overlijden van Kabitten Pode, de vader van Glenn Pode en Michel Felisi, de huidige minister van Regionale Ontwikkeling. Na overleg is besloten dat de Tours door mocht gaan.
De eerdergenoemde vier genodigden uit Nederland Drs. Eddy Dap, André Pakosie, Kensley Vrede en André Mosis kregen deze reis aangeboden door Pina Bosu en Hesi. Vanwege andere verplichtingen kon André Pakosie niet mee met de Rimboe Tours.
In 2001 had ik het gebied voor het laatst bezocht met Mena–Eng Tours o.l.v. van Boike Tojo. Het doel van die reis was een bezoek aan Granman Gazon Matodja. Tijdens die reis had ik gefilmd vanaf Paramaribo tot aan Drietabbetje. De Persoon Gazon is de enige oom die ik nog heb. Enkele beelden uit mijn film zijn getoond op TV-West/Den Haag in een speciaal programma over de watersnoodramp.

Wij, Iraida en ik stonden vroeg op. Ik moest op tijd zijn bij Glenn Pode aan de Wilhelminastraat van waaruit de delegatie van de Rimboe Tours om 10.30 uur zou vertrekken. Wij gingen eerst boodschappen halen bij een supermarkt aan de Weidestraat. In de supermarkt herinnerde ik mij aan de reactie van Granman Gazon in augustus 2001, toen ik hem een cadeau overhandigde. Hij zei ’fu a jali di mi abi, da a betee sama gi mi sani fu nyan, pe fu den gi mi gudu’ (vertaling: gezien mijn leeftijd is het beter dat mensen mij iets te eten geven in plaats van rijkdom). Ik vroeg aan Iraida om geconserveerde etenswaren te kopen om mee te nemen voor de Granman. Als de winkelbaas met een verheven stem een neerbuigende medewerker de boodschappen keurig in twee dozen liet inpakken, vertrokken wij steeds rechtsrijdend naar het afgesproken verzamelpunt. Het lukte ons vijf minuten voor tijd aanwezig te zijn. Daar wachtten al drie mensen, een vrouw van Marron afkomst en twee Europeanen. De uiteindelijke delegatie van 24 personen zou pas na anderhalf uur vertrekken.

De delegatie bestond uit de volgende personen:

  1. Glenn Pode – Tourleider / organisator
  2. Erna Aviankoi – Journalist /mede organisator
  3. Sjerelien Pode – studente
  4. Safionisa Pode - studente
  5. Sinaia Pikinpai – studente
  6. Vanesse Felisi – medewerker
  7. Roma Pode – studente
  8. Ineke Pode – studente
  9. Eddy Dap – genodigde
  10. André Mosis – genodigde
  11. Kensley Vrede - genodigde
  12. Nicolaas Pinas – medewerker / mede organisator
  13. Tom Handy – tourist (oorspronkelijk uit Ierland)
  14. Anna van Hest – tourist (oorspronkelijk uit Nederland Brabant)
  15. Dini Abiamofo – studente
  16. Mendosa Felisie – studentEva Alexander – medewerkster (kokkin)
  17. Eva Alexander - medewerkster (kokkin)
  18. Toling Alexeander – medewerker / mede organisator
  19. Arieke Duyzer– tourist /onderzoeker (oorspronkelijk uit Nederland Amsterdam)
  20. Eduard Tojo – medewerker
  21. Bertus Pawkale – medewerker
  22. Petrus Wanabo – medewerker (beroepsmilitair van de Landmacht)
  23. Adam Amooi – bootsman (kulaman)
  24. Alimaki Amooi – bootsman (motorist)

De reis van Paramaribo naar het grensstadje Albina [ ± 90 km] duurt met de bus hooguit twee uren. Maar voor deze Rimboe Tours mocht dat een uur langer duren. Een sanitaire stop van 10 minuten werd aangekondigd bij Stolkersijver/Commewijnebrug, waar de zaak van de eerder genoemde Albert Ajeki gevestigd is. Albert was zelf niet aanwezig wel de ‘Da Ajeki pepee’, een speciale ‘sambel’ [peper] die hij bereidde voor zijn klanten. Deze sambel zou niet mogen ontbreken bij onze maaltijden, vertelde de charmante jonge vrouw die ook iets van reclame maken afweet. Als de aangekondigde 10 minuten uitliep tot 20 minuten later, mochten wij het Café Restaurant van Albert verlaten. De toestand op de weg van de resterende 50 klimeter is zeer slecht. Grote gaten van ruim een meter breed en 40 centimeter diep maakten onderdeel uit van deze belangrijke Oost-West verbinding. Desondanks is een busreis naar Albina bijna altijd gezellig. Ik vertelde over de wijze informanten die ik tegenkwam in het binnenland tijdens mijn onderzoek naar de Marronmuziek in de jaren tachtig. Van Babylonische spraakverwarring was er geen sprake. Nederlands, Surinaams, Saramakaans en Aukaans werden afwisselend gebezigd op een leuke manier. Enkele reisgenoten die het christendom aanhangen, vonden dat bepaalde aspecten van de Marroncultuur, zoals reïncarnatie en wenti tot de categorie Afgoderij behoren. Erna en Toling vormen daarbij een uitzondering en durven hun eigen mening te geven. Graag wilden zij wat meer weten over onze Cultuurdeskundigen en Marronfilosofen, zoals Da Ainge, Da Bai, Da Kasi Ajeki, Da Aluku, Da Abese en vele anderen.

Door het vele oponthoud in Paramaribo en bij het restaurant van Albert Ajeki kwam de delegatie te laat aan op Albina. Toen wij eindelijk op Albina arriveerden wilde iedereen nog wat dingen bijkopen. Tevens bleek dat de organisatie niet over voldoende zwemvesten beschikte. Ik kon nog bemiddelen om zwemvesten te lenen bij Mayedu Tours. Dit bedrijf wordt gemanaged door mijn schoonbroers, John en Johannes Tojo. In overleg met hen hebben wij een stuk of 10 zwemvesten in het magazijn van Mayedu Tours opgehaald bij Awarakampu, een klein dorp langs de rechteroever van de Marowijnerivier ongeveer10 minuten varen van Albina. Vanaf deze plaats bleek dat de leider, Glenn Pode een goede observator is en ook precies weet wat er bedoeld wordt met het Surinaamse gezegde ‘No Span’ [maak je niet druk]. Iedereen had het er over, dat wij moesten vertrekken voor dat het vloed werd, maar niemand maakte zich druk om de naderende tijd. Waarom zou je, als zelfs parlementariërs in het parlement ‘No Span’ durven zeggen? Onze kano werd goed geladen door de bootsmannen Adam en Alimaki die hulp kregen van alle ervaren en onervaren reisgenoten.
Rond vier uur toen de vloedgolven van de Atlantische Oceaan het stromende water van de ruim een kilometer brede Marowijnerivier tegen de noordelijke stroming duwde, besloten de bootsmannen te vertrekken. Alsof de toen ontstane onstuimige rivier niet gevaarlijk genoeg was, ging het nog eens flink waaien. De zeven studenten die met deze tours voor het eerst naar het binnenland gingen, hadden terecht hun zwemvesten alvast om gedaan. Met de temperatuur viel het ondanks de wind wel mee. Het was ongeveer 25 graden warm. “Als ongeveer 15 centimeter van de kano boven de wateroppervlakte ligt is het veilig”, hoorde ik iemand zeggen. Terecht! Want de kano die gestuwd werd door een 75 PK buitenboordmotor, die kortgeleden voorbij raasde op het onstuimige water, lag nauwelijks 10 centimeter boven de wateroppervlakte. Dat gaf voldoende hoop om te vertrekken. Bij ons ontbrak de grote snelheid van die kano.

Iedere motorist die uit Albina vertrekt streeft er naar verder te komen dan de grens van de zogenaamde ‘flood plane’ [fuudu ini]. Dan kom je namelijk in het hooggelegen deel van de rivier, waar helder zoetwater stroomt tussen de rotsen en de zandbanken. Als wij rond 19.00 uur ’savond deze droomplekken nog niet bereikt hebben, besloten de bootsmannen te overnachten. Zij kennen alle dorpjes langs de beide oevers van de Marowijnerivier. Uiteindelijk werd gekozen voor Alola, een dorp aan de linkeroever aan de Franse kant. Wij meerden aan op een moment toen de senioren vrouwen van het dorp blijkbaar geen gasten meer verwachtten en zich gingen wassen bij de rivier. Zij groetten ons met blijde stemmen in koor terug alsof er niks aan de hand was. In dit dorp begreep iedereen de act van Glenn volkomen: observeren, participeren, je niet druk maken en steeds zeggen ’No Span’. ‘Je moet het niet anders willen doen’. In- en uitladen van de bagage, kaarsen aansteken, bespannen van hangmatten, eten, wassen/zwemmen, wandelen en slapen deden wij samen. Als ik om vier uur ’s ochtends plotseling wakker werd, realiseerde ik me dat ik al geruime tijd deelgenoot was van een snurkconcert.

Donderdag 12 oktober.

Het voorgenomen besluit om zo vroeg mogelijk te vertrekken was deels geslaagd. De goed gemotiveerde delegatie vertrok rond negen uur ’s ochtend uit Alola. Niemand had behoefte aan een weerman. Het was onbewolkt met een middag temperatuur van plusminus 30. Bij het Frans Guyanese dorp Apatou aangekomen gingen twee van onze mannen zonder vertoning van paspoort blokjes ijs kopen om de voorraad frisdranken en bronwater zo koud mogelijk te houden in twee grote koelboxen. Vooral de studenten waren deze ochtend aanzienlijk vrolijker omdat zij dachten dat wij binnen enkele uren op Godoolo zouden aanmeren. Maar toen wij merkten dat onze kano steeds het ondiepe water opzocht en vast zat op grote onzichtbare rotsen in de rivier, terwijl zelfs jonge vrouwelijke motoristen ons voorbij vaarden, werd het iedereen duidelijk dat wij nog een avontuurlijke nacht met veel ontbering zouden beleven.

Het enige oponthoud van de Rimboe tours in het gebied van de Paramakaners aan de Marowijnerivier was een noodzakelijk ingelaste plaspauze. Dat vond plaats op een zandbank ten noorden van het dorp Nason. De mannen liepen vluchtig naar het zuiden van de zandbank en stonden met hun rug naar de vrouwen op rij te plassen alsof er een prijs tegenover stond. Een stuk of zeven vrouwen zaten keurig hurkend naast elkaar met hun gezicht naar het noorden. Na enkele minuten liep bijna iedereen opgelucht terug naar de kano. Eén vrouw bleef achter. Zij was blijkbaar niet gewend aan deze collectieve manier van urineren. Het duurde nog even een paar minuten voordat zij krampachtig terugliep naar de kano zonder haar behoefte te hebben gedaan. Kort daarna kreeg zij bij de volgende stop meer privacy en toen lukte het helemaal.

Bij nadering van de grote gevaarlijke sula’s zoals de Singa tetey en de Pori gudu, deed iedereen een zwemvest om. De bootsmannen namen geen risico. De meeste passagiers werden afgezet en de bootsmannen gingen behendig over de sula’s varen. De heer Dap werd steeds dapper en bleef altijd met de bootsmannen in de boot zitten.

Rond 19.30 uur kwam de delegatie aan op Gran Olo, de onbegaanbare waterval in de Tapanahony. Gran Olo is vooral een toeristenoord. De Centrale overheid heeft in samenwerking met de plaatselijke autoriteiten bepaalde voorzieningen getroffen. Er staat een gemeenschappelijk doorgangshuis waar reizigers kunnen overnachten als ze daar laat arriveren. Ooit bestond daar de mogelijkheid om kano’s te slepen over enkele eenvoudig gemonteerde spoorstaven. Deze spoorrail is geplaatst vanaf de noordelijke aanmeerplaats en loopt door tot de aanmeerplaats aan het zuiden van het eiland, dat ligt tussen massa van grote watervallen. De spoorrail is sinds jaren in onbruik geraakt. Er is weinig over van de houtenbalken en planken waarop de ijzeren spoorstaven berusten. De aanmeerplaats wordt Futu Pasi (voetpad) genoemd omdat de mensen van oudsher hier lopend hun bagage heen en weer sjouwen. Particuliere ondernemers die hier gevestigd zijn zorgen voor hun eigen elektriciteitsvoorzieningen.
Wij hadden onze volgeladen kano geleegd door enorm sjouwwerk te verzetten met zijn allen. Tijdens het sjouwen werd er veel gemopperd en geschreeuwd. Het was laat en het werd donker maar wij moesten doorwerken. Op een gegeven moment werd iedereen stil zonder dat iemand erom vroeg. De gezichten van de sjouwers waren niet te zien in het donker, dus kon er ook niet gezien worden of ze boekdelen spraken. Alleen aan de reacties van reisgenoten die hun hangmatten zochten in het donker tussen de spullen die op hopen werden geborgen, kon ik de stemming herleiden. Ik had nog getracht met humor de beste lachebekken van de delegatie aan het lachen te krijgen maar ook dat liep uit tot mislukking. De kokkinnen bleven gelukkig bij de les ’No Span’. Op dat moment waren alleen zij die zich niet druk maakten. Als zij van iemand een ‘flashlicht’ konden lenen om etenswaren bij elkaar te verzamelen voor het avondmaal bleven ze kalm. Na een gezamenlijk avondmaal rond 22.00 uur zocht iedereen hun ondertussen gevonden en bespannen hangmatten op waarna het snurkconcert kon worden voortgezet.

Uitgezonderd Arieke en Anna hoorde ik verder niemand het hebben over een zaklantaarn. Het is of flashlicht, frasraait, adaaya of batilee. Dit voorwerp was het meest geleend goed van de Rimboe tours.


Vrijdag 13 oktober

Na het ontbijt hadden wij onze bagage overgebracht naar de zuidelijke aanmeerplaats. Met behulp van andere bootslieden werd onze kano over de gevaarlijke sula’s getrokken. Het water stond zo laag in de rivier, dat de motorist eigenlijk weinig tot niets had aan zijn buitenboordmotor. Op Baka mofu, een sula nabij het dorp Mooitaki ging het bijna mis. De motorist had blijkbaar niet de juiste tactiek toegepast om de kano over de val te stuwen waardoor de kano bijna omsloeg. Zoals gewoonlijk hadden de bootsmannen uit voorzorg een aantal passagiers afgezet om te lopen naar de bovenkant van de sula. Die passagiers keken hun ogen uit en zagen hoe de kano op het punt stond te kapseizen. Godzij dank! Anders was er een ongeluk gebeurd van het kaliber ‘Friday The Thirteen’. De dapperheid van de heer Dap verdween onmiddellijk en maakte plaats voor een angstpsychose. Nicolaas moest nog even bijkomen van de schrik. Hij zakte weg in flauwte, leek het wel. Erna lag op schoot bij een reisgenote die haar tranen droogde en het gezicht vervolgens bevochtigde met water uit de rivier. Ze kreeg stuiptrekkingen terwijl ze op een manier huilde die in dit gebied bekend staat als ‘Adyumadye’. Non-stop Janken! Dat was het laatste lood van de heenreis.

Tussenstop Drietabbetje

Speciaal voor mij moest de delegatie even stoppen bij mijn geboorte dorp, Drietabbetje.
Zoals eerder vermeld kwam ik hier voor het laatst in 2001. Als neef van de Granman heb ik de morele verplichting hem te bezoeken wanneer ik in het gebied ben. Ik had hierover goede afspraken gemaakt met Glenn in Nederland en in Paramaribo. Wij stopten aan de Bakaloka Lanpeesi, een aanmeerplaats die leidt naar de wijk Baka Loka. Glenn en Kensley hadden de eer om met mij mee te gaan naar de Granman. Wij liepen aan de rand van het dorp omdat ik vermoedde dat ik anders bekende mensen zou tegenkomen en veel tijd zou verliezen. Toen wij bij het huis van de Granman aankwamen was hij aan het ontbijten. Wanneer de Granman eet, ontvangt hij geen bezoek. Mijn neefje Jopi Matodja, de secretaris van de Granman herinnerde mij daar nog even aan. Maar ik mocht wel door ten spijt van de andere gasten. Die kwamen niet verder dan het balkon in de villa van Granman Gazon. Ik liep door in de keuken waar hij eigenlijk al op mij wachtte. Hij herkende mijn stem toen ik met mijn tante sprak en had zijn eten mooi weer afgedekt. Hij zag er goed uit. Met een glimlach in zijn gezicht sprak hij mij aan. Volgens hem ben ik wat dikker geworden. Zo groot had hij mij nog nooit eerder gezien, zei hij spottend. Ik moest mijn donkere bril even afzetten en dan liet hij mij de soep (afiingi) zien die hij voorgeschoteld kreeg. Geperst cassave soep met vis. Uiteindelijk moest ik het gesprek dat richting familiezaken opging tactisch onderbreken om mijn bezoek aan Suriname kort samen te vatten. Daarna had ik hem gezegd dat ik twee kleine dozen met inhoud voor hem had meegenomen. Hij vond het nodig dat ik een nacht bleef slapen maar ik moest door met de delegatie. Toen hadden wij afgesproken dat Jopi mij de volgende dag zou meenemen van Godoolo naar Drietabbetje om een nacht bij hem te slapen. Via mij had hij zijn excuses aangeboden aan de twee gasten die niet door mochten komen.

De Rimboe Tours werd verder voortgezet naar Godoolo.
Iedereen wilde graag zondag terug om de residentie van het Grootopperhoofd te zien.
Aan mij werden veel vragen gesteld door de reisgenoten:
Hoe oud is de Granman? Hij is rond 1904 geboren, dus ongeveer 102 jaar oud.
Vanaf wanneer is hij Grootopperhoofd? Officieel is hij vanaf 1966 Grootopperhoofd.
Hoeveel mensen wonen ongeveer op Drietabbetje? Ruim 3000 mensen.
“Willen jullie alsjeblieft je vragen bewaren voor zondag? Dan zal Jopi jullie nader informeren”, zei ik ten slotte.

Rond de middag meerden wij aan op Godoolo. De jonge meiden sprongen uit de kano, renden en vielen in de armen van familieleden die hen opwachtten. Voor sommigen was dit het eerste bezoek aan hun stamdorp. Anderen ontmoetten hun grootouders, tantes en ooms voor het eerst weer na 6 jaar. Ik keek rond en herkende behalve twee nichtjes van mij uit Drietabbetje ook nog een bekende: mijn vroegere buurvrouw van de Loorstraat in Paramaribo rond de jaren zeventig. Ik noemde haar bij haar naam ‘ Sa Deelia’. Ze keek eerst vreemd maar herkende mij daarna wel. Gelukkig was er toch iemand die ik kende. Zo werd ik ook omhelsd en verwelkomt door een bewoner van Godoolo. Even later kwam ik nog meer bekenden uit Paramaribo tegen zoals, Pomunu Kwasi, een vroegere collega van mijn vrouw. Zij vroeg naar haar en wilde graag weten hoe het gaat met de kinderen: hoe groot ze zijn geworden en wat ze allemaal doen. Ik kon niet alle vragen beantwoorden want wij moesten onze bagage nog naar het huis van Glenn brengen, waar wij met zijn allen zouden logeren. Het huis staat ongeveer vijfhonderd meter verderaf van de rivier, naast het vliegveld op de flank van een helling aan de rand van het dorp. Het was druk in het dorp. Het lijk van de kabiten lag nog opgebaard in de Kee osu (het lijkenhuis), waar bepaalde familieleden in hangmatten al dagen de nacht doorbrachten. Elke avond werd er muziek en dans opgevoerd om de kabiten te herdenken. Het is gebruikelijk dat veel mensen van de nabije dorpen gaan helpen met de activiteiten rond een begrafenis.
Nadat wij alle bagage naar huis hadden gebracht, meldden wij ons aan bij het dorpsbestuur. Toen Glenn de autoriteiten informeerde over ons bezoek wezen zij hem op een procedurele fout die hij gemaakt had. Glenn had zich eerst moeten aanmelden bij het lijkenhuis en de condoleances van de aanwezigen ontvangen in verband met het overlijden van zijn vader. Pas daarna had hij de kano moeten ontladen en de bagage naar huis brengen. Hij werd beboet voor maar liefs 12 liters rum. Wie bekend is met de Marroncultuur valt niet om van dergelijke boetes. Dat weet Glenn gelukkig ook. In een dergelijke situatie heb je het recht op een verdediger uit de gelederen van de autoriteiten die jou kunt bijstaan. Via hem/haar mag je vermindering vragen op de opgelegde boetes. De autoriteiten zullen dan in beraad gaan en de boetes verminderen. Als je vind dat de boetes nog steeds te hoog zijn, mag je jouw persoonlijke situatie voorleggen aan de verdediger. Die dit terugkoppelt aan de autoriteiten. Zij kunnen dat in overweging nemen en de boetes op maat vaststellen. De regel is dat de overtreder tot drie keer vermindering mag vragen op een opgelegde boete. Glenn heeft deze procedures gevolgd en uiteindelijk werd de boetes verminderd tot slechts 4 liters rum. Per direct moest hij 1 liter overhandigen aan de Basiya. Voor de andere 3 liters werd er een regeling getroffen. De heer Dap die de procedures gevolgd had, besloot de rekening te betalen voor Glenn. Zo was deze zaak netjes afgerond met dank aan de heer Dap

Hoge gasten uit Paramaribo.

Terwijl de plaatselijke autoriteiten met de voorbereiding van de begrafenis bezig waren, kwam er een regeringsdelegatie overvliegen met twee vliegtuigen uit Paramaribo. Aanboord waren de volgende gasten:
De heer Michel Felisi, minister van Regionale Ontwikkeling
De heer Drs. Celsius Waterberg, minister van Volksgezondheid
Mevrouw Drs. Alice Amafo, minister van Transport, Communicatie en Toerisme
De heer Caprino Alendy, voorzitter van de Nationale Assemblee
De heer Ronnie Brunswijk, Assembleelid
De heer Henk Deel, Assembleelid
De heer Ronnie Pansa, onderdirecteur Binnenlandse Zaken
Mevrouw Mr. Patricia Meulenhof, adviseur Regionale Ontwikkeling
De heer Siegfried Gils, oud minister van Justitie en vakbondsleider.
De regeringsdelegatie had de plaatselijke autoriteiten de goederen die zij uit Paramaribo hebben meegenomen overhandigd. Verder werden er speeches gehouden.

De laatste grote activiteit in het dorp zou de pee bookode moeten zijn.
Het viel mij op dat er in een periode van 24 jaar zeer veel is veranderd in de context van de pee bookode bij de Marrons in deze regio. Het is niet mijn bedoeling om de verdwenen onderdelen in dit verslag te behandelen. Ik wil wel de procedures van een pee bookode, die ik meemaakte in 1982 ter vergelijking kort samenvatten.

Bron: dagboek André Mosis / Cultuurstudies in 1982
Pee Bookode, zoals ik dat in het dorp Wanfinga had meegemaakt op dinsdag 6 juli 1982 bij een begrafenis van een kabiten.
Gedurende de hele avond werd er traditionele muziek en dansstijlen opgevoerd in de volgorde van Mato, Susa, Songe, Awasa en Kumanti. De Kumanti behoort tot de religieuze muziek en werd als laatste in de ochtend opgevoerd rond 10.00 uur. Daarna werd er afscheid van de kabiten genomen. Vervolgens werd de kist overgebracht in een speciaal geprepareerde kano van de grafpriesters en hun assistenten. De stoet bestond verder uit een aantal kano’s, dat familieleden en genodigden vervoerde. Voor in de kano van de grafpriesters werd er een Apinti dron (dum) geplaatst. Vanaf het vertrek uit de aanmeerplaats werd er op deze drum bepaalde codes gespeeld tot bij de oever waar de begraafplaats ligt.

Pee Bookode, zoals ik dat heb meegemaakt op vrijdag 13 oktober op Godo Olo bij gelegenheid van de begrafenis van kabiten Pode.
Gedurende de vooravond werd er muziek afgespeeld door een DJ. Een Basiya had de DJ rond 22.00 uur nadrukkelijk gevraagd om de muziek te stoppen. Dan zou er verder traditionele live muziek opgevoerd worden. De jongeren hebben zich daartegen verzet en gingen gewoon door met de DJ die afwisselend Reggae, Bubblin, Aleke en Kaseko muziek afspeelde. Enkele gehoorzame mensen hadden even geprobeerd om traditionele muziek te maken, maar kregen geen ondersteuning van het publiek dat voornamelijk uit jongeren bestond. Zo werd de pee bookode tot de volgende ochtend voortgezet met de muziek die de jongeren zelf hadden bepaald. Het dorpsbestuur stond erbij en keek er naar.

Zaterdag 14 oktober.

De dag van de begrafenis: de laatste voorbereidingen werden getroffen om het stoffelijke lichaam van de kabiten naar zijn laatste rustplaats te brengen. Ook de laatste noodzakelijke rituele handelingen werden verricht. Toen werd besloten dat er toch traditionele muziek moest worden gepeeld. Awasa muziek stond op het programma. Mannen bespelen de drums en vrouwen beelden hun schoonheid uit doormiddel van sierlijke dansbewegingen. Als mannen dansen, demonstreren zij hun kracht en kundigheid. Drie jonge drummers van het dorp meldden zich aan. Een dansgroep bestaande uit 11 meisjes tussen 8 en 15 jaar stond klaar in geüniformeerde klederdracht voor de schoonheidsdans. Vlak voor aanvang van het optreden verscheen de eerder genoemde Ronnie Brunswijk, de toenmalige leider van ‘The Jungle Commando’, thans assembleelid in het Surinaamse parlement. Hij nam de rol van ceremoniemeester in eigen handen. Voor de duidelijkheid en verstaanbaarheid sprak hij door een megafoon zodat iedereen hem ook tot huizenver kon horen. Op een gegeven moment riep hij mijn naam door de megafoon: ik moest me bij hem aanmelden in het lijken huis, waar het optreden plaatsvond. Hij vroeg aan mij om de masterdrum te spelen voor minister Felisi die wilde dansen op de Awasa muziek. Ik had de uitdaging aanvaard. De jonge masterdrummer stond op van zijn kruk en droeg zijn drum aan mij over, terwijl de twee andere basisdrummers nog gespannen zaten te wachten. Zij zijn gewend op een snel tempo te spelen dus, besloot ik dat tempo te handhaven om zeker te zijn van een harmonisch samenspel. Ik begon eerst enkele communicatiecodes te spelen waarmee ik mezelf voorstelde aan de aanwezigen. De jonge masterdrummer die met gespitste oren bijna over mijn schouders hing, keek met een blijde glimlach zijn ogen uit. Vervolgens kondigde ik de Awasa aan met de codes, zoals ik dat van de oude meesters geleerd heb. De beide basisdrummers stapten goed in zowel met de basispuls als de ritmepatronen. Minister Felisi die de muziek en de drumcodes goed berijpt aarzelde niet langer. Hij greep zijn kans en danste op zijn best. Ik heb deze communicatie met de minister behoedzaam, speels en betrekkelijk kort gehouden. Daarna nodige ik de drie jonge drummers uit om met mij naar de winkel te gaan. De winkel verkocht goederen, drank, etenswaren, kleding en toiletartikelen door elkaar. Ik had de jonge drummers getrakteerd op een liter Parbo bier. Onder het genot van de drank prees ik hen voor het mooie onderlinge samenspel. Ik bedankte de jonge masterdrummer voor het feit dat hij zijn plaats aan mij wilde afstaan. Verder heb ik hen gemotiveerd om door te gaan met de beoefening van de traditionele muziek. Ik heb het hen niet onthouden dat ik belangrijke communicatieve elementen bij de Awasa had gemist tijdens hun optreden. De jonge masterdrummer zei daarop dat zij niemand hebben die hen dat soort dingen leert. Na dit gesprek kwam ik Jopi nog even tegen. Hij bevestigde de afspraak dat ik na de plechtigheden met hem kon meereizen naar Drietabbetje. Ik ging mijn spullen alvast inpakken. Even later benaderde een basiya mij met het verzoek om het apinti-ritueel te verrichten tijdens het laatste ceremoniële afscheid van de kabiten. Het apinti-ritueel houdt in deze context in dat de geest van de kabiten opgeroepen en begeleid moet worden naar het geestenrijk doormiddel van vastgestelde drumcodes. De Apintiman van het dorp die dit allemaal kon doen is onlangs overleden. Veder was er op dat moment niemand in de het dorp die daar nog kennis van had. Ik had de basiya een paar vragen gesteld die hij naar behoren beantwoordde. Daarna vroeg ik hem om een bepaald ding (geheim). Toen ik dat van hem kreeg twijfelde ik er niet meer aan. Hoewel ik wist dat er veel risico in zat, had ik de uitdaging toch aanvaard.

Apinti mannen vrezen voor hun leven wanneer zij gevraagd worden om dit ritueel uit te voeren. Er zijn gevallen bekend van mannen die op mysterieuze wijze zijn overleden nadat zij dit ritueel hebben verricht. Hun dood wordt na onderzoek altijd toegeschreven aan fouten die zij hebben begaan
.

Ik had dit ritueel nooit eerder in een dergelijke context uitgevoerd. Ik heb het wel een paar keer meegemaakt en met mijn vader over gesproken. Hij weet er alles van. Toen ik de uitnodiging kreeg van stichting Pina Bosu voor een werkbezoek in Suriname had ik mij ook nog voorbereid op allerlei vormen van Apinti voor het geval dat ik gevraagd zou worden.
Voor een succesvolle uitvoering van de Apinti ritueel moet je ervoor zorgen dat je geen protocollaire fouten maakt bij de aanhef en ook niet te ingewikkelde dingen willen doen, zei mijn vader ooit. Verder gaf hij mij de volgende tips:
  • Het allerbelangrijkste is dat je de geesten die je oproept gedurende de ceremonie keurig moet bedanken en afweren (terugsturen naar het geestenrijk).
  • De eerste geest die je oproept moet je als laatste afweren.
  • De eerste geest die je oproept moet een beschermende geest zijn. Meestal is deze de geest van een overleden belangrijke persoon uit jouw eigen familie. Via hem communiceer je met de andere geesten.
  • Je moet het ritueel beëindigen met een duidelijke ‘tapu’: een manier dat de beschermende geest weet dat het absoluut afgelopen is en dat hij jou niet in de steek laat.
  • Je moet na afloop direct via de 1e stem pen van de drum een plengoffer plegen.
Op verzoek van de grafpriesters en de regionale autoriteiten mocht er vanaf de aanmeerplaats van de begraafplaats niet gefilmd of gefotografeerd worden. De mensen willen bepaalde dingen beschermen tegen westerse invloeden. Alleen de mensen die blijk van vertrouwen geven, krijgen de kans om specifieke dingen te leren van de gevestigde deskundigen.

Het was een geslaagd debuut en ik kreeg complimenten van vooral degenen die het begrepen hebben. Ik ben blij dat ik op deze manier een bijdrage kon leveren aan de begrafenis van kabiten Pode. Ik wens zijn nabestaanden, kinderen en kleinkinderen heel veel sterkte toe.

Toen ik terugkwam van de begrafenis was Jopi vertrokken. Hij vroeg een andere man, Baa Bon om mij op Drietabbetje te droppen. Als ik snel mijn tas ging halen en terugkeer naar de rivier, is die man ook vertrokken. Mijn zwager, Agasi Sisa en mijn neef Dennis Asidan die dit allemaal zagen gebeuren, waren niet te spreken over de houding van Jopi en Baa Bon. Ik denk dat Jopi een goede reden had om op die manier te vertrekken. Maar dat hoor ik wel een keer van hem zelf.


De meeste leden van de regeringsdelegatie waren alweer vertrokken. Eddy Dap en drie van de studenten gingen met het vliegtuig naar Paramaribo. Petrus en Bertus zochten hun familie op en keerden niet terug met de Rimboe Tours. Bijna alle gasten uit de omliggende dorpen waren weer huiswaarts gekeerd. Onze afgeslankte delegatie beleefde een rustige zaterdagavond. Onderleiding van Glenn hebben wij nog een wandeling gemaakt door het half verlichte dorp. De ‘flashlights’ waren nog hard nodig.

Zondag 15 oktober.

De terugreis was niet minder spannend. Het duurde alleen maar korter.
’s Ochtends vroeg nam de afgeslankte Rimboe Tours afscheid van Godoolo. De kano werd weer geladen met aanzienlijk minder vracht alleen benzine en onze persoonlijke bagage. Het streven was om door te varen naar Albina en vervolgens met de bus naar Paramaribo. De meeste reisgenoten had afspraken staan op maandag in Paramaribo, dus wilden wij graag doorreizen. Maar wij moesten het toekomstige clusterdorp Agidi Paandasi nog bezoeken. De delegatie kreeg een rondleiding van kabiten Alfons Jona die al geruime tijd in Agidi Paandasi verblijft. De kabiten informeerde de delegatie over de historische ontwikkelingen van het dorp en de voortgang van de werkzaamheden. Verder heeft hij gebeden voor ons en hoopte op een gezegende en veilige reis.

Onder begeleiding van Stichting Sabanapeti wordt er in Agidi Paandasi hard gewerkt aan de wederopbouw sinds de watersnoodramp in mei 2006. Agidi Paandasi moet het modeldorp voor de toekomst worden. De bewoners van de omliggende dorpen die zwaar getroffen zijn door de overstroming in mei 2006 zullen verhuizen naar dit dorp.
Lees meer over dit clusterdorp in Siboga Tijdschrift over de Marron samenlevingen, jaargang 16, 1, 2006.

Er was geen tijd meer om Drietabbetje te bezoeken. Rond 10 uur ’s ochtend vaarden wij voorbij. Ik besefte dat de Granman dit niet zomaar zal accepteren. Het ligt verder aan mij om deze euveldaad aan hem uit te leggen.

De terugreis werd intensief voortgezet in afwisselende weersomstandigheden, veel zon met een temperatuur rond de 35 graden en af en toe regen. Wij zaten in drie groepjes in de kano.
Ik zat voorin met Tom, Anna, Vanessa en Arieke. Tom, de Ier die heel rustig was tijdens de heenreis liet van zich horen tijdens de terugreis. Hij vertelde dat hij wel wat kan met computer. Als ik ons gesprek omboog naar de politiek in Groot Brittannië en over de strijd van de IRA, uitte hij zich uiterst voorzichtig en bleef kalm. Toen begon ik met een discussie over ‘visiting pretty city girls beside your own wife’. Arieke, Vanessa en Anna kropen meteen in de huid van getrouwde vrouwen terwijl Tom voor de gematigde trouwe ‘husband’ uithing. Mijn positieve standpunten over polygamie werden voortdurend verworpen door de groep. Iedereen kon motiveren waarom het niet goed is om polygaam te zijn, maar beseffen ook dat het niet te vermijden is. ‘Legalize it’, zei ik dan! Dan begon de discussie eigenlijk weer op nieuw. Mede door deze lange discussie en zang, en trommelen, en wat rum tussendoor, leek de terugweg veel korter dan het in werkelijkheid was. ’s Avonds rond 20 uur arriveerden wij op Albina. Glenn huurde twee kleine bussen die ons zouden brengen naar Paramaribo. Onderweg gingen wij op kosten van de organisatie eten bij een Warung langs de Oost-west verbinding in het district Commewijne. Rond 23.30 uur kwamen wij aan in Paramaribo. Omstreeks 23. 50 uur kwam mijn dochter mij ophalen aan de Prins Hendrikstraat.

Maandag 16 oktober 2006.

’s Ochtends vroeg toen ik onder de douche stond kwam ik tot de ontdekking dat zelfs een donkere man een kleurtje bij kan krijgen. De hoge temperatuur, veel zon, enkele regenbuien en matige winden van het Surinaamse binnenland, hebben duidelijk invloed uitgeoefend op mijn donkere huid. Ik zag mijn gezicht, handen en benen vervellen als een slang. Een lichte migraine kon ik nog verminderen met medicijnen die ik uit Nederland meenam. Maar de lelijke koortslippen die mijn onderlip onverwacht besprongen, bleven kwalijk. Om toch nog een beetje goed uit te zien meldde ik mij aan bij Culture Hair Studio, een gerenommeerde kapperzaak in centrum Paramaribo. Na negentig minuten verliet ik de zaak met tevredenheid. Een bezoek aan Johannes Tojo bij het Bureau Forum NGO’s aan de Henck Arronstraat 126 stond als eerstvolgende op mijn programma. Johannes is ontwikkelingswerker en zijn kantoor is gevestigd in het pand van de NGO’s Forum. Hij verzet veel werk in het kader van ‘Community Development’ in het binnenland.
Johannes Tojo heeft een drukke agenda als:
  • Directeur van het Eco Touristisch bedrijf Mayedu.
  • Ontwikkelingswerker/veldwerker NGO’s
Voorzitter van Ana Makandi, de ontwikkelingsorganisatie van de Paramakaanse gemeenschap Ik heb een informatiegesprek gehad met Johannes.
Mijn conclusie is dat hij een belangrijke rol vervult in de ontwikkeling van het binnenland.
  • Hij praat veel en doet ook veel. Daarmee onderscheidt hij zich van anderen die alleen maar praten.
  • Hij werkt gedoceerd met de impulsen van de bewoners van zijn traditionele gemeenschap.
  • Hij respecteert de meningen en ontwikkelingsideeën van de in gemeenschapslevende Marrons.
  • Zijn bijdragen op het gebied van planning, innovatie en documentatie is van wezenlijk belang voor de verdere ontwikkeling van de Marrongemeenschappen.
Ik kreeg van hem twee brochures:
  • Verslagen over de netwerkenbijeenkomsten die georganiseerd worden in de diverse Marrongemeenschappen die samenwerken met de NGO’s. In dit document staat alles over de interne- en externe dorpsorganisaties.
  • Praatjes aan de Basis: belicht het persoonlijke leven, de drijfveren en levensfilosofie van de regionale gemeenschapswerkers.
Dinsdag 17 oktober.
Beleefdheidsbezoek aan de Minister van Regionale Ontwikkeling om 9.25 uur.
De genodigden en de samenwerkende organisaties van de 10 oktoberviering brachten een beleefdheidsbezoek aan Minister Michel Felisi. Aanwezig waren:
  • Erna Aviankoi, André Mosis, Mr. Steven Alfaisi, Glenn Pode, Mr. Patricia Meulenhof, Leo Atomang, Ronnie Pansa, André Pakosie en Drs. Eddy Dap.
De minister heette de aanwezige welkom en zei dat hij het bezoek van de delegatie als een grote eer beschouwde. Naar aanleiding van de lange discussies over de naam en de dag waarop de herdenking gehouden moest worden, benadrukte de minister, dat in het kader van 10 oktober, de essentie niet in de naam ligt of op de dag.
De minister vond dat een ieder een bijzondere dank verdiende. ‘Deze stap verdient navolging en uitbreiding’. Over de ontwikkeling van het binnenland zei de minister dat wij concrete afspraken moeten maken. Bijvoorbeeld over:
  • Ontwikkeling met behoud van het stamverband.
  • Economisch weerbaarheid
  • Hulp van Marrons in Nederland aan bestaande sociale en maatschappelijke organisaties om te blijven groeien.
  • Expertise bijdragen
  • Bewustwording
  • Communicatie stroomlijnen
  • Etc,
Glenn Pode betitelde de delegatie uit Nederland als belangrijke Marron zonen. ‘Voor de ontwikkeling van het binnenland hebben wij de steun van onze broeders in Nederland nodig. Wij moeten een voorbeeld nemen van Brazilië. Tijdens de wereldkampioenschappen voetballen, haalt zij ook haar grote sterren uit het buitenland’.

Kensley Vrede zei, dat Suriname de thuis basis is maar dat communicatie over en weer een sleutelrol moet gaan spelen tussen Marrons in Nederland en Suriname. Hij merkte op dat er een nieuwe wind in Suriname waait. Marrons zitten in het machtscentrum van Paramaribo. Hij wil graag dat wanneer een vooraanstaande Marron naar Nederland gaat er ruim van te voren contact moet worden opgenomen met bepaalde Marronorganisaties of sleutelfiguren.

Eddy Dap vond het een eer om dit te mogen meemaken. Verder memoreerde hij de minister dat er in het vredesplan (Kourou Akkoord gesloten tussen The Jungle Commando en de Staat Suriname in 1989) ook waardevolle plannen staan die bruikbaar zijn voor de ontwikkeling van het binnenland. Nu onze eigen mensen in de regering zitten kunnen bepaalde dingen voortgang vinden, meent hij. Verder deed hij een verzoek aan de minister om de infrastructuur op Futu Pasi te verbeteren. De minister ging meteen op in en zei alles over de situatie op Futu Pasi te weten. Het plan voor duurzame verbetering van Futu Pasi ligt in de bureaulade. De kosten van dat project bedragen 3 miljoen US Dollar.

André Pakosie keek rond in de kamer van de minister. Met een voortdurende glimlach bedankte hij de minister voor de ontvangst van de delegatie. Graag wilde hij in zijn moedertaal spreken en kreeg daartoe de gelegenheid. Hij zei dat hij een tragische herinnering heeft aan de ministerkamer van dit ministerie. Samen met Belfon Aboikoni en Hendrik Babel werd Pakosie in 1976 de kamer uitgejouwd door de toenmalige minister Olton van Genderen. De minister was namelijk ontstemd omdat deze drie heren een poging van hem, hen om te kopen, resoluut hebben afgewezen. Pakosie sprak lof over de huidige positie van de Marrons in de politiek. Hij kon niet nalaten Mr. Jaggernath Lachman te citeren en zei: “Hier staan wij, als het gaat om het belang van ons volk, gebruik ons”.

Leo Atomang zei dat de Marrons in het buitenland niet moeten wachten op een uitnodiging van Suriname, als het gaat om de opbouw en ontwikkeling van het binnenland.

Ronnie Pansa kon zich goed herinneren welke bijdragen de genodigden hebben geleverd in het verleden. Maar zij mogen niet nalaten die bijdrage te leveren die voor nu nodig is.

Patricia Meulenhof bedankte de Stichting Pina Bosu en Hesi voor de uitnodiging van de vier grote Marron zonen. Zij suggereerde dat de Marrons in een leerproces zitten en dat zij hulp nodig hebben om daar heen te komen.

Evaluatie bijeenkomst: 15.20 uur bij Glenn Pode aan de Prins Hendrikstraat.
De organisatoren van de Dag der Marrons en de genodigden kwamen bij elkaar om de verschillende programmaonderdelen te evalueren.
Aanwezig waren: Glenn Pode, Kensley Vrede, Erna Aviankoi, Leo Atomang, André Pakosie, Eddy Dap, Nicolaas Pinas, Steven Alfaisi en André Mosis.
Alle aanwezigen vonden dat het geheel geslaagd was. Een mijlpaal is bereikt en het geeft een gevoel van erkenning.
Een punt van discussie was het Marronmonument. Sommigen vonden dat de pali (pagaai) niet achter de kano bevestigd had moeten worden.
Ik zei dat de kunstenaar zijn werk gedaan heeft en dat men zijn creatieve geest verder met rust moeten laten. Na mijn betoog had niemand zich verder verzet.

Voorbereiding workshop Teambuilding en Harmonie.

Het team van Cultuurstudies had een tweetal percussieworkshops voorbereid in samenwerking met de stichting Pinas Bosu, Hesi, Volkshogeschool NAKS (Na Arbeid Komt Sport) en het Nola Hatterman Instituut. Hillary bereidde de workshops voor toen ik naar het binnenland vertrok. Haar aanpak getuigde van professionaliteit. Zij had invloedrijke personen en bepaalde instituten betrokken bij de organisatie. Er was gezorgd voor deelname formulieren en certificaten. De deelnemers kregen een keurige uitnodigingsbrief met alle relevante informatie. En, toen alles in kannen en kruiken zat, nodigde zij de pers uit.

Workshop Teambuiding en Harmonie.
Datum: 17 oktober
Tijd: 17.00 uur
Plaats: NAKS Thompsonstraat
Doelgroep: verschillende afdelingen van NAKS / muziek, dans en theater.
Aantal deelnemers: 40 Bijzonderheden:
  • Een warm onthaal door de jongeren van NAKS met zang en dans en een geschenk.
  • Deelnemers kregen certificaten.
  • Een belangrijk deel van de workshop is vastgelegd door ATV en kwam op het journaal.
Woensdag 18 oktober.
Om 9 uur meldde ik mij aan bij Radio Boskopu voor een interview met Johannes Abili. Voornamelijk ging het gesprek over de Marrons. Hun muziek in ontwikkeling en de bijdragen die zij momenteel leveren aan de ontwikkeling van Suriname. Het interview is op geluidsband opgenomen.

Patricia Meulenhof en Margretha Malonti hadden de genodigden en de organisatoren van de Dag der Marrons uitgenodigd om te gaan uiteten maar wegens andere bevestigde afspraken kon ik daar niet aanwezig zijn.

Familie bijeenkomst

Iraida, Donnagy en ik hadden enkele familieleden uitgenodigd voor een etentje. Mijn ouders, broer, zoon, zusjes en hun gezinnen kwamen bijeen in Indisch Restaurant Marina Plaza. Deze dag was voor mij bijzonder omdat het de eerste keer was dat ik de familie in deze samenstelling bij elkaar zag. Bij deze gelegenheid heb ik mijn schoonbroers geprezen en bedankt voor de bijdragen die zij leveren aan het levensonderhoud van mijn ouders.

Donderdag 19 oktober.

’s Ochtends heb ik mij aangemeld bij Cultuurstudies.
Hillary schonk aandacht aan het archiefmateriaal van de Marrons op de afdeling. Beschrijvingen van bepaalde kaarten uit de kaartenbakken genoten voorkeur. Wij hebben de beschrijvingen van een aantal kaarten van een kromanti ritueel uit 1984 aangepast. Kromanti is een categorie van geesten binnen de winti cultuur. Het zijn geesten die vooral krijgers in bezit nemen. Verder hebben wij nieuwe kaarten gemaakt met beschrijvingen van ritmepatronen van de Aleke muziek. Wij moesten het werk onderbreken doordat ik Da Anikei Awagi wilde bezoeken. Hillary belde een taxi. Die bracht mij naar de plaats van bestemming en wachtte voor de deur zodat ik weer met hem kon terugkeren naar Cultuurstudies.
Da Awagi is oprichter van Denku, een bekende muziek en dansgroep die Suriname vertegenwoordigde in Amerika, Europa, Afrika en het Caribische gebied tijdens wereldfestivals. Awagi staat bekend als een van de beste Apinitiman en houtsnijder van Suriname. Hij heeft met zijn houtsnijwerk geëxposeerd in New York. Awagi is een absolute kenner van de Saramakaanse cultuur. Hij was informant van de bekende antropoloog Richard Price. Hij heeft tientallen geluidsbanden ingesproken t.b.v. het project ‘Sabi Yu Rutu” (ken jouw eigen cultuur) o.l.v. Dr. Terry Agerkop.
Toen ik hem bezocht, trof ik een oude onverzorgde man aan. Hij stond op en huppelde naar voren toen hij mij hoorde praten met zijn echtgenote Sa-Meni, een nicht van mijn moeder. Hij wankelde steeds naar mij toe tot dat hij mij aanraakte en omhelsde. Hij had mij herkend. Wij praatten even bij maar ik maakte hen duidelijk dat ik weg moest vanwege andere afspraken. Toen zei hij het volgende. “Je bent mij niet vergeten en je bent zeker ook niet vergeten dat ik je Apinti geleerd heb; Je hebt mijn zegen en God zal je helpen om verder te komen met Apinti in het land van de blanken”. Na deze woorden van hem, gaf ik hen veertig SRD (Surinaamse Dollar) ik vertrok met zijn beeld in mijn gedachten. Een magere oude grijsaard, die rond 14.00 uur nog in zijn pyjama zit in een bouwvallig krotje. Is dit het lot van een ooit zeer gewaardeerde nationaal bekende Marronkunstenaar?

Workshop Nola Hatterman Instituut
Thema: kennismaking met de KLM methode (Kijken, Luisteren, Meedoen).
Datum: 19 oktober
Tijd: 17.30 uur
Plaats: Nola Hatterman Instituut - Fort Zeelandia Complex
Buiten op het terrein van Culturele en Creatieve Vorming (CCV)
Doelgroep: kinderen en volwassenen.
Aantal deelnemers: 50

Bijzonderheden:
  • Belangstelling getoond door mensen van verschillende etnische groepen uit alle lagen van de bevolking.
  • Deelnemers hebben certificaten ontvangen.
  • De voorzitter van de Nationale Assemblee, de heer Caprino Alendy heeft deelgenomen aan de workshop.
  • De directeur van Cultuur en diverse afdelingshoofden hebben deelgenomen aan de workshop.
  • Een belangrijk deel van de workshop is vastgelegd op video.
  • Ik heb een certificaat gekregen van de afdeling Cultuurstudies met onderstaande tekst:
                                                                Certificaat
For outstanding performance as masterdrummer, docent, skrifiman en veelzijdig kunstenaar bij de activiteiten van 10 october Dag van de Marrons.

Vrijdag 20 oktober
Van Jamming naar Master Class.
Om nog volop te genieten van mijn laatste dag in Paramaribo samen met mijn oude collega’s besloten wij te jammen bij Cultuurstudies op het terrein onder de grote Amandelbomen. Anita Walcot, hoofd van de afdeling transport van het Directoraat Cultuur meldde zich als eerste aan gevolgd door Hillary. Daarna kwamen nog zes collega’s. De jamming werd steeds onderbroken door vragen zoals, ‘hoe speel je dat? Waarom speel je het zo? Hoe kan je dat nou onthouden na een paar dagen? Het beantwoorden van deze vragen, het voor- en nadoen en daarna samenspelen, bracht ons naar een soort van Master Class. Gelukkig kwamen wij terug naar de sfeer van de jamming. Vooral toeristen die voorbij liepen genoten ervan. Auto’s met gezinnen bleven gewoon stilstaan in het kleine onverhard straatje vlak voor de stoep van Cultuurstudies. De buren van Cultuurstudies het Surinaams Museum en andere kantoren werkten gewoon door. Blijkbaar stoorden wij niemand. Ja! Dit is het Suriname dat ik 16 jaar geleden verlaten heb. Suriname is nog steeds zoals het was.

Feestelijke afsluiting

Glenn organiseerde een feestelijke afsluitingsbijeenkomst in de ‘Garden’ van Hotel Lindeboom. Het personeel van de Stichting Vakantiedialyse Suriname had een belangrijk deel van de organisatie op zich genomen en het verliep zeer goed. Ik kreeg daarbij de eer om de avond te openen d.m.v. een djembe solo spektakel. De eerder genoemde muziekformatie Pango Boys zorgde voor de muzikale omlijsting. Glenn Pode bracht twee nieuwe liederen ten gehoor onder begeleiding van de band. Daarbij kreeg ik weer de gelegenheid om de masterdrum te spelen. Na afloop gaf ik een korte toelichting over het samenspel bij de Aleke muziek. Daarnaast vroeg ik aandacht voor de synchronistische ontwikkeling van de muziek en de dans tijdens optredens. Het muziekgezelschap Kifoko was goed als volledig aanwezig. Op het laatste moment bracht de voorzangeres Irma een paar prachtige liederen ten gehoor.

Zaterdag 21 oktober.

Terugreis naar Nederland met de KLM- Koninklijke Luchtvaart Maatschappij.
Ik reisde samen met Glenn en wij konden op ons gemak napraten over het verloop de 32e herdenking van de Dag der Marrons.
Krantenknipsels
Minister Felisi bij viering Dag der Marrons
Erkenning wordt afgedwongen, niet verzocht


Minister Michel Felisi van Regionale Ontwikkeling (RO) vindt dat de Marrongemeenschap door middel van een krachtige houding zelf moet zorgen voor de gewenste erkenning binnen de Surinaamse maat-schappij. Bij de viering van de Dag van de Marrons gisteren in de Palmentuin, riep hij de nakomelingen van de weggelopen slaven op niet langer erom te verzoeken, maar erkenning af te dwingen.

-door Louis Alfaisie-

Het was gisteren 245 jaar nadat op 10 oktober 1760 de eerste duurzame vrede werd ondertekend tussen de toenmalige koloniale overheid en N’dyuka’s. De op die dag getekende traktaten zouden later de basis vormen voor de vrede tussen het koloniaal bestuur enerzijds en de Saamaka respectievelijk de Matawai anderzijds. Met de Aluku’s, de Paamaka’s en de Kwinti’s konden de Europese heersers geen vrede bereiken, omdat die groepen Marrons de blanken gewoon niet vertrouwden.
Minister Felisi kan zich terugvinden in de strijd van de Marrons om een nationale vrije dag op 10 oktober. Wel plaatste hij kantekeningen bij critici die vinden dat de Marrons gewoon op zoek zijn naar een vrije dag. ,,Dan moet de dag misschien een andere naam krijgen, want er was tijdens de slavernij geen aparte Marronstrijd, maar een vrijheidsstrijd. De strijd werd gevoerd door zowel Afrikanen in het binnenland als Afrikanen in de stad,” aldus Felisi. Ook zei hij dat met de vrede van 10 oktober de strijd niet ten einde was, maar dat het een nieuwe fase was ingegaan.
Daarom riep hij iedereen op om, wanneer gepraat wordt over 10 oktober 1760, na te gaan welke basis er toen is gelegd voor het Suriname van vandaag. De bewindsman omschreef 10 oktober als een symbool voor strijd. ,,Het Surinaams volk is een militant volk, dat altijd bereid is op te komen en te strijden tegen onderdrukking.”
In zijn toespraak deed Felisi de oproep tot de Surinaamse gemeenschap de handen in elkaar te slaan en hoog te houden wat “ons” bindt. ,,Laat 10 oktober ons niet scheiden, maar laat het een toevoeging zijn aan de rijke historie van Suriname”, zei de minister.
Tot zei hij dat de Marrons door middel van hun opstelling zelf voor de lang gepredikte erkenning moeten zorgen. Volgens hem zullen de Marrons eerder een houding van afdwingen moeten aannemen in plaats van een houding van verzoeken.
Die houding zal volgens Felisi tegenover de rest van de Surinaamse gemeenschap moeten beantwoorden dat de erkenning en een vrije dag een goede rechtvaardig-heidsgrond hebben.
Vertegenwoordigers van marron organisaties brengen bezoek aan minister Felisi Vertegenwoordigers van enkele marron organisaties hebben gisteren een beleefdheidsbezoek gebracht aan de minister van Regionale Ontwikkeling, Michel Felisi. André Pakosi, Kensley Vrede en André Mosis behoorden ook tot de bezoekers. Dit bezoek stond in het teken van de afsluiting van de activiteiten in het kader van "de dag der marrons", op 10 oktober. De heren, die allen woonachtig zijn in Nederland, hebben altijd gepleit voor een betere maatschappelijke positie van de marrons, in zowel Nederland als Suriname. Tijdens hun verblijf in ons land hebben zij enkele lezingen en workshops over de marron cultuur verzorgd. Ze hebben aangegeven zich verder te zullen inzetten voor de totale Surinaamse gemeenschap, maar meer nog voor de binnenlandbewoners. RO minister Felisi was erg ingenomen met dit bezoek en gaf aan, de nodige ondersteuning te zullen geven aan de activiteiten, die deze marron organisaties zullen uitvoeren.

Percussie workshop André Mosis voor Naks De verschillende afdelingen van Naks hebben gisteren een percussie workshop gevolgd, die verzorgd is door André Mosis. De workshop was een initiatief van de afdeling Cultuurstudies, in samenwerking met Naks. Mosis, master drummer en kunstschilder van Aucaanse afkomst, woont in Nederland en is op bezoek in ons land in verband met de activiteiten rond de dag der marrons. In het gemeenschapcentrum van Naks werden de percussie lessen verzorgd volgens de "kijken luisteren en meedoen" methode, de zogeheten klm-methode. "De workshop past geheel in het concept van Naks, die eenheid nastreeft onder de Surinamers van Afrikaanse komaf", zegt Naks voorzitter Elfriede Baarn.
AT5 Nieuws 10 oktober 2006

Marron dag herdacht
Vandaag is het precies 246 jaar geleden dat de ndyuka marrons vrij en onafhankelijk werden. Toen werd in het dorp Auka een vredesverdrag getekend met het toenmalig koloniaal bestuur. Deze dag die nu bekend staat als de dag der marrons werd vanmorgen herdacht op het "Plein van 10 oktober 1760". Naast de traditionele "trowe watra" werd er ook een monument onthuld. R.O minister Michel Felisi en DNA onder voorzitter Caprino Allendy mochten het kunstwerk onthullen dat een korjaal voorstelt waarmee de slavernij werd ontvlucht. Op het monument is ook een teken aangebracht dat de eenheid onder de verschillende marron stammen aangeeft. Stichting Pina Bosu is verantwoordelijk voor het monument. Haar voorzitter Glenn Pode vindt dat door het verdrag van 1760 de naam marrons niet meer gebezigd mag worden. De ontwerper van het monument op het “Plein van 10 oktober 1760” is Marcel Pinas. Voorzitter Moiman heeft van de traktaten commissie een belangrijke rol gespeeld bij de plaatsing van het monument.
Surinaams binnenland moet meer samenhokken
Geplaatst op dinsdag, oktober 10th, 2006 om 1:00 am in Nieuws uit Suriname, Binnenland
PARAMARIBO, 10 okt - De regering spant zich in om grotere woonkernen te ontwikkelen in het binnenland. Dit zegt minister Michel Felisi van Regionale Ontwikkeling, RO. De transformatie moet niet alleen de hulpverlening ten goede komen in tijden van nood. Belangrijker is de dienstverlening van overheid en particulieren, die effectiever gericht kan worden. De kunst is nu de honderden mini-gemeenschappen zover te krijgen.

Voor tienduizenden Marrons en inheemsen wordt het aanpassen op grote schaal. De regering is zich ervan bewust dat het geen makkelijke klus wordt onder mensen die hechten aan omgeving en cultuur. “We hopen dat de inzichten met betrekking tot het stichten van wooncentra in het binnenland goed doorgesproken worden, het succes hangt af van de ondersteuning van de gemeenschappen”, zegt Felisi tegenover de Times of Suriname. Plannen voor grotere concentraties bestaan reeds lang, maar stuitten steevast op verzet bij de doelgroep.

De watersnood van afgelopen mei schijnt een zekere kentering teweeg te hebben gebracht. Mensen lijken inschikkelijker, vooral omdat zij zelf ervaren hebben hoe moeilijk de hervatting van dienstverlening verloopt. Felisi beseft dat er behoorlijke afspraken gemaakt moeten worden tussen overheid, traditioneel gezag en de stamleden zelf. “Traditionele regels en gewoontes moeten goed geregeld zijn, anders ontstaan er later problemen.” Particuliere steun is onontbeerlijk, daar de overheid niet genoeg geld heeft voor het opzetten van wooncentra. Ook het recht op de grond moet geregeld worden.
Percussie-workshop door André Mosis
Masterdrummer André Mosis zal komende donderdag van half zes tot zeven uur in de namiddag een percussie workshop houden in het gebouw van Culturele en Creatieve Vorming (CCV), het Nola Hatterman Instituut op het Fort Zeelandia-complex. De afdeling Cultuurstudies van het directoraat Cultuur organiseert deze workshop in samenwerking met CCV voor kinderen van 10 jaar en volwassenen. André Mosis is masterdrummer en kunstschilder van Au-caanse afkomst. Hij geeft les volgens de KLM methode, de Kijk, Luister en Meedoen methode.
Binnen een lesuur zijn de deelnemers zodoende in staat enkele eenvoudige Afrikaans-Surinaamse ritmen te spelen op handdrum, slag- en schudpercussie. De percussie of ritme-instrumenten zijn daar ter beschikking zoals drums bijvoorbeeld apinti en conga en schudinstrumenten als sek’seki en djembe. De methode is volgens Mosis eenvoudig en luchtig en een ritme als Aleke is snel aangeleerd. Er wordt gewerkt met eenvoudige drumslagen en drumpatronen.
Lichaamsbewegingen en bodypercussion, met name kaway (rammelende enkel-banden) horen ook bij de onderdelen van deze workshop.
Docent André Mosis is van 1983 tot 1990 leraar en all round podiumartiest geweest als oprichter en leider van de zang-, dans- en muz-iekgroep Kifoko. Deze is nog steeds een toonaangevende muziekgroep in Suriname. Mosis, ook bekend onder zijn artiestennaam Kingbotho, is eveneens een verdienstelijk schilder, die vooral de Aucaanse bosland-cultuur vastlegde. Als kunstschilder heeft Mosis geëxposeerd in verschillende landen.
Vanaf 1980 tot 1990 werkte Mosis als onderzoeker Aucaanse cultuur op de afdeling Cultuurstudies. Hij emigreerde met zijn gezin naar Nederland en volgde daar de opleiding Deskundigheidsbevordering Wereldmuziek in Den Haag. Mosis geeft vanaf 1991 lessen en workshops in Afrikaans-Surinaamse muziek op deze school, die thans de naam draagt van : Het Koorenhuis, Centrum voor Kunst en Cultuur, met zijn gezin vormde hij de groep Seke, die reeds een muziek-cd heeft uitgebracht.
KingbothoArtStudiO
Haverschmidtstraat 96, 2522 VT Den Haag
Mobiel: 06 57014641
E-mail: andre.mosis@gmail.com
All content including sound files & images are protected under international copyright laws, including all laws pertaining to intellectual property.
If you want to use one of the files, please contact André Mosis by email or telephone.
laatste aanpassing: 17 mei 2014