André Mosis introductiepagiana
André Mosis - Kingbotho


Westers onderwijs voor Marrons in het binnenland van Suriname.
Een Paard van Troje?

Een artikel van Drs. Kirsten Elvers en André Mosis




Terug naar de beginpagina

Terug naar Kennis over de Marronkunst en - cultuur


WESTERS ONDERWIJS VOOR MARRONS IN HET BINNENLAND VAN SURINAME: EEN PAARD VAN TROJE?
Een artikel van Drs. Kirsten Elvers en André Mosis

Marrons
Behalve de oorspronkelijke bevolking, de Amerindians, wonen in het binnenland van Suriname zes stammen Afro- Surinamers, namelijk Saamaka, Matawai, Kwinti in centraal Suriname en Okanisi (N'Djuka), Pamaka en Aluku in het oosten.
Aan alle termen die men als verzamelnaam zou kunnen gebruiken voor deze zes stammen kleven bezwaren: Bosnegers wekt associaties met racisme, Businenge is niet voldoende bekend, Boslandcreolen heeft een politieke lading, Afro- Surinamers is niet specifiek genoeg, Bush- Afro- Americans is een internationale, politiek correcte term- maar wel erg lang. De term Marrons is eigenlijk out-dated- aangezien men sedert de afschaffing van de slavernij niet meer kan spreken van "weggelopen (menselijk) vee". Desondanks hebben wij gekozen voor deze aanduiding omdat "Marrons" ("Maroons" in het Engels) in het caraïbisch gebied een zelfgekozen geuzennaam is die uitdrukking geeft aan besef van de historische betekenis van de vrijheidstrijd van de weggelopen slaven.

Strijd
In de strijd om hun vrijheid en hun erkenning als autonome gemeenschappen in het binnenland van Suriname hebben de Surinaamse marrons destijds door de ondertekening van de vredesverdragen met de koloniale overheid een belangrijke mijlpaal bereikt - maar het was natuurlijk niet het einde van hun strijd.
Het leven in het binnenland is op zich al een strijd om het overleven want het kent vele gevaren: de kans op ongelukken tijdens het varen op de rivieren en tijdens de jacht; malaria en andere tropische ziekten; giftige slangen, piren, kaaimans en andere gevaarlijke dieren. Maar in de loop van de 300 jaar van hun relatief geïsoleerd bestaan in de tropische bossen van het binnenland hebben de Marrons zich uitstekend aan deze omstandigheden kunnen aanpassen. Tegen invloeden en bedreigingen vanuit het kustgebied werden de traditionele gemeenschappen in het verleden voornamelijk afgeschermd door de afstand tussen het moeilijk bereikbare binnenland  en de stad.

Doorbroken isolement
Met de opkomst van de buitenboordmotor in de jaren '50 werd dit isolement van de Marrongemeenschappen voorgoed doorbroken. Een reis naar de stad, vroeger een investering van dagen, zo niet weken, moeizaam peddelen, kon gemotoriseerd in een paar uren worden afgelegd. De introductie van het vliegtuig heeft stad en binnenland nog veel dichter bij elkaar gebracht.
Als gevolg van deze ontwikkelingen worden de Marrons op dit moment van hun geschiedenis geconfronteerd met een belangrijke keuze: zij kunnen kiezen tussen het opgaan in wat men zou kunnen noemen de 'mainstream' van de (Afro-) Surinaamse cultuur- of zij kunnen een strijd leveren voor behoud van hun culturele identiteit.

Bedreigingen
De unieke cultuur van de Surinaamse Marrons- die nergens anders ter wereld te vinden is- wordt momenteel bedreigt door verschillende factoren:
  • een ware "invasie" van het gebied door grote bedrijven en multinationals op het terrein van:
    - houtkap
    - mijnbouw
    - drugs en drugshandel (?)
  • de goudkoorts waardoor bedrijven en individuen, de zogenaamde "po(r)knokkers", overal in het binnenland  hun verwoestende sporen achterlaten:
    - kwik dat in de rivieren en daarmee in de voedselketen terechtkomt
    - omgewoelde rivierbedden
    - diepe gaten aan land waar poelen van stilstaand water ontstaan -die een uitstekende broedplaats vormen voor de malariamuskiet
    -
    criminaliteit, vooral geweldsdelicten (vechtpartijen, roofovervallen)
  • verspreiding van hiv/ aids onder de bevolking -deels als gevolg van de toestroom van besmette prostituees die hun diensten aan de goudzoekers en andere mannen die in het binnenland werken, aanbieden.
  • de gevolgen van de crisis van de Surinaamse economie (gebrek aan goed betaalde arbeidsplaatsen, inflatie/ verlies van koopkracht)
  • de gevolgen van de binnenlandse oorlog (vernietigde infrastructuur, een generatie van  jongeren die in aanraking zijn geweest met gewelddadige strijd, vluchtelingenproblematiek, tegenvallende inkomsten uit het toerisme)
  • urbanisatie, dus de leegloop van het gebied door het vertrek van individuen  en hele gezinnen, die zich  in de hoop op betere leefomstandigheden vestigen in Paramaribo, Frans Guyana, Nederland of in de Verenigde Staten.
  • en gekoppeld aan de urbanisatie, de brain-drain: mensen die vormen van hoger onderwijs hebben gevolgd in de stad of het buitenland keren niet meer terug naar de gemeenschappen in het binnenland.
Onderwijs
Het toverwoord in de strijd tegen deze bedreigingen en negatieve ontwikkeling luidt "duurzame ontwikkeling".
Onderwijs is één van de belangrijke elementen die het proces van duurzame ontwikkeling op gang moet brengen en houden.
Het woord onderwijs roept onmiddellijk, dus waarschijnlijk  ook bij u, beste lezer, het beeld op van scholen naar Westers model: groepen kinderen, die in de schoolbanken zitten en aandachtig luisteren naar de leraar voor de klas, die hun de kunst van het  -in het Nederlands- lezen, schrijven en rekenen probeert bij te brengen.
Wij zouden u dus kunnen vertellen, dat er op dit moment te weinig van dit soort scholen zijn in het binnenland -aangezien het aantal scholen zelf nog sterk is verminderd door de binnenlandse oorlog. Er is op veel plaatsen spraken van een hele generatie Marrons die géén onderwijs, althans géén Westers onderwijs, heeft genoten omdat er sedert 1986 geen onderwijzer meer aanwezig is geweest in hun dorp! Zelfs schoolgebouwen zijn verdwenen -kapotgeschoten, weggedragen of simpelweg verrot door gebrek aan onderhoud...
Dan zouden wij u kunnen verzoeken om een bijdrage voor het goede doel om meer scholen in het binnenland  te bouwen en draaiende te houden en daarmee zouden wij al klaar zijn. Maar: zo makkelijk willen wij ons er niet van af maken.
Nee, wij gaan in deze paper nog even moeilijk doen en wat stof tot nadenken aanleveren:

De leli
Ten eerste willen wij even wijzen op de etno-centristische manier van denken waardoor men al te gemakkelijk de traditionele vormen van onderwijs vergeet of negeert. De Marronsamenlevingen  hebben natuurlijk niet 300 jaar staande gehouden zonder adequate vormen van kennis- en cultuuroverdracht. Deze traditionele vormen van onderwijs heet "leli" en is geïntegreerd in de dagelijkse opvoeding van Marronkinderen.
Een spreekwoord van de N'djuka luidt "Sama de di e kisi pikin, tawan de di e meke pikin". (Sommige mensen krijgen kinderen -maar anderen maken kinderen). Men wijst daarmee op de verantwoordelijkheid die ouders hebben om hun kinderen goed op te voeden en er competente, sociaal vaardige volwassenen van te "maken".
In de loop van de leli krijgen Marronkinderen -in traditionele rolverdeling tussen jongens en meisjes -van hun ouders en andere leden van de gemeenschap op de eerste plaats een survival training: zij leren alle praktische vaardigheden die men nodig heeft om in het binnenland te kunnen overleven, zoals tropische landbouw, jacht- en visserijtechnieken, de bijbehorende tropische dier- en plantenkunde, het varen op de rivieren, voedselpreparatie (bijvoorbeeld het proces van het bewerken van de giftige bittere cassave tot kwak en/ of cassave brood), houtbewerking (van houten kam tot huizen en korjalen), kruidengeneeskunde (met als specialiteit het genezen van botbreuken) en het vervaardigen van traditionele kleding. Verder maken o.a. eigen geschiedenis (volgens de orale overlevering),  kinderverzorging, kunstnijverheid (het bekende houtsnijwerk, borduren van kleding), muziek (het spelen van instrumenten, dans, zang), traditionele verhalen en vertelkunst, godsdienst, magie, bestuurskunde (o.a. traditionele vergadertechnieken) deel uit van deze opleiding. Alle traditionele gebruiken en (godsdienstige) rituelen worden aangeleerd, waarbij bijzondere aandacht gaat naar de rituelen behorende bij de overgangen van een oude naar een nieuwe levensfase in de loop van een Marronleven, beginnend  bij de geboorte en eindigend met het afsluiten van de rouwperiode geruime tijd na het overlijden.

Praktische problemen
Als men Westers onderwijs wil combineren met de leli ontstaat alvast een puur praktisch probleem: de tijd die Marronkinderen besteden aan een Westerse opleiding, komen zij tekort bij het aanleren van alle vaardigheden, die zij nodig hebben om in het binnenland te kunnen leven en overleven. Het westerse onderwijs is niet gericht op het leven in het binnenland en brengt deze vaardigheden niet over.
Als Marronkinderen in hun eigen dorpen de lagere school doorlopen, is er in de vrije tijd nog ruimte voor de leli. Maar voor vervolgonderwijs moeten zij toch naar de stad, eventueel naar een internaat, en worden zij op die manier alsnog uit de gemeenschap gehaald, de leli wordt onderbroken.
Ouders  vragen zich terecht af, aan welke invloeden hun kinderen in de stad zullen worden blootgesteld. Zullen deze kinderen uiteindelijk terugkeren? Zo ja, kunnen zij dan nog wel functioneren binnen de gemeenschappen?

Vervreemding
Vervolgens is er spraken van een ideologisch probleem: kan het Westerse onderwijs eigenlijk respect en waardering voor de eigen cultuur overbrengen?
Natuurlijk is er in de afgelopen jaren ontzettend hard gewerkt aan het onderwijsmateriaal en leren Surinaamse kinderen tegenwoordig gelukkig niet meer lezen met behulp van zinnen als "Jantje liep door de sneeuw". Bij het ontwikkelen van nieuwe boeken heeft men getracht om rekening te houden met de diverse culturen die Suriname rijk is -maar de boeken zijn wel geschreven vanuit een stedelijk referentiekader. En de onderwijzer uit de stad neemt ook zijn stedelijke waarden en normen mee naar de school in het binnenland. Zo blijft het gevaar bestaan dat er (onbedoeld) afbreuk wordt gedaan aan het gevoel van eigenwaarde van de Marronkinderen in de schoolbanken, waardoor deze niet alleen praktisch maar ook gevoelsmatig van hun eigen gemeenschap vervreemden.
Zullen de kinderen later nog respect hebben voor hun ouders, het traditionele gezag en de oude tradities?

Individualisme
De Marronsamenleving is gebaseerd op het delen en verdelen van goederen en diensten tussen de leden van de samenleving. Ouderen worden door de jongere leden van de gemeenschap ondersteund. Door contact met westerse, meer individualistische principes, veranderen de waarden en normen van de kinderen en jongeren -en zij zijn minder geneigd om hun bezittingen te delen. Het is nu al een groot probleem in het binnenland dat er ouderen zijn  die niet meer voldoende door familieleden worden ondersteund. Er zijn alternatieven genomen om deze  ouderen op te vangen in zogenaamde "Marronbejaardentehuizen"! Dat dit probleem zich überhaupt voordoet, zegt wel iets over de veranderingen die in het binnenland gaande zijn.

Onderwijs met een verborgen agenda
Uit het bovenstaande blijkt, dat Westers onderwijs zelfs met de beste bedoelingen negatieve gevolgen kan hebben. Als men nou naar de geschiedenis kijkt, blijkt het helaas zo te zijn dat het Westerse onderwijs vaak -en zelfs tot in het meest recente verleden -overal ter wereld misbruikt als middel tot onderdrukking, als middel om de belangen van de brenger van dit onderwijs veilig te stellen, als middel om een cultuur te ontwrichten en te assimileren, als middel om mensen te brainwashen.
Eén van de gebruiken uit die tijd zal u wellicht bekend voorkomen: de taal van de overheerser werd op scholen dwingend voorgeschreven -bij overtredingen, dus het spreken in de eigen taal van een etnische groep, werden kinderen gedwongen om hun mond met zeep uit te wassen! Tijdens de emancipatiebewegingen van diverse etnische groepen is men tegen dit onrecht in opstand gekomen en heeft men het in de publiciteit gebracht. De Aboriginals in Australië en de Amerindians in de Verenigde Staten  zijn bekende voorbeelden.

In de jaren '70 heeft Bob Marley in het lied "Babylon System" de stellingname van de Rastafarians in Jamaica tegen deze systematische manipulatie in het onderwijs aan etnische groepen verwoord:

"We refuse to be what you wanted us to be-
We are what we are, that's the way it's going to be.
You can't educate us for no equal opportunity-
(I am) talking about freedom, people: freedom and liberty!
(...)
Babylon system is the vampire, sucking the blood of the sufferers.
Building church and university, deceiving the people continually.
Me say them graduating thieves and murderers! (...)".

Het zal u niet verbazen dat men ook vanuit de Marrongemeenschappen kritisch en, gezien de geschiedenis, met gepast wantrouwen kijkt naar de brenger van onderwijs. Heeft deze brenger van onderwijs eigenlijk echt wel goede bedoelingen- of heeft men te maken met een zogenaamd Paard van Troje?
In de vorige eeuw heeft mr. Lammens zijn gedachten op papier gezet ten aanzien van onderwijs voor de slaven in Suriname. In zijn stuk komen de verschillende doelen van onderwijs, die te maken hebben met de soms tegenstrijdige belangen van onderwijsbrenger en -ontvanger, duidelijk naar voren:
"Ik vermeet mij niet, de wijze voor te schrijven hoe het moet aangevangen worden, om met betrekking tot den neger, een zodanige gelukkige toekomst te bereijken, als  de wijsgeeren wenschen - ik laat dit voor anderen, wier uitzigt een ruijmer veld overzien- de zaak beschouw ik als wenschelijk, en aller voordeligst voor de kolonie".
"Daar in de Maatschappij alles eene rigting neemt, ter verbetering van de stand der menschen, en tot bevordering van algemeen geluk: - daar de aandacht, niet alleen van bijzondere personen, maar van de voornaamste Gouvernementen, zich bijzonderlijk vestigd op den Slavenstand: welke, men hetzij terecht hetzij ten onrecht blijft beschouwen als te verkeeren in een staat van mishandeling; ten opzigte van welk algemeen, eene verbetering van hun lot gewenst wordt. Zo wordt gevraagd: - is het doenlijk, zonder nadeel toe te brengen, aan den belangen van den Eijgenaar, den staat van de slaaf te verbeteren? Op welke eene wijze?
Zal men: - door hem goede zedelijke beginselen in te prenten, zijnen ijver voor de belangen van zijn meester kunnen opwekken? Hem kunnen bepalen, om uit eijgen beweging werkzaam te zijn, en hem alzo kunnen  voorbereiden tot eene beschaving, die in deszelfs uitkomsten, een beslissend voordeel voor de maatschappij opleveren moet?
Of  zal men dat doel kunnen bereijken, door hem stelselmatig van zijn eerste kindsheid te onderwijzen, om hem langs dien weg tot de beschaving voor te bereijden?
Voor men een stap verder gaat, had men dit behoren te onderzoeken". (Mr.A.F. Lammens, Bijdragen tot de kennis van de kolonie Suriname, tijdvak 1816 tot 1822)

Beste lezer, vertaalt u de bovenstaande tekst naar een ietwat moderner Nederlands en vervangt u daarbij het woord "mishandeling" door "achterstand", vult u "bosnegers" of "boslandcreolen" of Marrons in waar het om slaven gaat en zet u "nationale belangen",  op de plaats van "eigenaren/ meester". Op deze manier krijgt u een tekst die de gedachten weerspiegelt van mensen die in het verleden hebben nagedacht over onderwijs voor Marrons.
Verbetering van de levensomstandigheden van de Marrons gecombineerd met belangrijke voordelen voor de maatschappij - waar ligt hier het accent, wat weegt zwaarder in de ogen van de brenger van het onderwijs?
En het inprenten van "goede zedelijke beginselen" is natuurlijk gebaseerd op de veronderstelling dat de normen en waarden van de Marrons, waaronder hun religieuze overtuigingen, per definitie minderwaardig zijn...

Tijdens de begrotingsdebatten in de Eerste Kamer in Nederland 1917 was er al op aangedrongen dat de Marrons meer geïntegreerd zouden worden in de Surinaamse samenleving.
Ook in de Koloniale Staten werd hier aandacht voor gevraagd. Hierbij werd er gesproken van een "staat in de staat". Op voorstel van Gouverneur G.J.Staal (1916-1920) zou begonnen worden met een experiment, waarbij er via Posthouder W. van Lier de Aukaners zouden worden onderwezen. Naast de behoefte aan goedkope arbeid en aan grondstoffen lag ten grondslag aan het plan, de integratie van de Marrons in de Surinaamse samenleving en de geleidelijke opheffing van hun status van autonomie (André Mosis en Ben Scholtens  Bosneger en Overheid: politieke ontwikkelingen, 1650-1988, Kranten artikelen serie 1988, De Ware Tijd).

Hiermee geeft de Koloniale Staten te kennen dat zij last hadden van de autonome status van de Marronsamenlevingen binnen de staat Suriname (opmerking: André Mosis)

Onderwijs met de bijbel
In het verleden had het Westerse onderwijs voor Marrons de vorm van "onderwijs met de bijbel" aangezien vooral RK en EBG actief waren op het onderwijsterrein binnenland. Reeds halverwege de 18e eeuw begon het zendelingenwerk, gecombineerd met onderwijs, in de Saamaka gemeenschap. In eerst instantie was een meerderheid van de Saamaka, waaronder hun leider Abini, niet bereid om zendelingen in hun gebied toe te laten. Hoewel de vredesverdragen waren getekend, zat het wantrouwen tegen de blanken er nog diep in.

Toen deed Jaja Dande, een Saamaka gaanmuye (wijze vrouw), in de discussie de uitspraak "Als je vrede hebt getekend, heb je jezelf daarmee verplicht  in toenemende mate ruimte in je zelf en je omgeving te scheppen voor het vertrouwen in de ex-vijand". Met deze woorden heeft zij destijds Abini en andere tegenstanders overgehaald om de zendelingen toe te laten in het gebied. De Okanisi hebben zich langer verzet tegen Westers onderwijs en vooral tegen de package-deal, koppeltransactie, van de kerken. Tegen einde van de 19de eeuw had Da Afaka een eigen alfabet, het zogenaamde Afakaschrift, bedacht en ontwikkeld, waarmee hij zijn pupillen en aanhangers wilde alfabetiseren. Het Afakaschrift maakte het mogelijk om in Ndjuka-tongo te lezen en schrijven. Maar het initiatief van Da Afaka stuitte op verzet van het toenmalige opperhoofd Gaanman Oseise en vele van zijn volgelingen en de alfabetiseringscampagne kon geen doorgang vinden. Nog in 1919 weigerde Gaanman Amakiti  om akkoord te gaan met plaatsing van de posthouder Van Lier aan de Tapanahoni. Amakiti werd toen door de koloniale overheid sterk onder druk gezet, men dreigde zelfs om hem uit zijn ambt te zetten. Uiteindelijk is deze plaatsing om diverse andere redenen niet doorgegaan. Maar de pogingen van de kerken om het onderwijs bij de Okanisi  te verzorgen, werden voortgezet, door de EBG vanaf 1925 en door de RK sinds 1932. Medio jaren vijftig lukt het de EBG om een internaat te vestigen op Carmel aan de Tapanahoni.

Doeleinden van evangelisatie
Vanuit de kerken werd het brengen van onderwijs gecombineerd met het verkondigen van het evangelie op basis van de vaste overtuiging dat dit in het belang van de Marrons zelf zou liggen. De geloofsovertuiging van de Marrons was vanuit christelijk standpunt bekeken immers  "afkodrey" (afgoderij) en zou zeker geen plaats in het hemelse paradijs opleveren. De kerken hadden dus vooral goede bedoelingen, zij gingen immers zielen redden -hoewel  het winnen van zielen voor de eigen organisatie natuurlijk ook wel een rol heeft gespeeld. De koloniale overheid zag bij het evangeliseren van de Marrons vooral de voordelen met betrekking tot pacificatie, men ging ervan uit dat christelijke Marrons wel rustiger en vredelievender zouden zijn dan heidense.
Verder  ontstaat er door de evangelisatie verdeeldheid tussen christelijke en niet-christelijke Marrons -maar het is moeilijk om na te gaan of hier ook spraken is van bewuste verdeel-en heers-strategie. De verdeeldheid op zich is een feit: christelijke Marrons worden met een zeker wantrouwen bekeken omdat het vermoeden speelt dat deze zich niet, of in mindere mate, aan bepaalde taboes houden. Volgens het traditioneel geloof kunnen zij daardoor een aanzienlijk gevaar betekenen voor de gemeenschap.

Gemengde gevoelens
Gelet op de geschiedenis van onderwijs met een dubbele agenda en de manier waarop Westers onderwijs vervreemding, verlies van traditionele waarden en normen en uiteindelijk urbanisatie in de hand werkt, kunt u zich voorstellen, dat veel Marronouders het onderwijs bekijken met meer dan gemengde gevoelens.
Vanzelfsprekend zien zij de voordelen die een goede opleiding hun kinderen kan bieden -maar aan de andere kant werkt Westers onderwijs als het ware de ondergang van de traditionele cultuur in de hand...
Maar -net als iedereen beseffen ook de Marrons "you can't turn back the tide", je kunt veranderingen en 'vooruitgang' niet tegenhouden.
Het isolement van de Marrons is voorgoed doorbroken, de moderne wereld dringt het binnenland van Suriname binnen.
Het binnenland van Suriname zal worden ontwikkeld, hoe dan ook...

Westerse kennis als wapen
Als er een keuze moet worden gemaakt tussen het soort ontwikkeling dat met roofbouw en exploitatie ten koste gaat van het milieu en ten koste van Marrons aan de ene kant -en duurzame ontwikkeling met  behoud van de eigen culturele identiteit aan de andere kant, is het duidelijk waar de keuze van de Marrongemeenschappen als geheel zou komen te liggen -de afwijkende keuze van bepaalde individuen -uit onwetendheid of hebzucht -daargelaten.
Om te voorkomen dat er beslissingen over de hoofden van de Marrons heen worden genomen, moeten er competente vertegenwoordigers van de Marrons zelf deelnemen aan de besluitvorming.
De oude strijd van de Marrons om vrijheid, autonomie en overleven zal worden voortgezet - en deze keer is het belangrijkste wapen Westerse kennis. Er is eigenlijk maar een conclusie mogelijk: onderwijs waarbij Westerse kennis wordt overgedragen, is dus absoluut noodzakelijk! Kennis van (internationaal) recht, bijvoorbeeld. Kennis omtrent integratie van nieuwe technologie van I(C)T - want zonder moderne informatie (communicatie) technologie kan men de razendsnelle ontwikkelingen van de moderne wereld niet meer bijhouden.
Kennis van moderne manieren om de eigen cultuur te documenteren om deze voor toekomstige generaties te bewaren.
En last but not least: kennis op het terrein van pedagogiek en onderwijskunde, zodat men vanuit de Marrongemeenschap zelf kan (mee) beslissen over de manier waarop het onderwijs in het binnenland moet worden vormgegeven.
Natuurlijk hebben wij schrijvers vanuit ons eigen referentiekader een idee, hoe dit onderwijs eruit zou moeten zien:
  • Omdat wij voor scheiding van kerk en staat zijn, zouden wij pleiten voor een scheiding van kerk en school.
  • Verder zouden wij adviseren om elementen van de leli over te nemen en op die manier de traditionele cultuur te combineren met de westerse kennis.
    - Respect en waardering voor de eigen cultuur moeten worden overgedragen, bijvoorbeeld door extra aandacht te besteden aan Marrongeschiedenis.
    -
    De noodzakelijke vaardigheden voor het leven in het binnenland moeten aan bod komen.
    - Het curriculum moet dusdanig worden aangepast dat de leerling na het doorlopen van de school opgeleid is voor zowel het verblijf in het binnenland als het functioneren in de stad -zodat een bewuste keuze mogelijk is.
  • Er moeten opleidingcentra voor voortgezet onderwijs komen in het binnenland zelf, bijvoorbeeld technische scholen gericht op toepassingen van techniek in het binnenland.
  • ...
We kunnen nog wel even doorgaan met deze lijst met aanbevelingen -maar dat is op deze plaats niet bijzonder nuttig. Mr. Lammers schreef meer dan 100 jaar geleden: "Ik vermeet mij niet, de wijze voor te schrijven hoe het moet aangevangen worden, om (...), een zodanige gelukkige uitkomst te bereijken, als de wijsgeeren wenschen -ik laat dit voor anderen, wier uitzigt een ruijmer veld overzien -de zaak beschouw ik als wenschelijk, en aller voordeligst voor de kolonie".
Ook wij beschouwen goed, gepast onderwijs als bijzonder wenselijk -en ook wij willen het aan anderen  overlaten  om te bepalen hoe men dit vorm zou moeten geven. Alleen hebben wij andere "anderen" op het oog dan mr. Lammers. Bovendien willen wij ook niet uitgaan van de wensen van de "wijsgeeren" -maar van de wensen van de doelgroep zelf!
De tijd dat men, of met een verborgen agenda of met goede -maar helaas etnocentrische- bedoelingen, mensen uit een andere cultuur ging voorschrijven hoe zij moeten leven, werken, leren, is namelijk voorgoed voorbij. 

Aukaanse leiders hebben zich niet opgediend als onbeschreven bladen voor de brengers van het westerse onderwijs waarop zij hun idealen kunnen opschrijven. Zij hebben de brengers van het dubieuze onderwijs laten zien dat zij degelijk in staat zijn hun kinderen te leren zich te handhaven in hun eigen maatschappij (André Mosis)Eén enkel aanbeveling...
Daarom sluiten wij ons betoog met één enkele aanbeveling:
Bij alle projecten  met betrekking tot de ontwikkeling van het binnenland, dus bij vraagstukken op het terrein van onderwijs, moeten de Marrongemeenschappen actief worden betrokken. Deze aanbeveling heeft een praktische component gebaseerd op kennis van de werking van de menselijke geest: in deze keuze kan men alleen begeleiding en ondersteuning bieden in de vorm van informatieverstrekking en eventueel structureren van het besluitvormingsproces. Het zogenaamde diagnose-recept-model, waarbij een expert vaststelt wat er gedaan moet worden om het probleem van de ander op te lossen, blijkt in de praktijk niet te werken, omdat mensen dan niet de verantwoordelijkheid voor deze oplossing nemen. Dit psychologische principe geldt zowel voor individuen als ook voor groepen mensen.
Een gebouw dat bijvoorbeeld ergens in Suriname door lanti is neergezet, zal meestal niet worden onderhouden door de plaatselijke gemeenschap -ook al heeft men het eigenlijk nodig. Men blijft zich in dit geval afhankelijk opstellen en verwacht dat lanti ook voor het onderhoud zal opkomen. Winti e wai, lanti e pai! Als men het niet eens is met de door de buitenstaander gekozen oplossing, zal men zich tegen de oplossing verzetten, actief of passief. Met het bepalen van een oplossing voor de problemen van een ander kweekt men dus of afhankelijkheid of verzet.
Een tweede component voor de aanbeveling ligt op het ethische vlak. Bob Marley komt op voor dit zelfbeschikkingsrecht van etnisch-culturele groepen door te stellen:

"We refuse to be what you wanted us to be-
We are what we are, that's the way it's going to be".
En in het refrein van zijn lied eist Marley
"Tell the children the truth,
tell the children the truth,
tell the children the truth right now"!Vanuit etnisch perspectief moet respect voor het zelfbeschikkingsrecht van individuen en van gemeenschappen het vertrekpunt zijn. De absolute, objectieve waarheid kan (nog) iemand voor zich claimen, dus zal men het moeten doen met intersubjectieve versie van de waarheid. Wil men onderwijs aan Marronkinderen vorm geven, zal men in overleg met de Marrongemeenschappen moeten vaststellen hoe dit moet geschieden,  welke doelen met het onderwijs moeten worden nagestreefd en welke (Marron)waarheden in dit onderwijs centraal moeten staan.
 
KingbothoArtStudiO
Haverschmidtstraat 96, 2522 VT Den Haag
Mobiel: 06 57014641
E-mail: andre.mosis@gmail.com
All content including sound files & images are protected under international copyright laws, including all laws pertaining to intellectual property.
If you want to use one of the files, please contact André Mosis by email or telephone.
laatste aanpassing: 17 mei 2014